VR-kort *

Eerste Kamer stemt in met vergoeding van affectieschade

De Eerste Kamer heeft 10 april jongstleden een wetsvoorstel van minister Dekker (voor Rechtsbescherming) aangenomen dat de vergoeding van affectieschade regelt. Dit is een vorm van smartengeld voor naasten van slachtoffers die door een fout van een ander zijn overleden, of ernstig of blijvend letsel hebben. Een vergoeding voor dierbaren die verdriet hebben en met wie het slachtoffer zijn leven deelde.

HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1055: ‘plotseling en onvoorzien’ als onzekerheidscriterium in de dekkingsomschrijving

In dit artikel gaan de auteurs aan de hand van het ‘corrosie-arrest’, over corrosieschade en een machinebreukverzekering en bedrijfsschadeverzekering, in op de door de Hoge Raad gehanteerde uitleg van het begrip ‘plotseling en onvoorzien’. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van verzekeraar Delta Lloyd gegrond in een geschil met een machinefabriek. In eerste opzicht lijkt de uitspraak voor de rechtspraktijk niet veel bijzonders om het lijf te hebben, waar de Hoge Raad (slechts) buiten twijfel lijkt te stellen dat de woorden ‘plotseling en onvoorzien’ in de dekkingsomschrijving zelfstandige betekenis hebben voor de dekkingsbeoordeling.

De lichtere bewijsregel die nooit bestond: Hoge Raad 8 september 2017 (art. 81 lid 1 Ro), conclusie A-G Wuisman

In zijn conclusie bij het arrest van de Hoge Raad van 8 september 2017 geeft A-G Wuisman twee heldere antwoorden als het gaat om de inmiddels langslepende en weerbarstige discussie in de rechtspraktijk over de lichtere bewijsregel betreffende het causaal verband tussen subjectieve klachten en een ongeval sinds het arrest van de Hoge Raad van 8 juni 2001 (Zwolsche Algemeene/De Greef).
De eerste conclusie van Wuisman is dat Zwolsche Algemeene/De Greef geen door de Hoge Raad gegeven lichtere bewijsregel bevat. Die conclusie is niet nieuw. In de afgelopen jaren is in het hoogste juridisch resort deze conclusie ook al getrokken, maar staat verscholen tussen hectische casuïstiek. De conclusie van Wuisman staat alles behalve verscholen en is daardoor niet mis te verstaan.

De Hoge Raad en artikel 6:170 BW: een wissel op de toekomst? HR 14 juli 2017, ECLI:NL:2017:1345, RvdW 2017/863, JAR 2017/129 (JMV Spoorveiligheid-Zürich)

Het in de titel genoemde arrest gaat niet over een personenschadeclaim, maar is voor de personenschadepraktijk wel een vermeldenswaardig arrest, omdat sprake is van een uitleen-inleenconstructie. Daarin wordt een ondergeschikte van de uitlener een fout verweten waardoor een derde schade lijdt. Art. 6:170 BW kwam hier nadrukkelijk in beeld, terwijl ook contractuele bepalingen waren ingeroepen.
Met dit arrest bevestigt de Hoge Raad nog eens van oordeel te zijn dat aan het vereiste functionele verband van art. 6:170 BW al gauw is voldaan. Zoals A-G Hartlief in zijn conclusie heeft laten zien, is sprake van een ruime uitleg.

Actualiteiten Werkgeversaansprakelijkheid

In dit artikel wordt de balans opgemaakt op het gebied van werkgeversaansprakelijkheid. Van rechtbanken tot de Hoge Raad, van arbeidsongevallen, beroepsziekten en psychische klachten tot meer formele en processuele vraagstukken, het is afgelopen jaar allemaal de revue gepasseerd.

Pagina's