Zoeken

10024 resultaten gevonden

  1. VR 2026/119 Verkeersongeval. Erkenning aansprakelijkheid WAM-verzekeraar bindt verzekerde.

    Jurisprudentie
    Op 29 oktober 2021 raakte X als motorrijder betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij tijdens een inhaalmanoeuvre in botsing kwam met een afslaande automobilist. Als gevolg van dit ongeval heeft X ernstig letsel opgelopen, waaronder een gedeeltelijke amputatie van zijn rechterbeen. De automobilist was WAM-verzekerd bij Allianz, terwijl X WAM-verzekerd was bij Bovemij. Op basis van onder meer een schadeformulier en een politierapport heeft Bovemij de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. X stelt dat hij zich de toedracht van het ongeval niet herinnert. X verzoekt in deze procedure voor
  2. VR 2026/12 Eenzijdig ongeval bij zware regenval. Aansprakelijkheid wegbeheerder. Adequate maatregelen getroffen?

    Jurisprudentie

    In de nacht van 5 op 6 augustus 2023 vond zeer zware regenval plaats. Rijkswaterstaat ontving op 6 augustus om 6:08 uur een melding van water op het wegdek van de A4 richting Rotterdam ter hoogte van hectometerpaal 56,0. Naar aanleiding daarvan werd op de matrixborden een snelheidsbeperking van 70 km/u ingesteld en werd een weginspecteur naar de locatie gestuurd. Tien minuten later raakte X (eiseres) betrokken bij een eenzijdig ongeval op dezelfde plaats. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat het voertuig van X in botsing kwam met de muur van het aquaduct. Door de regen was sprake

  3. VR 2026/120 Fietsongeval met kinderen. Risicoaansprakelijkheid ouders. Verkeersfout?

    Jurisprudentie
    Op 20 mei 2015 vond een fietsongeval plaats op een tweerichtingsfietspad in Santpoort-Noord. X fietste in de richting van haar werk en kwam een groep schoolgaande meisjes tegemoet. Binnen deze groep reed de destijds 13-jarige A samen met de andere meisjes deels naast elkaar. Bij het passeren ontstond contact tussen X en A, waarna zij en een ander meisje uit de groep allen ten val kwamen. X heeft hierbij letsel opgelopen, waaronder botbreuken en blijvend zenuwletsel. Zij heeft vervolgens de ouders van A en hun aansprakelijkheidsverzekeraar aansprakelijk gesteld voor haar schade. X stelt dat het
  4. VR 2026/121 Deelgeschil als tegenverzoek op voorlopig deskundigenprocedure. Aansprakelijkheid ziekenhuis.

    Jurisprudentie
    Dit deelgeschil is als tegenverzoek aanhangig gemaakt in een letselschadezaak. Verzoekers treden in dit geschil op voor zowel zichzelf als de wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige dochter. Verweerder is een stichting. In deze zaak staat centraal in hoeverre kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt in het kader van aansprakelijkstelling en schadeafwikkeling voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank stelt voorop dat buitengerechtelijke kosten in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen indien zij redelijk zijn en in redelijkheid zijn gemaakt. Hierbij wordt
  5. VR 2026/122 Verkeersongeval. Overlijdensschade na dood ouders. Schadebegroting bij verblijf buitenland.

    Jurisprudentie
    Op 30 augustus 2018 vond in Burgos (Spanje) een eenzijdig verkeersongeval plaats waarbij beide ouders van twee minderjarige kinderen zijn overleden. Het voertuig was verzekerd bij National Academic Verzekeringsmaatschappij N.V. (NA). Het gezin woonde in Nederland, maar na het ongeval zijn de kinderen bij hun grootouders in het buitenland gaan wonen. De grootouders en een tante voorzien sindsdien in de verzorging en opvoeding van de kinderen. NA heeft aansprakelijkheid erkend voor de schade van de kinderen als gevolg van het overlijden van hun ouders. Tussen partijen zijn vervolgens
  6. VR 2026/123 Schadeafwikkeling. Meerdere vaststellingsovereenkomsten. Onnodige procedure.

