De verdachte staat terecht op verdenking van het besturen van een personenauto na gebruik van cocaïne. Uit bloedonderzoek is gebleken dat het cocaïnegehalte in zijn bloed hoger is dan de toegestane grenswaarde. De verdediging voert aan dat de volgorde van voorgeleiding, verhoor en bloedafname onjuist was. De verdachte is namelijk eerst verhoord, tijdens dat verhoor is met zijn toestemming bloed afgenomen en pas daarna is hij voorgeleid aan de hulpofficier van justitie.