Zoeken

10024 resultaten gevonden

  1. VR 2026/87 WAHV. Rechts inhalen waar verboden, noodsituatie.

    Jurisprudentie

    Op 27 april 2022 moest de betrokkene als motorrijder uitwijken om te voorkomen dat hij net als zijn voorgangers een noodstop moest maken. Tijdens deze manoeuvre haalde hij rechts in terwijl dit normaal verboden is. De betrokkene gaf direct bij staandehouding en schriftelijk aan dat hij afstand had gehouden en geen opzet had omdat het om een acute noodsituatie ging. In eerste aanleg legde de officier van justitie een sanctie van € 250,- op die door de kantonrechter werd gematigd tot € 187,50, wegens schending van de hoorplicht. Het hoger beroep werd ingesteld door de betrokkene met verzoek tot

  2. VR 2026/88 Overtreding rood licht. Niet aannemelijk gemaakt dat vóór het verkeerslicht werd gestopt. Hogere boete terecht opgelegd.

    Jurisprudentie
    Aan betrokkene is een bestuurlijke boete opgelegd van € 250,- wegens het doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalt (feitcode R602). Betrokkene voert aan dat niet kan worden uitgesloten dat zijn voertuig vóór het verkeerslicht tot stilstand is gekomen. Volgens hem staat slechts vast dat hij de stopstreep heeft gepasseerd terwijl het verkeerslicht rood uitstraalde, hetgeen valt onder feitcode R620, waarvoor een boete van € 100,- geldt. Het hof oordeelt dat het aan betrokkene is om aannemelijk te maken dat zijn voertuig wel is gestopt voor het rood uitstralende
  3. VR 2026/89 Eenzijdig ongeval, overlijden bijrijder, alcohol, snelheid, niet roekeloos, wel zeer onoplettend en onvoorzichtig rijgedrag.

    Jurisprudentie

    Op 11 december 2022 veroorzaakte de verdachte een eenzijdig verkeersongeval waarbij zijn bijrijder overleed. De verdachte reed met een snelheid van 133 tot 146 kilometer per uur in een 50 km-zone en had een bloedalcoholpromillage van 1,20 mg/ml. Voorafgaand aan de rit had hij alcohol gedronken en geslapen in de auto van een vriend, waarna hij door de bijrijder werd gewekt om naar huis te rijden. De rechtbank heeft de verdachte onder 1 primair veroordeeld voor overtreding van artikel 6 en artikel 8 WVW 1994 en partieel vrijgesproken van roekeloosheid. Het hof oordeelt dat de ernstige

  4. VR 2026/90 Dodelijk verkeersongeval, vuilniswagen, inhalende fietser, aanmerkelijke schuld.

    Jurisprudentie
    Een bestuurster van een vuilniswagen trekt, nadat zij heeft stilgestaan om een vuilcontainer te legen, weer op zonder een fietser, die zich links naast dan wel vóór de vrachtwagen bevindt op te merken en voor te laten gaan. Zij botst met de linker voorzijde van de vrachtwagen tegen de achterzijde van de fiets, waarna de fietser ten val komt en wordt overreden. De rechtbank stelt vast dat het optrekken na het legen van de container een bijzondere manoeuvre is, zodat verdachte op grond van artikel 54 RVV 1990 het overige verkeer moet laten voorgaan. Uit forensisch verkeersonderzoek volgt dat de
  5. VR 2026/91 Beslag fatbike, deskundigenonderzoek, e-bike of bromfiets, klaagschrift gegrond

    Jurisprudentie
    Op grond van artikel 552a Sv klaagt beslagene over het beslag op een fatbike van het merk Phatfour, die op grond van artikel 94 Sv in beslag is genomen. Volgens de politie reed de fatbike op de rollerbank 30 km/u en was het daarbij niet nodig de pedalen volledig rond te draaien. Klager stelt dat de fatbike in originele staat verkeert, niet is opgevoerd, geen gashendel heeft en dat de ondersteuning stopt bij 25 km/u. Nadat de rechtbank de behandeling eerder heeft aangehouden, laat zij de fatbike onderzoeken door een deskundige. De deskundige zet eerst het wettelijke kader uiteen en onderzoekt
  6. VR 2026/92 Chauffeur vuilniswagen. Vrijspraak dood door schuld.