    Jurisprudentie

    In 2011 raakte verzoeker X als bijrijder gewond bij een verkeersongeval met een auto die verzekerd was bij InShared. In 2012 erkende InShared aansprakelijkheid. Er volgden daarna jaren van onderhandelingen over de letselschade, waarbij voorschotten werden betaald. In 2017 deed InShared een voorstel tot finale regeling via een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO 2017) met een totale schadevergoeding van € 393.000,-. Deze overeenkomst was al door InShared ondertekend, maar werd door X na advies van een nieuwe advocaat niet geaccepteerd. Daarna werd de schadeafwikkeling voortgezet, inclusief

  7. VR 2026/13 Deelgeschil letselschade. Aanrijding met golfkarretje. Causaal verband. Secundaire victimisatie.

    Jurisprudentie

    Op 21 september 2022 is X (verzoeker) op het terrein van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) te ’s-Gravendeel aangereden door een golfkar, bestuurd door een medewerker van het COA. Het COA heeft aansprakelijkheid aanvaard voor zover dit uit de feiten voortvloeit. Partijen hebben gezamenlijk medisch adviseur dr. Buisman (1MA) ingeschakeld. Er ontstond vervolgens verschil van mening over de vraag of de huidige klachten van X – waaronder een bilaterale spondylolysis – het gevolg zijn van het ongeval. Tijdens de zitting van 10 juni 2025 is afgesproken dat 1MA een aanvullend rapport zou

  8. VR 2026/14 Val van motor als passagier. Aansprakelijkheid bestuurder en WAM-verzekeraar.

    Jurisprudentie

    X (verzoekster) en A (verweerder) hadden in 2021 een affectieve relatie. Op oudjaarsavond wilden zij vanuit de woning van X in Rotterdam-Zuid met de motor van A naar de Erasmusbrug rijden om vuurwerk te bekijken. De motor was door A aangepast met een verlengde achterbrug, zonder de verplichte RDW-herkeuring. Voor het ritje werd de motor voorzien van een afneembaar passagierszitje zonder rugsteun voor X. Tijdens de rit trok A op bij een kruispunt, waarna X van de motor viel. A stopte direct en verleende eerste hulp terwijl een omstander 112 belde. X werd met spoed geopereerd aan zware

  9. VR 2026/15 De schadevergoedingsmaatregel in het licht van de normering en standaardisering van de behandeling van schade in het strafproces

    Artikel
    De vergoeding van de schade die een slachtoffer heeft geleden door een strafbaar feit is een complex onderwerp. Bij schadevergoedingen aan slachtoffers van strafbare feiten komen twee gescheiden rechtsgebieden, het civielrecht en het strafrecht, samen. Ook raakt het onderwerp aan politieke en ideologische discussies over de positie van het slachtoffer van strafbare feiten. Hoewel de huidige praktijk tot zowel principiële als praktische problemen en knelpunten leidt, lijkt de politieke en financiële ruimte voor de wetgever om deze problemen aan te pakken beperkt. Aan de aanbevelingen van de Commissie onderzoek stelsel schadevergoeding voor slachtoffers van strafbare feiten (beter bekend als de Commissie-Donner)1) uit 2021 is grotendeels geen gevolg gegeven.2) Een oplossingsrichting die de regering wel wil verkennen is de normering en standaardisering van de schadevergoedingen.3) Een wetenschappelijke uitwerking van deze verkenning is in opdracht van de Raad voor de rechtspraak uitgevoerd door Hebly en Lindenbergh. Dit heeft geresulteerd in het rapport ‘Doen wat kan. Hoe normering kan bijdragen aan betere behandeling van schadevergoedingsvorderingen in het strafproces’ dat in 2025 is verschenen.4) Dit rapport geeft het algemene kader over de mogelijkheid tot normering en standaardisering. Een verder uitvloeisel van de verkenning is de ‘Rotterdamse schaal’ met een praktische uitwerking van normering en standaardisering voor een specifieke vorm van schadevergoedingen: smartengeldbedragen.5)
  10. VR 2026/16 Oplossingsrichtingen voor een soepeler afwikkeling van letselschade

