Zoeken

10024 resultaten gevonden

  1. VR 2023/58 Rechtvaardigende zwaailichten en sirenes?

    Artikel
    Bestuurders van voorrangsvoertuigen genieten een zekere uitzonderingspositie. Deze is verankerd in Hoofdstuk VI ‘Ontheffingen en vrijstellingen’ van het RVV 1990: bestuurders van onder andere politieauto’s, ambulancevoertuigen en brandweerwagens mogen op grond van art. 91 afwijken van de voorschriften van dat besluit voor zover de uitoefening van hun taak dit vereist. In het kader van het verrichten van ‘een dringende taak’ mogen zij, wanneer optische signalen en geluidssignalen worden gevoerd, bijvoorbeeld snelheidslimieten overschrijden en door een rood verkeerslicht rijden. Bovendien dienen andere weggebruikers, op grond van art. 50 RVV 1990, de bestuurders van voorrangsvoertuigen voor te laten gaan. Deze uitzonderingspositie staat er echter niet aan in de weg dat bestuurders van voorrangsvoertuigen niet zelden zelf betrokken zijn bij verkeersongevallen, al dan niet in de hoedanigheid van ‘veroorzaker’. Blijkend uit cijfers van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid ging het in de periode tussen 1 januari 2020 en 31 december 2021 om 219 geregistreerde ongevallen met 102 gewonden. Een dergelijk ongeval kan onder omstandigheden de aanleiding vormen voor strafrechtelijke vervolging van de bestuurder van het voorrangsvoertuig, bijvoorbeeld vanwege het in art. 6 WVW 1994 strafbaar gestelde. De vraag rijst of de bestuurder straffeloos kan blijven, alsmede op grond waarvan dat dan precies zou kunnen. In deze bijdrage wordt nader ingegaan op (de grondslag van) eventuele straffeloosheid in gevallen waarin deze materie speelt. Daartoe wordt allereerst het wettelijk kader geschetst van vestiging en uitsluiting van strafrechtelijke aansprakelijkheid (par. 2). Daarbij wordt ook ingegaan op de relatie of verhouding tussen afzonderlijke grondslagen van uitsluiting van strafrechtelijke aansprakelijkheid. Daarna vindt een bespreking van jurisprudentie plaats en wordt ontwaard in hoeverre bepaalde verweren kans van slagen hebben (par. 3). Vervolgens worden de bevindingen uit de theorie en praktijk nader beschouwd en worden enkele problematische aspecten voorzien van verdere bespreking (par. 4). Ten slotte worden afsluitende opmerkingen gemaakt over de grondslag van straffeloosheid in geval van ongevallen waarbij voorrangsvoertuigen zijn betrokken (par. 5).
  2. VR 2023/59 Rijden door rood. Ruimte maken voor een voorrangsvoertuig.

    Jurisprudentie

    De betrokkene is door een rood verkeerslicht gereden terwijl hij ruimte probeerde te maken voor een ambulance. Dit deed hij door uit te wijken naar de voorsorteerstrook voor rechts afslaand verkeer. Het verkeerslicht boven deze rijstrook straalde rood uit terwijl het verkeerslicht voor rechtdoor gaand verkeer op dat moment groen was. Toen bleek dat de ambulance in de linkerrijstrook voor rechtdoor gaand verkeer bleef rijden, is de betrokkene zijn weg rechtdoor vervolgd. Blijkens art. 62 jo. 68 en art. 78 RVV 1990 is de door de bestuurder vóór het kruispunt bereden rijstrook bepalend is voor de

  3. VR 2023/61 Moord. Benadeelde partij. Shockschade. Geestelijk letsel.

    Jurisprudentie

    De zoon resp. de broer van de benadeelde partijen is vermoord. Zij vorderen vergoeding van schade, veroorzaakt door confrontatie met het dode slachtoffer. Het recht op vergoeding van schade die is veroorzaakt door het onrechtmatig teweegbrengen van een hevige emotionele schok is beperkt tot de schade die volgt uit geestelijk letsel. Het hof heeft vastgesteld dat met een slagvoorwerp hevig geweld is toegepast op het lichaam en het hoofd van het slachtoffer; onder meer dat de schedel is ingeslagen, de neus is verbrijzeld en de bovenkaak is gebroken. Het hof heeft overwogen dat de benadeelde