    Jurisprudentie

    Verdachte bestuurde een vuilniswagen en had het voertuig aan de rechterzijde van de weg tot stilstand gebracht, zodat zijn collega’s oud papier konden verzamelen. Nadat het oud papier was ingeladen, trok verdachte op en reed rechtdoor. Na enkele seconden hoorde verdachte een klap en stopte vervolgens omdat een voorbijganger zijn aandacht trok. Toen verdachte uitstapte, zag hij dat hij in botsing was gekomen met een fietser die aan het ongeval was overleden. De fietser had de stilstaande vuilniswagen kort daarvoor aan de linkerzijde gepasseerd. Vanwege de smalle rijbaan en een passerende

  7. VR 2026/93 Smartengeld zus aan broer vanwege ontnemen van mogelijkheid tot afscheid moeder.

    Jurisprudentie

    In 2020 overleed de vader van appellant (A) en geïntimeerde (X). Daarna volgde een ernstig conflict tussen hen over een hypotheek ten gunste van X. Beide ouders hadden hiervoor meegetekend en de situatie escaleerde op 11 december 2022 in aanwezigheid van hun destijds 87-jarige moeder. De politie werd hierbij ingeschakeld en sindsdien stond ook de verhouding tussen A en zijn moeder onder druk. Drie maanden later overleed de moeder. Zij had in haar testament X benoemd tot uitvaartexecuteur. X had A een rouwkaart gestuurd met informatie over de afscheidsdienst en de crematie. X verscheen bij de

  8. VR 2026/94 Terugvorderingsrecht verzekeraar. Beroep op rechtsverwerking. Schending zorgplicht.

    Jurisprudentie

    X had een Lynk & Co personenauto verzekerd bij Allianz. Echter, het voertuig stond op naam van een besloten vennootschap waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is. Op 14 mei 2024 vond met dit voertuig een aanrijding plaats. De schade was bij Allianz gemeld en zij keerde een schadebedrag uit aan de wederpartij. Daarna heeft Allianz het dossier in oktober 2024 gesloten. Enkele maanden later stelde Allianz zich op het standpunt dat geen dekking bestond omdat het voertuig ten tijde van het ongeval niet op naam van de verzekerde privé stond en vorderde zij terugbetaling van het uitgekeerde bedrag

  9. VR 2026/95 Oud verkeersongeval. Aansprakelijkheid WAM-verzekeraar. Aanvullende schadevergoeding?

    Jurisprudentie
    In 2008 is appellant A als 3-jarig kind aangereden door een auto waarvan de bestuurder WAM-verzekerd was bij ASR. ASR heeft de aansprakelijkheid erkend en in totaal € 18.500,- vergoed, inclusief € 7.500,- aan kosten. Tussen partijen is daarna discussie ontstaan over de vraag of deze betaling de volledige schade dekt, of dat A nog aanvullende schade heeft geleden, met name in verband met mogelijk blijvend letsel. ASR heeft bij de rechtbank verzocht voor recht te verklaren dat zij met deze betaling volledig is gekweten, terwijl A in reconventie onder meer heeft verzocht om medewerking aan een
  10. VR 2026/96 Causaal verband ongeval - klachten. Deskundigenonderzoeken.

    Jurisprudentie

    Op 11 januari 2016 werd de 18-jarige X aangereden. De schadeverzekeraar van de automobilist, Nationale Nederlanden (NN), heeft hiervoor de aansprakelijkheid erkend. Partijen verschillen van mening over de medische en juridische gevolgen van het ongeval en de wijze waarop de schade moet worden vastgesteld. In de jaren na het ongeval zijn meerdere medische expertises uitgevoerd, waaronder een neuropsychologisch rapport uit 2019 van deskundige D en een neurologisch rapport van C. Deze rapporten leidden tot uiteenlopende conclusies over de aard en ernst van de cognitieve klachten van verzoekster

