Zoeken

9924 resultaten gevonden

  1. VR 2026/21 Dekman valt van schip. Letselschade. Aansprakelijkheid werkgever en/of schip.

    Jurisprudentie

    Op 19 december 2012 raakte X als terminaloperator bij ECT ernstig gewond toen hij aan boord van het containerschip van Cosco Europe door een opening viel tijdens het sluiten van een scheepsluik. De looppaden waren rommelig door lashingmateriaal, ondanks herhaalde verzoeken van X om dit op te ruimen. Hierdoor kon hij de veiligheidsprocedure niet volledig volgen. ECT erkende aansprakelijkheid en stelde vervolgens Cosco aansprakelijk. Volgens het Marintec-rapport was het ongeval het gevolg van onveilige omstandigheden en het niet naleven van veiligheidsprocedures. In eerste aanleg vorderde ECT

  2. VR 2026/22 Regresvordering verzekeraar. Aanvang verjaringstermijn. Redelijkheid en billijkheid.

    Jurisprudentie

    In 2013 hield Ziggo een bedrijfsfeest bij evenementenlocatie Brothers. Een medewerker van Ziggo kwam daar ten val op een nabijgelegen parkeerterrein en liep daarbij blijvend letsel op. De verzekeraar van Ziggo, Nationale Nederlanden (NN), stelt dat Brothers naast Ziggo aansprakelijk is voor deze schade en vordert regres voor het aan de werknemer uitgekeerde bedrag van € 230.000,-. Brothers betwist die aansprakelijkheid en beroept zich op verjaring. De werknemer stelde Ziggo in 2017 aansprakelijk, waarna aansprakelijkheid aanvankelijk werd afgewezen. In 2019 vond een voorlopig getuigenverhoor

  3. VR 2026/23 Ernstig verkeersongeval. Verhaalsvordering van verzekeraar. Aansprakelijkheid wegbeheerder

    Jurisprudentie

    Op 8 september 2019 vond een aanrijding plaats op een fietspad in Haarlem tussen een bromfietser en een sportfietser. De sportfietser reed als laatste in een groep van vijf wielrenners. De botsing gebeurde bij de overgang van een houten brug naar asfalt, waar het pad smal is en een hobbel in het wegdek zit. De eerste vier fietsers konden de bromfietser passeren, maar de vijfde fietser botste tegen zijn spiegel en kwam ten val. De sportfietser overleed later aan zijn verwondingen. De bromfietser verklaarde dat hij snelheid minderde, probeerde uit te wijken en gepoogd had om de fietser te

  4. VR 2026/24 Letselschade na val tijdens training hondencursus. Aansprakelijkheid bedrijf.

    Jurisprudentie

    Op 4 februari 2020 vond een ongeval plaats tijdens een hondentraining in de trainingshal van De Bréborgh. Tijdens de training was een parcours met hindernissen uitgezet. Toen de hond van appellant (A) bij een tunnel weigerde verder te lopen en A een stap achteruit deed, kwam hij ten val op een natte plek en liep hij ernstig armletsel op. A stelt dat De Bréborgh haar zorgplicht had geschonden. De door De Bréborgh genomen maatregelen – het beschikbaar stellen van dweilmateriaal en instructies aan deelnemers – waren volgens hem onvoldoende en ook ontbraken er waarschuwingsborden. In het

  5. VR 2026/25 Verkeersongeval. Geremd voor overstekende hond. Verkeersnoodzaak?

    Jurisprudentie

    Op 14 juli 2018 vond een verkeersongeval plaats op de A20. Daarbij botste een Renault Megane, bestuurd door Y en verzekerd bij Euro Insurances (vertegenwoordigd door AMS), met de rechtervoorzijde tegen de linkerachterzijde van een Kia Picanto. De Kia werd bestuurd door X en was verzekerd bij TVM. Het ongeval ontstond doordat de Kia, die op de linkerrijstrook reed, plotseling en krachtig afremde, waarna de achteropkomende Renault een aanrijding niet meer kon voorkomen. De rechtbank Den Haag oordeelde op 9 augustus 2023 dat TVM als WAM-verzekeraar aansprakelijk was voor de schade die uit het

