VR-kort *

Minister Dekker: Schadevergoeding vragen bij massaschade wordt eenvoudiger

Voor burgers en bedrijven die massaal schade lijden, wordt het straks eenvoudiger om hun schade vergoed te krijgen. Nu vraagt dat in de meeste gevallen nog een lange adem en is kostbaar. Een wetsvoorstel van minister Dekker (voor Rechtsbescherming) dat de Tweede Kamer onlangs met algemene stemmen heeft aangenomen, regelt dat gedupeerden hiervoor voortaan samen naar de rechter kunnen.

Deskundigen spelen belangrijke rol in de letselschadepraktijk

Bij schade van mensen met ernstig letsel is de deskundige nauwelijks weg te denken. Daarom zet de redactie in dit themanummer van Letsel & Schade de rol van de deskundige centraal.
De rechter die een beslissing moet nemen in een geschil tussen partijen, kan het vaak niet zonder hulp van deskundigen stellen. Een beslissing over een geschil over bijvoorbeeld medische aansprakelijkheid is nauwelijks denkbaar zonder dat een deskundige op het betreffende medische deskundigheidsvlak zich heeft uitgelaten over de vraag of conform de professionele standaard is gehandeld.

Angst als juridisch relevante schade: de angstschadevordering naar Frans recht

In deze bijdrage staat de auteur stil bij de angstschadevordering in het Franse recht. Daarmee vormt het een vervolg op een eerder artikel van de auteur in dit blad: ‘Angst als juridisch relevante schade’.
Angstschade is een ‘hot topic’ in Frankrijk en heeft zich al ver ontwikkeld in de Franse rechtspraak. Dit maakt het waardevol om naar de voorwaarden te kijken die de Franse rechter aan de angstschadevordering stelt. De ervaringen uit de Franse rechtspraktijk kunnen dan ook ter inspiratie dienen voor het Nederlandse recht.

De opzetclausule (2000) uitgelegd door de Hoge Raad

Op 13 april 2018 heeft de Hoge Raad een belangwekkend arrest gewezen over de in 2000 door het Verbond van Verzekeraars geïntroduceerde opzetuitsluiting voor de particuliere aansprakelijkheidsverzekering (AVP). De clausule luidt als volgt: ‘Niet is gedekt de aansprakelijkheid van een verzekerde voor schade veroorzaakt door en/of voortvloeiende uit zijn/haar opzettelijk en tegen een persoon of zaak gericht wederrechtelijk handelen of nalaten’. Door de tijd heen is gebleken dat de formulering van deze clausule en de daarbij behorende toelichting veel vragen oproepen. Nu heeft de Hoge Raad voor het eerst de kans gekregen zich uit te laten over deze clausule die tot verschillende interpretaties in lagere rechtspraak en literatuur heeft geleid.

Verkeersdeelname in het kader van de WAM: waar liggen de grenzen?

Afgelopen zomer wees de Hoge Raad een nieuw arrest met betrekking tot de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM). De zaak betrof een ongeval met een vorkheftruck die werd gebruikt bij het plaatsen van betonnen elementen. Deze betonnen elementen van zes meter lang werden op een werkplaats een voor een uit de voorraad gehaald en vervoerd naar de plaats waar de elementen op elkaar werden gestapeld. Omdat het zicht van de bestuurder door de gebruikte constructie, waarbij een betonnen element boven op een kist op de vorkheftruck was geplaatst, beperkt was, kwam de vorkheftruck bij het naar voren rijden in aanraking met een betonnen element dat los op de werkvloer stond. Dat element viel om en kwam op de benen van het slachtoffer terecht, met ernstig letsel als gevolg.

Pagina's