Zoeken

10024 resultaten gevonden

  1. VR 2026/27 Verzekeringsrecht. Uitsluitingsclausule. Auto total loss. Schrikborrel.

    Jurisprudentie

    Nadat X met zijn leaseauto in de sloot was beland, werd de auto total loss verklaard. De auto was allrisk verzekerd bij Univé, maar die weigert dekking. Volgens Univé heeft X onder invloed van alcohol gereden, waardoor een uitsluitingsclausule in de polisvoorwaarden van toepassing is. X stelt dat hij het ongeval kreeg doordat hij moest uitwijken en remmen voor een dier. Hij zou pas ná het ongeval alcohol gedronken hebben in de vorm van een zogenoemde “schrikborrel”. Hij vordert daarom dat Univé de schade aan zijn leasemaatschappij dient te vergoeden. De rechtbank stelt voorop dat een

  2. VR 2026/28 Patiënt overlijdt na vluchtpoging. Falend toezicht of gebrekkig opstal? Aansprakelijkheid GGZ-instelling.

    Jurisprudentie

    In maart 2024 overleed A op 29-jarige leeftijd na een vluchtpoging uit een gesloten HIC-afdeling van GGZ inGeest. Hij had sinds 2021 ernstige psychische klachten en verbleef daar sinds oktober 2023 op grond van een zorgmachtiging. Op 10 januari 2024 verplaatste A samen met een medepatiënt een voetbaltafel naar de patio en gebruikte deze om over de muur te klimmen. Daarbij viel of sprong A in een achterliggende gracht, waarbij hij ernstig letsel opliep. A belandde in een coma en op verzoek van zijn familie werd A overgebracht naar een ziekenhuis in Turkije. Daar overleed A zonder bij bewustzijn

  3. VR 2026/29 Verkeersongeval wegens alcoholgebruik. Uitleg beding niet-uitkeren aan verzekerde.

    Jurisprudentie

    In de nacht van 23 februari 2022 raakte de auto van X total loss door een verkeersongeval. Hij werd naar het ziekenhuis gebracht. Volgens het proces-verbaal van de politie werd het ongeval veroorzaakt door een combinatie van alcoholgebruik, vermoeidheid en hoge snelheid, waardoor hij de macht over het stuur verloor en tegen de betonnen middenberm botste. Door het ongeval ontstond schade aan het wegdek en de middenberm, waarvoor Rijkswaterstaat de verzekeraar van X aansprakelijk stelde. Verzekeraar Univé heeft hiervoor € 33.438,97 betaald. Univé vordert maximaal € 5.000,- van X, vermeerderd met

  4. VR 2026/30 Aansprakelijkheid. Zzp-er werkzaam als onderaannemer aangevallen door bewoonster.

    Jurisprudentie

    Verzoeker X is zelfstandig schilder en werkte als ZZP’er voor verweerster B bij een nieuwbouwproject. Na klachten over het schilderwerk kreeg hij opdracht tot herstelwerk bij een woning. Door miscommunicatie over de werkzaamheden en het tijdstip ontstond een conflict tussen X en de bewoners. De situatie escaleerde waarbij verweerder C hem fysiek aanviel. X liep lichamelijk en psychisch letsel op en heeft aangifte gedaan. Getuigen bevestigen het geweldsincident. In dit deelgeschil verzoekt X om hoofdelijke aansprakelijkheid van hen vast te stellen voor zijn schade als gevolg van de mishandeling

  5. VR 2026/31 Begroting van smartengeld in beweging,

    Artikel
    In 1959 verscheen de eerste tabel van rechterlijke uitspraken over (de hoogte van) smartengeld in Verkeersrecht.1) In dat nummer lichtte de Delftse advocaat Th. L. van der Veen zijn eerste pogingen toe vanuit de gedachte dat bekendheid met andere uitspraken zowel voor rechters als voor partijen bij hun onderhandelingen kan bijdragen aan het vinden van een antwoord op de vraag wat in voorkomend geval een juist bedrag zou zijn.2) Het betrof een eenvoudige lijst van bijna 120 grotendeels niet gepubliceerde uitspraken met een rubricering naar letsel verdeeld over een 10-tal categorieën, vermelding van een aantal maatschappelijke omstandigheden (arbeidsongeschiktheid, ziekenhuisopname) en steeds vermelding van het beroep van het slachtoffer. Vijf jaar later verscheen de tweede, aanzienlijk langere lijst van circa 250 uitspraken waarvan een groot deel inmiddels gepubliceerd.3) De letselindeling bleef gelijk, werd iets uitgebreid en de rubricering binnen een categorie vond plaats naar volgorde van het toegewezen bedrag. Deze opzet is tot op heden niet losgelaten. Vanaf de derde druk in 1967 werden de uitspraken genummerd en vanaf de vierde druk in 1970 werd een inflatiecorrectietabel opgenomen. Het aantal uitspraken was inmiddels gegroeid tot ruim 500. De frequentie van de verschijning nam ook toe van eenmaal in de vijf jaar, naar om de drie jaar en vervolgens ieder jaar. Inmiddels is de 31e editie van de Smartengeldgids verschenen.
  6. VR 2026/32 Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW

