Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Jurisprudentie
Aan betrokkene was een sanctie van € 436,- (gematigd tot €327,- door de kantonrechter wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg) opgelegd wegens een snelheidsovertreding van 36 km/u op de autosnelweg. De gemachtigde stelt dat de snelheidsmeting ongeldig was, omdat de ambtenaar drie voertuigen tegelijk had gemeten en onduidelijk was welk voertuig precies was gemeten. Het hof verwerpt dit verweer. Het hof overweegt dat noch uit de wet, noch uit jurisprudentie blijkt dat het gelijktijdig meten van meerdere voertuigen niet is toegestaan. Uit het zaakoverzicht
Jurisprudentie
Aan betrokkene is een Wahv-sanctie van € 120,- opgelegd omdat hij met de fiets is doorgereden bij een rood driekleurig verkeerslicht. Betrokkene erkent dat hij door rood is gereden, maar stelt dat dit verkeerslicht alleen voor automobilisten gold. Volgens hem stond iets verderop een apart fietsersverkeerslicht op groen en mocht hij daarom doorfietsen. Hof oordeelt dat het rode verkeerslicht ook voor fietsers gold. Het verkeerslicht gold voor verkeer vanuit de richting waar betrokkene vandaan kwam, waaronder fietsers. Dat blijkt mede uit de fietsruimte op het wegdek, de stopstreep vóór het
Jurisprudentie
Aan betrokkene is een Wahv-sanctie van € 190,- opgelegd omdat hij met een bromscooter is doorgereden bij een rood driekleurig verkeerslicht. Betrokkene erkent dat hij door rood is gereden, maar voert aan dat de detectielussen in de weg zijn scooter niet registreerden, waardoor het verkeerslicht niet op groen sprong. Hij stelt dat hij ongeveer drie minuten heeft gewacht en pas is doorgereden toen het fietsverkeerslicht voor rechtdoor groen was en geen ander verkeer aanwezig was. Het hof acht aannemelijk dat de detectielussen de scooter niet registreerden en dat het verkeerslicht daardoor niet
Jurisprudentie
Verbalisant 1 constateerde dat betrokkene tijdens het rijden een mobiel apparaat vasthield en gaf dit door aan verbalisant 2, die een boete oplegde. Volgens betrokkene is deze werkwijze in strijd met artikel 3 lid 2 Wahv, omdat verbalisant 2 de gedraging niet zelf heeft vastgesteld. Ook stelt hij dat hij niet een mobiel apparaat, maar een afstandsbediening vasthield. Het hof oordeelt dat een redelijke wetsuitleg meebrengt dat de sanctie ook door de ambtenaar die de staandehouding verricht mag worden opgelegd, mits de waarnemingen in het proces-verbaal worden opgenomen. Daaraan is voldaan
Jurisprudentie
Aan betrokkene was een verkeersboete van € 289,- opgelegd wegens het niet zoveel mogelijk rechts houden op de weg. Betrokkene voerde aan dat sprake was van dubbele bestraffing in strijd met het ne bis in idem-beginsel, omdat voor dezelfde gedraging ook een andere sanctie was opgelegd. Daarnaast werd een beroep gedaan op overschrijding van de redelijke termijn en verzocht betrokkene om een proceskostenvergoeding. De kantonrechter oordeelde dat het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing is binnen de Wahv. Ten tijde van de gedraging was slechts de Aanwijzing administratiefrechtelijke
Jurisprudentie
Betrokkene werd op 29 oktober 2023 staande gehouden door een verbalisant terwijl hij reed op een bromfiets zonder goedgekeurde helm. Op basis hiervan werd een administratieve sanctie van € 100,- opgelegd. Tegen deze sanctie maakte hij bezwaar, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter. De kantonrechter overweegt dat misbruik van recht kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van een beroep, bijvoorbeeld wanneer het duidelijk kansloos is of wordt ingesteld met een ander doel dan waarvoor het bedoeld is. Uit het
Jurisprudentie
Aan betrokkene is een bestuurlijke boete opgelegd van € 250,- wegens het doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalt (feitcode R602). Betrokkene voert aan dat niet kan worden uitgesloten dat zijn voertuig vóór het verkeerslicht tot stilstand is gekomen. Volgens hem staat slechts vast dat hij de stopstreep heeft gepasseerd terwijl het verkeerslicht rood uitstraalde, hetgeen valt onder feitcode R620, waarvoor een boete van € 100,- geldt. Het hof oordeelt dat het aan betrokkene is om aannemelijk te maken dat zijn voertuig wel is gestopt voor het rood uitstralende
Jurisprudentie
Op 27 april 2022 moest de betrokkene als motorrijder uitwijken om te voorkomen dat hij net als zijn voorgangers een noodstop moest maken. Tijdens deze manoeuvre haalde hij rechts in terwijl dit normaal verboden is. De betrokkene gaf direct bij staandehouding en schriftelijk aan dat hij afstand had gehouden en geen opzet had omdat het om een acute noodsituatie ging. In eerste aanleg legde de officier van justitie een sanctie van € 250,- op die door de kantonrechter werd gematigd tot € 187,50, wegens schending van de hoorplicht. Het hoger beroep werd ingesteld door de betrokkene met verzoek tot
Jurisprudentie
De betrokkene stelde beroep in omdat de officier van justitie niet tijdig had beslist op zijn administratief beroep in een Wahv-zaak. De rechtbank behandelde de zaak in een meervoudige kamer en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Het hof oordeelt dat wet niet voorziet in de mogelijkheid van meervoudige kantonrechtspraak. Gelet hierop is de beslissing van de rechtbank nietig. Het hof stelt vast dat de officier van justitie te laat heeft beslist. Nadat de beslistermijn was verstreken, heeft de gemachtigde van de betrokkene de officier van justitie in gebreke gesteld. Omdat vervolgens niet
Jurisprudentie
Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd vanwege het vasthouden van de mobiele telefoon. Bij de staandehouding verklaarde zij dat de telefoon wel vasthield, maar er niet actief op bezig was. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat deze verklaring niet gebruikt kan worden, omdat zij bij de staandehouding niet is gewezen op het recht op rechtsbijstand. Het hof oordeelt dat het recht op rechtsbijstand zo fundamenteel is dat dit ook in Wahv-zaken onverkort geldt en niet onder de 'Jussila-versoepeling' valt. Als een betrokkene in een Wahv-zaak een verklaring heeft afgelegd