VR-kort *

Denktank overlijdensschade 2.0

In 2009 kwam een aantal professionals uit de letselschadebranche bij elkaar om na te denken over een nieuwe manier om de schade te berekenen bij overlijden. De oude methode was ongelooflijk ingewikkeld en ondoorzichtig. Eind 2014 kwam de Denktank met een nieuwe methode die transparant was, meeging in de maatschappelijke ontwikkelingen en door de nabestaanden eenvoudig kon worden begrepen. Deze methode werd vastgelegd in de Notitie Denktank Overlijdensschade en sinds 2015 worden overlijdensschades via deze methode afgewikkeld.

Waarom het rekensjabloon van het nieuwe model moet worden aangepast

In november 2014 is door de werkgroep ‘Denktank Overlijdensschade’ (hierna: de Denktank) een nieuwe methode gelanceerd voor de berekening van een overlijdensschade. Dat nieuwe model bestaat uit twee delen, te weten een economisch rekendeel 1, dat normatief neutraal is, en een juridisch deel 2, waarin keuzes kunnen worden gemaakt. Zo is in deel 2 discussie mogelijk met betrekking tot onder andere 1. de verrekening van tot uitkering gekomen verzekeringen, 2. de verdeling van de schade over de nabestaanden en 3. de vraag of het schadebedrag voor een minderjarig kind op een BEM-rekening moet worden gestort.

‘Affectieschade’ en ‘shockschade’, onderscheid, samenloop, vooruitblik

Per 1 januari 2019 voorzien artikel 6:107 en 6:108 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in een aanspraak op smartengeld van naasten van iemand die door andermans toedoen (zeer) ernstig blijvend letsel heeft opgelopen, respectievelijk van nabestaanden van iemand die door een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, is overleden. De aanspraak is een naar omvang beperkte vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade, die vooral beoogt het leed van de naasten en nabestaanden te erkennen. In de ‘juridische volksmond’ pleegt hier te worden gesproken van vergoeding van ‘affectieschade’. In de rechtspraak is in 2002 erkend dat iemand onder omstandigheden recht heeft op vergoeding van schade die het gevolg is van geestelijk letsel door de confrontatie met een schokkende gebeurtenis. In de juridische volksmond wordt dit ‘shockschade’ genoemd.

Affectieschade: themanummer

Op 1 januari 2019 trad een wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht in werking voor vergoeding van affectieschade. Nabestaanden van overledenen en naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel hebben vanaf dat moment recht op een tegemoetkoming voor het door hen geleden immateriële nadeel.

Een transitievergoeding bij overlijden? Een snelle tegemoetkoming aan nabestaanden voor kosten als gevolg van het overlijden van een naaste?

In Denemarken hebben nabestaanden recht op een zogenaamde transitievergoeding (‘overgangsbeløb’). Deze eenmalige gestandaardiseerde vergoeding is bedoeld om kort na het ongeval te voorzien in dekking van diverse uitgaven die het gevolg zijn van het overlijden.
In dit artikel wordt ingegaan op deze transitievergoeding en wordt onderzocht of een dergelijke figuur ook van betekenis zou kunnen zijn voor het Nederlandse stelsel, nu artikel 6:108 van het Burgerlijk Wetboek (BW) niet voorziet in een dergelijke figuur. Hiertoe komt eerst het Deense stelsel en de transitievergoeding die daar deel van uitmaakt aan bod, waarna ons stelsel kort wordt besproken. Vervolgens wordt ingegaan op het antwoord op de vraag of deze vergoeding een rol kan vervullen binnen ons stelsel.

Pagina's