    Artikel
    Bijlage bij 'Begroting van smartengeld in beweging' Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW Aanbevelingen hanteren Rotterdamse Schaal Geldend vanaf 1 januari 2026 * * Zie: https://www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-proce… Inleiding In opdracht van de Raad voor de Rechtspraak hebben onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam een model beschreven om tot een meer eenduidige vaststelling van smartengeld te komen. Dit model, dat gebaseerd is op de Engelse (en Ierse)
  7. VR 2026/33, Bestuursuitspraak Verzoek handhaving nachtelijk toegangsverbod parkeerterreinen terecht afgewezen. Geen openbare weg in zin Wegenwet. Verkeersbesluit niet vereist.

    Jurisprudentie

    Staatsbosbeheer heeft bij een aantal parkeerterreinen een bord geplaatst met de tekst dat de toegang tussen zonsondergang en zonsopkomst verboden is. Een stichting verzocht het college om handhavend op te treden, omdat volgens haar de parkeerterreinen openbare wegen zijn en afsluiting daarom alleen mag met een verkeersbesluit op basis van de Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank oordeelde dat het college niet bevoegd is om handhavend op te treden. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dat oordeel. De Afdeling stelt dat alleen handhavend kan worden opgetreden tegen

  8. VR 2026/34, Bestuursuitspraak Meervoudige kantonuitspraak nietig.

    Jurisprudentie

    De betrokkene stelde beroep in omdat de officier van justitie niet tijdig had beslist op zijn administratief beroep in een Wahv-zaak. De rechtbank behandelde de zaak in een meervoudige kamer en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Het hof oordeelt dat wet niet voorziet in de mogelijkheid van meervoudige kantonrechtspraak. Gelet hierop is de beslissing van de rechtbank nietig. Het hof stelt vast dat de officier van justitie te laat heeft beslist. Nadat de beslistermijn was verstreken, heeft de gemachtigde van de betrokkene de officier van justitie in gebreke gesteld. Omdat vervolgens niet

  9. VR 2026/35, Strafuitspraak Motorrijder rijdt tegen bakfiets. Dood door schuld. Roekeloosheid.

    Jurisprudentie

    Verdachte is een bestuurder van een motorfiets. Bij het naderen van de middengeleider ziet verdachte drie auto’s langzaam rijden dan wel stilstaan. In plaats van achter deze auto’s aan te sluiten, besluit de verdachte de auto’s links in te halen. Hij rijdt vervolgens over de verkeersgeleidingsstrook met wit puntstuk, negeert het op de verkeerszuil geplaatst verkeersbord dat aanwijst dat rechts van de vluchtheuvel gebleven moet worden en rijdt met zijn motor links van de middengeleider - en dus over de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer. Vóór de drie auto’s rijdt een vader op zijn bakfiets

  10. VR 2026/36, Civiele uitspraak Claim affectieschade zus van slachtoffer levensdelict. Kring van personen recht op affectieschade.

    Jurisprudentie

    In de ochtend van 12 maart 2021 is in een sloot in Amsterdam een stoffelijk overschot aangetroffen. Het bleek een 22-jarige man te zijn, die eerder als vermist was opgegeven. Uit onderzoek naar de doodsoorzaak is gebleken dat het slachtoffer is overleden is aan de gevolgen van een inschotverwonding aan het hoofd. In het strafproces van de verdachte heeft de zus van het slachtoffer (A) zich als benadeelde partij gevoegd en € 17.500,- aan affectieschade gevorderd. Dit cassatiemiddel richt zich tegen het oordeel van het hof om A affectieschade toe te kennen en daarbij de

  11. VR 2026/37, Civiele uitspraak Verzekeringsrecht. Moment aansprakelijkheidsstelling bepalend voor aanvang verjaringstermijn?