  4. VR 2023/62 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Mate van schuld. Voorrangsvoertuig.

    Jurisprudentie

    De verdachte reed als bestuurder van een politievoertuig met optische en geluidssignalen met een snelheid ver boven de ter plaatse geldende snelheid en kwam daarbij in aanrijding met een van rechts komend voertuig waarvan de bestuurder zwaar gewond is geraakt. Aangezien de verdachte vanuit een (rij)richting kwam die het slachtoffer niet hoefde te verwachten, moest door de verdachte worden geanticipeerd op de mogelijkheid dat het slachtoffer zou (kunnen) optrekken. Het gebruik van optische en geluidssignalen maakt dat niet anders. Het beroep op overmacht/noodtoestand gaat niet op omdat volgens

  5. VR 2023/63 Opvallend politievoertuig. Onverantwoord hoge snelheid. Geen optische en geluidssignalen.

    Jurisprudentie

    De verdachte is als bestuurder van een opvallend politievoertuig met een onverantwoord hoge snelheid in botsing gekomen met een fietser die de weg probeerde over te steken. Het slachtoffer heeft zwaar lichamelijk letsel opgelopen als gevolg van het ongeval. Aangezien de verdachte ten tijde van het ongeval geen optische en geluidssignalen voerde, was er geen sprake van het besturen van een voorrangsvoertuig. De verdachte mocht derhalve niet afwijken van de geldende verkeersvoorschriften. De verdachte heeft daarnaast de voorschriften uit de Brancherichtlijn niet nageleefd, waardoor hij niet in

  6. VR 2023/64 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend. Politie. Melding. Optische en geluidssignalen. Snelheid.

    Jurisprudentie

    De verdachte reed in een herkenbaar dienstvoertuig van de politie en nam deel aan een achtervolging van een motorvoertuig, waarbij hij optische en geluidssignalen voerde. Tijdens deze achtervolging heeft de verdachte binnen de bebouwde kom met een snelheid van meer dan 130 km/u gereden en heeft hij onvoldoende oog gehad voor de veiligheid van de overige weggebruikers. Uiteindelijk is hij in botsing gekomen met het op dat moment stilstaande voertuig van de aangever. Zowel de aangever als de bijrijder van het politievoertuig, de getuige, hebben langdurig hun normale werkzaamheden niet kunnen

  7. VR 2023/65 Redelijke kosten ex art. 7:959 lid 1 BW komen ten laste van verzekeraar, zelfs als daarbij verzekerde som wordt overschreden.

    Jurisprudentie

    In 2015 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden tussen motorrijder X en een bij De Goudse verzekerde auto. De Goudse is wegens vermeende eigen schuld van X slechts bereid om 50% van de schade te vergoeden. X had een motorverzekering en een ARAG rechtsbijstandsverzekering bij NH1816. X wendt zich tot een advocaat, die de behandeling van ARAG overneemt. NH1816 weigert alle buitengerechtelijke kosten van de advocaat te voldoen, op grond van een beding in de polisvoorwaarden waaruit volgt dat de motorverzekering geen dekking geeft voor door andere verzekeringen gedekte schade. X vordert een

  8. VR 2023/66 Stelplicht en bewijslast hypothetische situatie. Smartengeld.

    Jurisprudentie

    Op 13 december 2004 is X een ongeval overkomen, waarvoor Bovemij aansprakelijkheid erkent. X vordert schadevergoeding en de rechtbank wijst slechts enkele schadeposten (deels) toe. X stelt hoger beroep in. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en overweegt hiertoe als volgt. Om te beoordelen of inkomens- en pensioenschade is geleden, moet een vergelijking worden gemaakt tussen de huidige situatie en die zonder ongeval. De stelplicht en bewijslast dat X vanaf het ongeval tot 1 november 2014 (haar pensioengerechtigde leeftijd) in staat zou zijn geweest loonvormende arbeid te verrichten