  6. VR 2026/26 Zorgplicht van de Staat. Geen aansprakelijkheid voor schade overleden dochter.

    Jurisprudentie

    Eisers zijn de ouders van A, die in 2021 door een misdrijf om het leven gekomen is. Verdachte X heeft tijdens de voorlopige hechtenis een einde aan zijn leven gemaakt. Het OM heeft X niet meer strafrechtelijk kunnen vervolgen dus hebben eisers zich niet als benadeelde partij kunnen voegen in de strafzaak tegen X. Hierdoor hebben zij hun schade (shockschade, affectieschade en overlijdensschade) niet binnen het strafproces kunnen verhalen en spreken zij nu de Staat hiervoor aan. Zij stellen dat de Staat ernstig tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Volgens eisers wist of had de Staat moeten

  7. VR 2026/27 Verzekeringsrecht. Uitsluitingsclausule. Auto total loss. Schrikborrel.

    Jurisprudentie

    Nadat X met zijn leaseauto in de sloot was beland, werd de auto total loss verklaard. De auto was allrisk verzekerd bij Univé, maar die weigert dekking. Volgens Univé heeft X onder invloed van alcohol gereden, waardoor een uitsluitingsclausule in de polisvoorwaarden van toepassing is. X stelt dat hij het ongeval kreeg doordat hij moest uitwijken en remmen voor een dier. Hij zou pas ná het ongeval alcohol gedronken hebben in de vorm van een zogenoemde “schrikborrel”. Hij vordert daarom dat Univé de schade aan zijn leasemaatschappij dient te vergoeden. De rechtbank stelt voorop dat een

  8. VR 2026/28 Patiënt overlijdt na vluchtpoging. Falend toezicht of gebrekkig opstal? Aansprakelijkheid GGZ-instelling.

    Jurisprudentie

    In maart 2024 overleed A op 29-jarige leeftijd na een vluchtpoging uit een gesloten HIC-afdeling van GGZ inGeest. Hij had sinds 2021 ernstige psychische klachten en verbleef daar sinds oktober 2023 op grond van een zorgmachtiging. Op 10 januari 2024 verplaatste A samen met een medepatiënt een voetbaltafel naar de patio en gebruikte deze om over de muur te klimmen. Daarbij viel of sprong A in een achterliggende gracht, waarbij hij ernstig letsel opliep. A belandde in een coma en op verzoek van zijn familie werd A overgebracht naar een ziekenhuis in Turkije. Daar overleed A zonder bij bewustzijn

  9. VR 2026/29 Verkeersongeval wegens alcoholgebruik. Uitleg beding niet-uitkeren aan verzekerde.

    Jurisprudentie

    In de nacht van 23 februari 2022 raakte de auto van X total loss door een verkeersongeval. Hij werd naar het ziekenhuis gebracht. Volgens het proces-verbaal van de politie werd het ongeval veroorzaakt door een combinatie van alcoholgebruik, vermoeidheid en hoge snelheid, waardoor hij de macht over het stuur verloor en tegen de betonnen middenberm botste. Door het ongeval ontstond schade aan het wegdek en de middenberm, waarvoor Rijkswaterstaat de verzekeraar van X aansprakelijk stelde. Verzekeraar Univé heeft hiervoor € 33.438,97 betaald. Univé vordert maximaal € 5.000,- van X, vermeerderd met

  10. VR 2026/30 Aansprakelijkheid. Zzp-er werkzaam als onderaannemer aangevallen door bewoonster.

    Jurisprudentie

    Verzoeker X is zelfstandig schilder en werkte als ZZP’er voor verweerster B bij een nieuwbouwproject. Na klachten over het schilderwerk kreeg hij opdracht tot herstelwerk bij een woning. Door miscommunicatie over de werkzaamheden en het tijdstip ontstond een conflict tussen X en de bewoners. De situatie escaleerde waarbij verweerder C hem fysiek aanviel. X liep lichamelijk en psychisch letsel op en heeft aangifte gedaan. Getuigen bevestigen het geweldsincident. In dit deelgeschil verzoekt X om hoofdelijke aansprakelijkheid van hen vast te stellen voor zijn schade als gevolg van de mishandeling