    Jurisprudentie

    In november 2009 kreeg een werkneemster van Rabobank tijdens haar werkzaamheden een eenzijdig auto-ongeval. Rabobank had destijds een aansprakelijkheidsverzekering bij Zurich, waarvan de dekking per 1 oktober 2009 was uitgebreid tot aansprakelijkheid op grond van artikel 7:611 BW (goed werkgeverschap). Op 24 september 2014 berichtte de advocaat van de werkneemster Rabobank dat zij zich na het ongeval niet als goed werkgever zou hebben gedragen en dat de werkneemster haar rechten ondubbelzinnig voorbehield. Ter voorkoming van verjaring werd de brief aangemerkt als een stuitingsmededeling. Op 25

  12. VR 2026/38, Civiele uitspraak Begrip ‘roekeloosheid’ conform artikel 7:952 BW. Botsing auto’s. Eigen schuld voorligger.

    Jurisprudentie

    Appellanten houden zich voor werk bezig met goederenvervoer over de weg. In januari 2021 botste A met zijn Dodge Ram achterop een auto die zonder verlichting vanaf een tankstation de weg opreed. De Dodge Ram was WA-verzekerd bij Allianz. Met de bestuurder van de aangereden auto is een minnelijke regeling getroffen, waarbij 75% van diens schade is vergoed door Allianz. Op de verzekering waren de voorwaarden BST16 van toepassing, waarin dekking bij opzet of roekeloosheid is uitgesloten, een mededelingsplicht geldt en een verhaalsrecht is opgenomen bij uitkering op grond van de WAM zonder dekking

  13. VR 2026/39, Civiele uitspraak Overgangsrecht Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht.

    Jurisprudentie

    In 2020 was appellant X betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij met hoge snelheid met zijn motor tegen een auto botste die hem geen voorrang verleende. Hij heeft Unigarant, de WAM-verzekeraar van de auto, aangesproken tot vergoeding van zijn letselschade. De aansprakelijkheid is door Unigarant erkend. Om de omvang van de schade van X vast te stellen, acht hij medische expertises noodzakelijk. Daarom heeft hij op 19 december 2024 bij de rechtbank een verzoek ingediend tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht, waarbij hij benoeming verzocht van een KNO-arts, revalidatiearts

  14. VR 2026/40, Civiele uitspraak Val over transportdolly in supermarkt. Aansprakelijkheid supermarkt. Geen eigen schuld.

    Jurisprudentie

    In september 2022 viel appellante X over een transportdolly die in het gangpad van een Albert Heijn to go (AH to go) stond. Zij heeft daarbij blijvend letsel aan haar voet opgelopen. De AH to go wordt geëxploiteerd door Albron op het terrein van Tilburg University. Albron erkende aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval, maar beriep zich op eigen schuld aan de zijde van X. In de deelgeschilprocedure oordeelde de rechtbank dat Albron aansprakelijk was, maar dat sprake was van 25% eigen schuld aan de zijde van X. In de daaropvolgende bodemprocedure achtte de rechtbank zich aan dit

  15. VR 2026/41, Civiele uitspraak Aansprakelijkheid reisorganisatie voor schade van gebroken glazen douchewand in hotel.

    Jurisprudentie

    Eiser X had met Corendon een pakketreisovereenkomst gesloten voor een reis naar Turkije. De pakketreis bestond onder andere uit een retourvlucht van Amsterdam naar Bodrum en een verblijf in het Palmwings Beach Hotel in Kusadasi. De pakketreis was voor vier personen en bedroeg in totaal € 4.087,00. Tijdens het verblijf in Kusadasi is de glazen schuifdeur van de douchecabine in de hotelkamer van de familie X gebroken. Naar aanleiding hiervan stelt X Corendon aansprakelijk voor de materiële en immateriële schade die zij daardoor heeft geleden en nog zal lijden. Zij vordert onder meer een

  16. VR 2026/42, Civiele uitspraak Kleuter valt op hoofd tijdens gymles. Afwijzing aansprakelijkheid ouders klasgenootje.

    Jurisprudentie

    Tijdens een gymles op school viel de 4-jarige A van de glijbaan. Zij had haar klasgenootje B gevraagd om een duwtje te geven. Door de val kwam A hard op haar hoofd terecht en liep zij ernstig letsel op, waaronder een schedelbreuk en een epidurale bloeding, waarvan zij nog steeds klachten ervaart. Namens A heeft haar moeder de rechtbank verzocht te verklaren dat de ouders van B op grond van artikel 6:169 lid 1 BW aansprakelijk zijn voor de schade van A, en dat hun aansprakelijkheidsverzekeraar Klaverblad verplicht is deze schade te vergoeden. Allereerst stelt de rechtbank vast dat het ongeval

  17. VR 2026/43, Civiele uitspraak Uitglijden op parkeerdek winkelcentrum. Aansprakelijkheid parkeerdek. Kelderluikcriteria.