    Artikel
    Eind 2021 is op initiatief van Slachtofferhulp Nederland, de ANWB en het Verbond van Verzekeraars de Denktank vereenvoudigde schadeafhandeling bijeengebracht. Aanleiding voor deze Denktank was de constatering dat, ondanks de stappen die door de branche zijn gezet om de benadeelde in het schaderegelingsproces meer centraal te stellen, er ruimte blijft voor verbetering. Hoewel een op de benadeelde georiënteerde afwikkeling steeds beter geïntegreerd raakt, ligt de focus in de afhandeling soms meer dan nodig op het proces van schaderegeling dan op waar het werkelijk om draait: het herstel en de behoeften van benadeelden. Tegen deze achtergrond is de ambitie van de Denktank om te komen met oplossingsrichtingen voor een rechtvaardige(re), snelle(re), eenvoudige(re) en transparante(re) schadeafhandeling, waarbij het herstel en de behoeften van een benadeelde daadwerkelijk voorop staan en dit ook zo wordt ervaren door benadeelde.
  11. VR 2026/17 Niet aannemelijk gemaakt dat fietspaden voor meer dan dertig jaar voor iedereen toegankelijk zijn geweest. Geen openbare weg in de zin van de Wegenwet.

    Jurisprudentie

    De eigenaar van een landgoed heeft twee fietspaden op het landgoed, de Emilialaan en de Stulpselaan, afgesloten. Fietsvrienden Pijnenburg verzocht het college van burgemeester en wethouders van Baarn hiertegen handhavend op te treden, omdat de paden volgens hen openbare wegen zijn in de zin van de Wegenwet. Het college wees dit verzoek af, omdat het de paden niet aanmerkte als openbare weg. De rechtbank oordeelde dat het college terecht niet handhaafde ten aanzien van de Emilialaan, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat dit pad openbaar was geworden. Voor de Stulpselaan kwam de rechtbank tot

  12. VR 2026/18 Intrekken weekendverbod voor motoren. Geluidsonderzoek uitgevoerd na eerdere uitspraak. Intrekkingsbesluit deugdelijk gemotiveerd.

    Jurisprudentie

    In een eerdere uitspraak had de Afdeling geoordeeld dat het verkeersbesluit om motoren in de weekenden van 1 april tot en met 31 oktober te weren onzorgvuldig was voorbereid. Naar aanleiding van die uitspraak heeft het college een geluidsonderzoek laten uitvoeren. Op basis van de resultaten van dat onderzoek en de cijfers over ongevallen, heeft het college geconcludeerd dat een weekendverbod voor motoren niet gerechtvaardigd is. Daarom heeft het college het besluit ingetrokken. Twee omwonenden stellen dat het intrekken van dit besluit in strijd is met de doelstellingen van artikel 2 WVW 1994

  13. VR 2026/19 Bijrijder na ongeval overleden. Alternatief scenario van verontschuldigbare onmacht niet aannemelijk. Veroordeling overtreding art. 6 WVW 1994.

    Jurisprudentie

    De verdachte wordt verweten dat hij als beginnend bestuurder door zeer onvoorzichtig rijgedrag een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij zijn bijrijder is overleden. Vaststaat dat hij op een onverlichte 60-km-weg met een snelheid van ongeveer 135 km/u heeft gereden. In een bocht raakte de auto in een drift, waarna deze van de weg raakte en tegen twee bomen botste. Uit EDR-gegevens blijkt dat de auto 0,5 seconden vóór de botsing 123,07 km/u reed en tijdens de botsing 98,38 km/u. De verdediging heeft aangevoerd dat sprake was van verontschuldigbare onmacht, omdat de verdachte voorafgaand aan

  14. VR 2026/20 Vrijspraak dood door schuld. Geen verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid.

    Jurisprudentie

    Verdachte raakt als bestuurder van een auto betrokken bij een verkeersongeval met een fietser. Als gevolg van het ongeval komt de fietser om het leven. Op de plaats van het ongeval geldt een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Uit onderzoek blijkt dat verdachte heeft gereden met een minimale snelheid van 71,51 kilometer per uur. De verbalisant ruikt bij het eerste contact met verdachte een alcohollucht en de verdachte vertoont uiterlijke kenmerken van alcoholgebruik. Het resultaat van de blaastest op het voorselectieapparaat duidt op een waarde tussen de 300 en 430 microgram alcohol per

  15. VR 2026/21 Dekman valt van schip. Letselschade. Aansprakelijkheid werkgever en/of schip.

    Jurisprudentie

    Op 19 december 2012 raakte X als terminaloperator bij ECT ernstig gewond toen hij aan boord van het containerschip van Cosco Europe door een opening viel tijdens het sluiten van een scheepsluik. De looppaden waren rommelig door lashingmateriaal, ondanks herhaalde verzoeken van X om dit op te ruimen. Hierdoor kon hij de veiligheidsprocedure niet volledig volgen. ECT erkende aansprakelijkheid en stelde vervolgens Cosco aansprakelijk. Volgens het Marintec-rapport was het ongeval het gevolg van onveilige omstandigheden en het niet naleven van veiligheidsprocedures. In eerste aanleg vorderde ECT