  9. VR 2023/67 Aanmerkelijke schuld in artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 – wat is de maatstaf?

    Artikel
    ‘Voor schuld is meer nodig dan het veronachtzamen van de voorzichtigheid en oplettendheid die van een normaal oplettende bestuurder mag worden verwacht.' ‘De meetlat waarlangs het optreden van de bestuurder wordt gelegd, bestaat uit de eisen die aan de gemiddeld oplettende en verstandige weggebruiker mogen worden gesteld. Blijft de verdachte daarbij aanzienlijk achter, dan handelt hij met de door artikel 6 WVW vereiste schuld.’ ‘Voor de bewezenverklaring van dood door schuld is vereist dat de dader minder nagedacht heeft, minder wist, minder beleid aanwendde en minder oplettend was dan de mens in het algemeen.’ ‘Het is en blijft een hachelijke maatstaf die de rechter in deze ter beschikking staat, maar er is geen alternatief.’
  10. VR 2023/68 Handhaving van rijbewijssancties

    Column
    Meer en minder ernstig wangedrag in het verkeer leidt ertoe dat jaarlijks veel rijbewijshouders worden getroffen door een sanctie die ingrijpt op de rijbevoegdheid. Strafrechters veroordelen ieder jaar weer duizenden verkeerszondaars tot een ontzegging van de rijbevoegdheid. Door het CBR worden in het kader van de 'maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid' (art. 130 e.v. WVW 1994) jaarlijks duizenden rijbewijzen ongeldig verklaard. In 2022 verloren zo 12.105 rijbewijzen hun geldigheid (Jaarverslag CBR 2022, p. 36).
  11. VR 2023/69 Keskin en Wet Mulder zaken.

    Jurisprudentie

    Volgens de Hoge Raad moet gezien de zaak Keskin (o.a.) worden verondersteld dat de verdediging belang heeft bij het horen van een belastende getuige. Het hof dient te beoordelen wat de implicaties van de Keskin-jurisprudentie zijn voor procedures o.b.v. de Wahv. Administratieve sancties in de zin van de Wahv leveren in beginsel een 'criminal charge' in de zin van art. 6 EVRM op. Dit betekent niet dat alle waarborgen van art. 6 EVRM altijd ten volle gelden voor Wet Mulder zaken. Zaken die niet tot de harde kern van het strafrecht behoren, behoeven niet dezelfde striktheid in toepassing van de

  12. VR 2023/70 Uitzicht belemmerende onnodige voorwerpen. Feitcode.

    Jurisprudentie

    Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat de telefoonhouder zo was gemonteerd dat de telefoon voor het gezicht van de betrokkene kwam te staan. Hieruit blijkt voldoende dat het uitzicht werd belemmerd. Naar het oordeel van het hof heeft de ambtenaar de juiste feitcode(N420b) gebruikt, nu de telefoonhouder aan de voorruit was gemonteerd.

  13. VR 2023/71 Dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend. Duisternis.

    Jurisprudentie

    De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het overtreden van artikel 6 WVW, door als bestuurder van een bestelauto aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te zijn geweest in het verkeer. Hij heeft rond 04.00 uur op straatnaam 1 gereden en tijdens het rijden - terwijl sprake was van afwijkend gebruik van voornoemde weg - onvoldoende gelet op de weg voor hem en op eventuele overige verkeersdeelnemers op die weg. Daardoor is een aanrijding ontstaan tussen het voertuig van de verdachte en een groep festivalgangers die op deze weg zat. Ten gevolge van deze aanrijding is slachtoffer 1 overleden

  14. VR 2023/72 Dood door schuld. Mate van schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig.

    Jurisprudentie

    De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het overtreden van artikel 6 WVW, door als bestuurder van een personenauto aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te zijn geweest in het verkeer. Hij is met een snelheid van ongeveer 70 kilometer per uur, daar waar 50 kilometer per uur was toegestaan, over de voor hem rechts gelegen doorgetrokken kantstreep gaan rijden en daardoor deels in de naast gelegen berm gekomen. Als gevolg daarvan heeft een verkeersongeval plaatsgevonden, waarbij hij het slachtoffer heeft aangereden en deze ten gevolge daarvan is overleden.

