VR-kort *

Een vordering voor angstschade?

Angst is een belangrijke en krachtige emotie die volgt op de dreiging van naderend onheil of gevaar. Het is de vraag of het recht een vergoeding biedt voor de angstschadevordering. Het gaat dan om schade als gevolg van angst die niet zo ernstig is dat deze een erkend psychiatrisch ziektebeeld oplevert. De Rechtbank Noord-Nederland heeft in haar uitspraak van 1 maart 2017 een vordering voor vergoeding van zulke angstschade erkend voor de slachtoffers van de aardbevingen in Groningen.

Opzet verzekerd

In het eerste PIV-Bulletin van 2018 is een verslag opgenomen van het symposium van de Erasmus School of Law over opzet en verzekerbare schade. Onderdeel van het symposium was ook de vraag of slachtoffers van opzettelijk veroorzaakte letselschade toch op een meer eenvoudige manier hun schade vergoed zouden moeten krijgen. Het pleidooi daarvoor werd gehouden door Mr. A.J.J.G. Schijns en was geheel in lijn met haar proefschrift ‘Naar een verzekerd slachtofferrecht, Effectief schadeverhaal van slachtoffers van misdrijven via het private verzekeringsrecht’. De kern van dat proefschrift is dat er een wetswijziging zou moeten worden doorgevoerd die het verbod bevat voor een verzekeraar om zich jegens het slachtoffer erop te beroepen dat opzettelijk veroorzaakte schade van dekking is uitgesloten.

Het ‘voorrisico’ van een RDW geregistreerde WAM-verzekering

In het RDW-register staat aangegeven of, en bij wie, een auto WAM-verzekerd is. Een benadeelde mag in beginsel vertrouwen op de gegevens in het RDW-register en kan zodoende na een ongeval de betreffende verzekeraar aanspreken. In het register wordt echter geen tijdstip van het ingangsmoment van de WAM-verzekering vermeld. Wie moet het risico dekken indien een ongeval plaatsvindt op dezelfde dag als de inschrijving van de WAM-verzekering in het register, maar vóór het eigenlijke ingangsmoment van de verzekering? Is dit de verzekeraar of juist het Waarborgfonds? De Hoge Raad geeft in zijn arrest van 22 december 2017 een helder en eenduidig antwoord.

Civielrechtelijke aspecten van de schadevergoedingsmaatregel

Bij wet van 23 december 1992 is in art. 36f Wetboek van Strafrecht een bijzondere figuur geïntroduceerd in het strafrecht: de schadevergoedingsmaatregel. Bijzonder, omdat de oplegging ervan in belangrijke mate wordt bepaald door civielrechtelijke maatstaven. Oplegging van de maatregel resulteert vervolgens evenwel in een strafrechtelijke schuld aan de Staat. De ter voldoening van de maatregel betaalde bedragen dient de Staat vervolgens door te geleiden naar het slachtoffer, dat geen schuldeiser maar dus wél begunstigde is van de maatregel.

Vergt het wetsvoorstel afwikkeling massaschade een bijzondere wijze van schadeberekening? Nee

Het wetsvoorstel afwikkeling massaschade in een collectieve actie heeft tot doel een efficiënte en effectieve collectieve afwikkeling van massaschade te bevorderen door het mogelijk te maken op de voet van artikel 3:305a BW een collectieve actie tot schadevergoeding in te stellen. In de memorie van toelichting (MvT) op het wetsvoorstel gaat opvallend weinig aandacht uit naar het punt dat in het verleden steeds werd beschouwd als onoverkomelijk beletsel voor een collectieve schadevergoedingsactie, te weten: men kan schadevergoeding niet collectief beoordelen, omdat schadevergoeding in beginsel concreet wordt berekend en dus afhankelijk is van de individuele vordering betreffende omstandigheden. Die individuele omstandigheden kunnen binnen een collectieve procedure niet in acht worden genomen, zo was de gedachte.

Pagina's