VR 2026/110 Artikel 5a WVW 1994, politieachtervolging, ernstige verkeersschending, voorzienbaar gevaar.

Jurisprudentie

Verdachte rijdt tijdens een politieachtervolging ’s avonds laat in een bedrijfsauto/bakwagen met gedoofde lichten en zeer hoge snelheden door een woonwijk. Daarbij rijdt hij met snelheden tussen ongeveer 70 en 120 km/u op wegen waar grotendeels een maximumsnelheid van 30 km/u geldt. Op het wegdek liggen sneeuw en ijzel. Verdachte rijdt door smalle straten, rakelings langs geparkeerde voertuigen, over een voetpad en door een park waar voetgangers aanwezig zijn. Ook rijdt hij op een dienstvoertuig af. Hij komt uiteindelijk tegen een appartementencomplex tot stilstand.