VR-kort *

Uw plicht, onze zorg?! Zorgplicht in de letselschadepraktijk

De LSA viert in 2019 haar 30-jarig bestaan. Het LSA Lustrumsymposion stond dit jaar in het teken van de zorgplicht. Hoe zit het met de zorgplicht van de advocaat, de rechter, de arts die een fout maakt, de medisch adviseur en niet te vergeten de overheid?

Kabinet: rijbewijs 75-plusser tijdelijk met maximaal één jaar verlengen

De ministerraad heeft op voorstel van minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat ingestemd met een aanpassing van het Reglement Rijbewijzen. Daarmee wordt een tijdelijke verlenging mogelijk van de geldigheid van het rijbewijs van 75-plussers.

Smartengeld wegens spanning, frustratie, ergernis en (ander) onbehagen? Over het begrip ‘persoonsaantasting’ buiten lichamelijk en geestelijk letsel

Met het arrest van 15 maart 2019 heeft de Hoge Raad kleur gegeven aan de aantasting van de persoon ‘op andere wijze’ in art. 6:106 onder b BW. In een wat cryptische formulering oordeelde de Hoge Raad in 2012 dat de ‘bijzondere ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer’ een uitzondering kunnen rechtvaardigen op de regel dat geestelijk letsel noodzakelijk is voor het aannemen van een persoonsaantasting ‘op andere wijze’. In zijn arrest van 15 maart kiest de Hoge Raad uitdrukkelijk voor een nevenschikking: ‘Daarnaast (naast objectiveerbaar geestelijk letsel) kunnen de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in art. 6:106 onder b BW bedoelde aantasting in zijn persoon op andere wijze sprake is.’
 

Begroting van immateriële schade: over de betekenis van de duur van het lijden bij blijvend en bij dodelijk letsel

Deze bijdrage handelt over de betekenis van de duur van het lijden bij begroting van immateriële schade in verband met blijvend letsel en bij dodelijk letsel. Volgens de Hoge Raad is de duur van het lijden een omstandigheid die de rechter bij de begroting van het smartengeld in het bijzonder moet meewegen, maar in de literatuur wordt opgemerkt dat de betekenis van deze factor niet steeds duidelijk is. Deze bijdrage beoogt op dit punt de stand van zaken in de rechtspraak en in de Nederlandstalige literatuur weer te geven en een nadere analyse te bieden van de betekenis van deze factor.

Schadeveroorzakende toestanden: wanneer begint de lange verjaringstermijn van twintig jaar te lopen bij een vordering op grond van art. 6:174 BW?

Een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart ‘in ieder geval’ door verloop van twintig jaar na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt, aldus art. 3:310 lid 1 BW. Maar wat als een gebrekkige opstal gedurende tientallen jaren in een doorlopend proces schade veroorzaakt? Wanneer begint de lange verjaringstermijn dan te lopen? Over die vraag sprak de Hoge Raad zich uit in zijn arrest van 22 maart 2019.

Pagina's