  11. Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over het bericht dat de opstelling van verzekeraars bij letselschade verhardt. Antwoord van Minister Blok (Veiligheid en Justitie)

    VR-kort
    Bericht
    08 juni 2017
    Uit het meest recente tweejaarlijkse onderzoek dat het Verbond van Verzekeraars en het Personenschade Instituut van Verzekeraars hebben laten uitvoeren blijkt dat 91% van de zaken binnen twee jaar na de schademelding wordt afgerond. Uit dit onderzoek blijkt ook dat discussies over aansprakelijkheid in 5% van de gevallen de reden is voor een langere afwikkeling dan twee jaar. Dat de afronding in andere gevallen lang duurt, heeft veelal te maken met het bepalen van de omvang van de schade. Het gaat dan om moeilijk vast te stellen schades, bijvoorbeeld schade bij jonge kinderen of hersenletsel
  12. Waarborgen dat het slachtoffer zijn toekomstschade daadwerkelijk kan dragen

    VR-kort
    Artikel
    08 november 2018
    Mr. J.G. Keizer Als er sprake is van blijvend letsel, waarbij ook de arbeidscapaciteit van de benadeelde duurzaam is aangetast, wordt er in letselschadezaken in overgrote meerderheid gekozen om de toekomstschade op enig moment af te wikkelen, waarbij de toekomstschade via een ‘som ineens’ (analoog aan artikel 6:105 BW) wordt uitgekeerd. Aan de benadeelde die bijvoorbeeld door verlies aan verdienvermogen en/of kosten voor verpleging en verzorging jaarlijks schade zal leiden, moet dan een kapitaal worden uitgekeerd dat toereikend is om ieder jaar een bedrag ter hoogte van die jaarschade te
  13. Waarborgfonds Motorverkeer: partner van Meldpunt Veilig Verkeer

    VR-kort
    Bericht
    11 november 2015
    Het Waarborgfonds Motorverkeer gaat het Meldpunt Veilig Verkeer van Veilig Verkeer Nederland (VVN) ondersteunen om het Nederlandse verkeer nog veiliger te maken. Dit is 4 november bekend gemaakt tijdens het 50-jarig Jubileumcongres van het Waarborgfonds. Met de samenwerking willen de partijen het doen van meldingen van verkeersonveilige situaties stimuleren en bewoners ondersteunen hun eigen buurt verkeersveiliger te maken. Naast een financiële bijdrage van het Waarborgfonds Motorverkeer aan VVN bestaat de samenwerking ook uit het delen van kennis en communicatielijnen tussen beide partijen
  14. Waarom het rekensjabloon van het nieuwe model moet worden aangepast

    VR-kort
    Artikel
    07 februari 2019
    Mr. J.M. Tromp In november 2014 is door de werkgroep ‘Denktank Overlijdensschade’ (hierna: de Denktank) een nieuwe methode gelanceerd voor de berekening van een overlijdensschade. Dat nieuwe model bestaat uit twee delen, te weten een economisch rekendeel 1, dat normatief neutraal is, en een juridisch deel 2, waarin keuzes kunnen worden gemaakt. Zo is in deel 2 discussie mogelijk met betrekking tot onder andere 1. de verrekening van tot uitkering gekomen verzekeringen, 2. de verdeling van de schade over de nabestaanden en 3. de vraag of het schadebedrag voor een minderjarig kind op een BEM
  15. Wanbetalers en het in bewaring stellen van motorrijtuigen

    Column
    Hoewel het incassosysteem van de WAHV tamelijk efficiënt werkt, blijft er in het grote geheel natuurlijk een bepaald percentage van de opgelegde sancties onbetaald. Om in die gevallen alsnog de betalingsbereidheid te bevorderen, biedt de WAHV aan justitie en politie enkele bevoegdheden. Degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, kan worden gegijzeld (art. 28 WAHV), zijn rijbewijs kan worden ingenomen (art. 29 WAHV) of het voertuig van de betrokkene kan buiten gebruik worden gesteld (art. 30 WAHV). Het jaarbericht van het CJIB over 2005 (p. 21-23) vermeldt dat in ettelijke

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!