  15. VR 2023/73 Art. 6 WVW 1994. Vrijspraak.

    Jurisprudentie

    Verdachte wordt vrijgesproken van art. 6 WVW 1994. Volgens de rechtbank vereist de culpa uit art. 6 een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. In deze zaak meent de rechtbank dat er sprake is van een op zichzelf staande verkeersfout. De verdachte is namelijk een moment onoplettend geweest door in slaap te vallen. Vervolgens is hij tegen de auto voor hem gebotst. Deze fout is niet ernstig genoeg om hem het verwijt uit art. 6 toe te rekenen. Dit zou anders zijn geweest als het in slaap vallen voorzienbaar zou zijn geweest. Wel meent de rechtbank dat de verdachte art. 5 WVW 1994

  16. VR 2023/74 Dood door schuld. Zwaar lichamelijk letsel. Zeer onvoorzichtig rijgedrag.

    Jurisprudentie

    Verdachte is met twee wielen in de berm terechtgekomen en vervolgens door een stuurcorrectie naar rechts de weg opgeschoten, in een drift en slip geraakt en uiteindelijk over de kop geslagen, en aan de achterzijde van de weg ondersteboven in een greppel tot stilstand gekomen. Eén inzittende kwam om het leven en een andere inzittende liep een hoge dwarslaesie op. Verdachte reed tussen de 120,6 en 152,5 kilometer per uur waar 80 is toegestaan. Het hof acht bewezen dat verdachte zeer onvoorzichtig heeft gehandeld. De in eerste aanleg opgelegde taakstraf doet volgens het hof onvoldoende recht aan

  17. VR 2023/75 Dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend. Enkel kort moment van onoplettendheid?

    Jurisprudentie

    De verdachte is met de door haar bestuurde auto op de rijbaan voor tegemoetkomend verkeer terechtgekomen met als gevolg een frontale botsing met de door slachtoffer 2 bestuurde auto. Slachtoffer 2 heeft daarbij zwaar lichamelijk letsel opgelopen en mevrouw (slachtoffer 1), die als passagier bij hem in de auto zat, is als gevolg van het ongeluk overleden. Provinciale wegen en zeker die waarbij de rijstroken voor het elkaar tegemoetkomende verkeer niet fysiek van elkaar zijn gescheiden, zoals op de N242 op de plaats van het ongeval het geval is, zijn wegen die vanuit verkeerstechnisch oogpunt

  18. VR 2023/76 (met noot) Dekking onder WAM of SVI? Uitleg polisvoorwaarden. Bestuurder ex art. 4 lid 1 WAM.

    Jurisprudentie
    Op 5 november 2016 is automobilist A een eenzijdig ongeval overkomen. Passagier D trok vanaf de achterbank aan de handrem, waardoor de auto in een dwarsslip terechtkwam en naast de rijbaan tegen een betonnen pilaar botste. A en zijn bijrijder B droegen geen gordel en werden uit de auto geslingerd. Zij raakten zeer ernstig gewond, als gevolg waarvan B is overleden en A hersenletsel oploopt. A wordt volledig arbeidsongeschikt verklaard. Passagiers C en D raakten licht gewond. In het bloed van A wordt alcohol en cocaïne aangetroffen. D wordt strafrechtelijk vervolgd. De auto was overeenkomstig de
  19. VR 2023/77 Verkeersongeval onder invloed van lachgas. Bijrijder had bestuurder lachgasballonnen aangereikt. Eigen schuld.

    Jurisprudentie

    Op 23 april 2020 is X als passagier van een personenauto betrokken geweest bij een verkeersongeval. De auto, bestuurd door Y, botste met hoge snelheid tegen een stilstaande pijlwagen. X stelt tijdens het rijden met lachgas gevulde ballonnen aan Y te hebben gegeven, op verzoek van Y, die Y vervolgens leeggezogen zou hebben. Y ontkent dit. X stelt de WAM-verzekeraar van Y, ASR, aansprakelijk. ASR wijst aansprakelijkheid af. Y wordt strafrechtelijk veroordeeld. X verzoekt dat de rechtbank, onder meer, bepaalt dat ASR aansprakelijk is voor de schade van X. De rechtbank bepaalt dat ASR voor 50%

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!