    Jurisprudentie

    Op 17 januari 2023 gleed eiseres X uit op het bovenste parkeerdek van het winkelcentrum. Door ijsvorming was deze zeer glad geworden. Bij het uitstappen van haar auto gleed haar linkerbeen weg terwijl haar rechterbeen nog vastzat, waardoor zij haar rechterbovenbeen brak. Het parkeerdek is eigendom van Retail Property, dat voor aansprakelijkheid verzekerd is bij Achmea. FHV Groep BV was via Sweco ingeschakeld voor schoonmaak en gladheidsbestrijding. Een medewerker was ter plaatse om zout te strooien, maar wachtte op een nieuwe levering. X werd per ambulance naar het ziekenhuis gebracht en

  18. VR 2026/44 Lokale regulering van fatbikes – een heilloze weg?

    Artikel
    1. Inleiding Ze zijn niet meer weg te denken uit het straatbeeld, de fatbikes. Vooral bij jongeren een populair vervoersmiddel, maar voor velen ook een bron van ergernis. Ontworpen als terreinfiets, maar vooral te zien in de stad waar ze – vaak opgevoerd – voor overlast én gevaar zorgen. Gesproken wordt van honderden zware ongevallen per jaar.2) Het is dan ook niet verwonderlijk dat al langere tijd gezonnen wordt op maatregelen tegen het gebruik van fatbikes, maar tot nu toe tevergeefs.3) Zo kwam er weinig terecht van de uitvoering van een motie van de Tweede Kamer in 2024 waarin zij opriep tot de invoering van een minimumleeftijd van veertien jaar voor het rijden op fatbikes en een helmplicht voor fatbikers die harder kunnen rijden dan 25 kilometer per uur.4) In februari 2025 liet de regering weten de motie niet uitvoerbaar te achten.5)
  19. VR 2026/45 Vergoeding van schokschade in medische kwesties na Hoogeveen

    Artikel
    1. Inleiding Hoe ver reikt het recht van een naaste op schadevergoeding wanneer hij met eigen ogen het plotselinge overlijden van een dierbare als gevolg van een medische fout waarneemt? Deze vraag staat centraal in de uitspraak van het UK Supreme Court in Paul and another v Royal Wolverhampton NHS Trust (hierna: Paul)1). Hierin wees het een vordering van twee dochters tot vergoeding van schokschade af. De dochters zagen hoe hun vader onverwachts ineenzakte en overleed aan een hartaanval. Veertien maanden eerder bezocht de vader het ziekenhuis wegens klachten aan zijn borst en kaak, maar de behandelend arts liet na om nader onderzoek te verrichten waardoor een onderliggende hartziekte onopgemerkt bleef. Volgens de meerderheid van het UK Supreme Court komt het geestelijk letsel dat de dochters opliepen door waarneming van het overlijden niet voor vergoeding in aanmerking. Deze terughoudende benadering staat in contrast tot de meer moderne koers die de Hoge Raad in 2022 insloeg in het Hoogeveen-arrest2). Daarin verlaat de Hoge Raad de harde vereisten uit Taxibus en introduceert hij een gezichtspuntenbenadering3). Opvallend genoeg ontbreekt – voor zover mij bekend – in de Nederlandse rechtspraak een uitspraak waarin deze gezichtspunten zijn toegepast op een medische aansprakelijkheidskwestie. Deze lacune vormde aanleiding om afgelopen jaar mijn afstudeerscriptie binnen de master privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen aan dit onderwerp te wijden. Deze bijdrage bevat een verkorte weergave daarvan en onderzoekt in hoeverre het Nederlandse recht naar aanleiding van Hoogeveen ruimte biedt voor de vergoeding van schokschade naar aanleiding van een medische fout. Evenals in mijn scriptie dienen hierbij de feiten uit Paul als referentiekader voor de toepassing van Hoogeveen op medische aansprakelijkheidszaken. Alvorens in de derde paragraaf tot deze toepassing over te gaan, bespreek ik in de volgende paragraaf het leerstuk van schokschade en de relevante ontwikkelingen hierin.
  20. VR 2026/46 Besluit aanwijzing Kiss & Ride-strook. Door appellant genoemde toekomstige ontwikkelingen onvoldoende concreet om mee te nemen in belangenafweging.

    Jurisprudentie

    Het college heeft een - in bezwaar gehandhaafd - besluit genomen dat inhoudt dat tien parkeerplaatsen worden aangewezen als Kiss & Ride-strook, bedoeld voor het kort laten in- en uitstappen van passagiers. De rechtbank heeft dit besluit vernietigd, omdat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen. De rechtbank vond in dat verband van belang dat het college onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke manier de ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van de woning van appellant en de Kiss & Ride-strook van invloed zijn op haar belang om te kunnen parkeren binnen een acceptabele

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!