  11. Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over het bericht dat de opstelling van verzekeraars bij letselschade verhardt. Antwoord van Minister Blok (Veiligheid en Justitie)

    VR-kort
    Bericht
    08 juni 2017
    Uit het meest recente tweejaarlijkse onderzoek dat het Verbond van Verzekeraars en het Personenschade Instituut van Verzekeraars hebben laten uitvoeren blijkt dat 91% van de zaken binnen twee jaar na de schademelding wordt afgerond. Uit dit onderzoek blijkt ook dat discussies over aansprakelijkheid in 5% van de gevallen de reden is voor een langere afwikkeling dan twee jaar. Dat de afronding in andere gevallen lang duurt, heeft veelal te maken met het bepalen van de omvang van de schade. Het gaat dan om moeilijk vast te stellen schades, bijvoorbeeld schade bij jonge kinderen of hersenletsel
  12. Waarborgen dat het slachtoffer zijn toekomstschade daadwerkelijk kan dragen

    VR-kort
    Artikel
    08 november 2018
    Mr. J.G. Keizer Als er sprake is van blijvend letsel, waarbij ook de arbeidscapaciteit van de benadeelde duurzaam is aangetast, wordt er in letselschadezaken in overgrote meerderheid gekozen om de toekomstschade op enig moment af te wikkelen, waarbij de toekomstschade via een ‘som ineens’ (analoog aan artikel 6:105 BW) wordt uitgekeerd. Aan de benadeelde die bijvoorbeeld door verlies aan verdienvermogen en/of kosten voor verpleging en verzorging jaarlijks schade zal leiden, moet dan een kapitaal worden uitgekeerd dat toereikend is om ieder jaar een bedrag ter hoogte van die jaarschade te
  13. Waarborgfonds Motorverkeer: partner van Meldpunt Veilig Verkeer

    VR-kort
    Bericht
    11 november 2015
    Het Waarborgfonds Motorverkeer gaat het Meldpunt Veilig Verkeer van Veilig Verkeer Nederland (VVN) ondersteunen om het Nederlandse verkeer nog veiliger te maken. Dit is 4 november bekend gemaakt tijdens het 50-jarig Jubileumcongres van het Waarborgfonds. Met de samenwerking willen de partijen het doen van meldingen van verkeersonveilige situaties stimuleren en bewoners ondersteunen hun eigen buurt verkeersveiliger te maken. Naast een financiële bijdrage van het Waarborgfonds Motorverkeer aan VVN bestaat de samenwerking ook uit het delen van kennis en communicatielijnen tussen beide partijen
  14. Waarom het rekensjabloon van het nieuwe model moet worden aangepast

    VR-kort
    Artikel
    07 februari 2019
    Mr. J.M. Tromp In november 2014 is door de werkgroep ‘Denktank Overlijdensschade’ (hierna: de Denktank) een nieuwe methode gelanceerd voor de berekening van een overlijdensschade. Dat nieuwe model bestaat uit twee delen, te weten een economisch rekendeel 1, dat normatief neutraal is, en een juridisch deel 2, waarin keuzes kunnen worden gemaakt. Zo is in deel 2 discussie mogelijk met betrekking tot onder andere 1. de verrekening van tot uitkering gekomen verzekeringen, 2. de verdeling van de schade over de nabestaanden en 3. de vraag of het schadebedrag voor een minderjarig kind op een BEM
  15. Wanbetalers en het in bewaring stellen van motorrijtuigen

    Column
    Hoewel het incassosysteem van de WAHV tamelijk efficiënt werkt, blijft er in het grote geheel natuurlijk een bepaald percentage van de opgelegde sancties onbetaald. Om in die gevallen alsnog de betalingsbereidheid te bevorderen, biedt de WAHV aan justitie en politie enkele bevoegdheden. Degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, kan worden gegijzeld (art. 28 WAHV), zijn rijbewijs kan worden ingenomen (art. 29 WAHV) of het voertuig van de betrokkene kan buiten gebruik worden gesteld (art. 30 WAHV). Het jaarbericht van het CJIB over 2005 (p. 21-23) vermeldt dat in ettelijke

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!