  16. VR 2026/22 Regresvordering verzekeraar. Aanvang verjaringstermijn. Redelijkheid en billijkheid.

    Jurisprudentie

    In 2013 hield Ziggo een bedrijfsfeest bij evenementenlocatie Brothers. Een medewerker van Ziggo kwam daar ten val op een nabijgelegen parkeerterrein en liep daarbij blijvend letsel op. De verzekeraar van Ziggo, Nationale Nederlanden (NN), stelt dat Brothers naast Ziggo aansprakelijk is voor deze schade en vordert regres voor het aan de werknemer uitgekeerde bedrag van € 230.000,-. Brothers betwist die aansprakelijkheid en beroept zich op verjaring. De werknemer stelde Ziggo in 2017 aansprakelijk, waarna aansprakelijkheid aanvankelijk werd afgewezen. In 2019 vond een voorlopig getuigenverhoor

  17. VR 2026/23 Ernstig verkeersongeval. Verhaalsvordering van verzekeraar. Aansprakelijkheid wegbeheerder

    Jurisprudentie

    Op 8 september 2019 vond een aanrijding plaats op een fietspad in Haarlem tussen een bromfietser en een sportfietser. De sportfietser reed als laatste in een groep van vijf wielrenners. De botsing gebeurde bij de overgang van een houten brug naar asfalt, waar het pad smal is en een hobbel in het wegdek zit. De eerste vier fietsers konden de bromfietser passeren, maar de vijfde fietser botste tegen zijn spiegel en kwam ten val. De sportfietser overleed later aan zijn verwondingen. De bromfietser verklaarde dat hij snelheid minderde, probeerde uit te wijken en gepoogd had om de fietser te

  18. VR 2026/24 Letselschade na val tijdens training hondencursus. Aansprakelijkheid bedrijf.

    Jurisprudentie

    Op 4 februari 2020 vond een ongeval plaats tijdens een hondentraining in de trainingshal van De Bréborgh. Tijdens de training was een parcours met hindernissen uitgezet. Toen de hond van appellant (A) bij een tunnel weigerde verder te lopen en A een stap achteruit deed, kwam hij ten val op een natte plek en liep hij ernstig armletsel op. A stelt dat De Bréborgh haar zorgplicht had geschonden. De door De Bréborgh genomen maatregelen – het beschikbaar stellen van dweilmateriaal en instructies aan deelnemers – waren volgens hem onvoldoende en ook ontbraken er waarschuwingsborden. In het

  19. VR 2026/25 Verkeersongeval. Geremd voor overstekende hond. Verkeersnoodzaak?

    Jurisprudentie

    Op 14 juli 2018 vond een verkeersongeval plaats op de A20. Daarbij botste een Renault Megane, bestuurd door Y en verzekerd bij Euro Insurances (vertegenwoordigd door AMS), met de rechtervoorzijde tegen de linkerachterzijde van een Kia Picanto. De Kia werd bestuurd door X en was verzekerd bij TVM. Het ongeval ontstond doordat de Kia, die op de linkerrijstrook reed, plotseling en krachtig afremde, waarna de achteropkomende Renault een aanrijding niet meer kon voorkomen. De rechtbank Den Haag oordeelde op 9 augustus 2023 dat TVM als WAM-verzekeraar aansprakelijk was voor de schade die uit het

  20. VR 2026/26 Zorgplicht van de Staat. Geen aansprakelijkheid voor schade overleden dochter.

    Jurisprudentie

    Eisers zijn de ouders van A, die in 2021 door een misdrijf om het leven gekomen is. Verdachte X heeft tijdens de voorlopige hechtenis een einde aan zijn leven gemaakt. Het OM heeft X niet meer strafrechtelijk kunnen vervolgen dus hebben eisers zich niet als benadeelde partij kunnen voegen in de strafzaak tegen X. Hierdoor hebben zij hun schade (shockschade, affectieschade en overlijdensschade) niet binnen het strafproces kunnen verhalen en spreken zij nu de Staat hiervoor aan. Zij stellen dat de Staat ernstig tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Volgens eisers wist of had de Staat moeten

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!