bestuurlijke sanctie

VR 2019/55 Geslotenverklaring. Bevoegdheid verbalisant.

Jurisprudentie
Volgens de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar is de boa Openbare ruimte bevoegd om te handhaven op overtredingen van artikel 62 juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) van het RVV 1990. Op 12 april 2011 is door het College van procureurs-generaal (brief met kenmerk Pag/B&S/15674) nadere invulling gegeven in het kader van gemeentelijke handhaving van de WVW. Handhaving op negatie van C borden (RVV 1990) is in relatie tot de openbare orde toegestaan.Gelet op bovengenoemde beleidsregels is de onderhavige boa louter bevoegd om in relatie tot de openbare orde op te treden ter

VR 2019/52 Wet administratiefrechtelijke handhavingverkeersovertredingen. Appelverbod. Overzichtsarrest.

Jurisprudentie
Art. 14, eerste lid, van de Wahv dient aldus te worden verstaan dat hoger beroep mogelijk is indien na de beslissing van de kantonrechter een sanctie resteert die meer bedraagt dan € 70,-.Noch uit de totstandkomingsgeschiedenis van art. 14, tweede lid, WAHV, noch uit het in art. 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) gewaarborgde recht op toegang tot de rechter, kan worden afgeleid dat artikel 14, tweede lid, van de Wahv van overeenkomstige toepassing dient te worden geacht voor de situatie dat de kantonrechter op een andere grond dan

VR 2018/144 Reikwijdte ontheffing.

Jurisprudentie
Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd ter zake van “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12/20”, welke gedraging zou zijn verricht op de Grote Gracht te Maastricht.De betrokkene voert aan dat hij beschikt over een ontheffing om de voetpadzone in te rijden via de kortste route van zijn werk- naar zijn woonadres. De Grote Gracht bevindt zich op die route. Bij zijn ontheffing heeft de betrokkene een transponder gekregen die hij onder zijn auto heeft gemonteerd. Deze doet het betreffende

VR 2018/143 Gehandicaptenparkeerkaart. Matiging sanctie.

Jurisprudentie
Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd ter zake van “parkeren op invalideparkeerplaats, anders dan met motorvoertuig op meer dan twee wielen met geldige invalidenparkeerkaart”.De betrokkene verklaart dat hij op de avond in kwestie met zijn toenmalige vriendin op bezoek was bij kennissen. De ex-vriendin van de betrokkene is gehandicapt en beschikte over een gehandicaptenparkeerkaart waarmee zij als passagier kon meerijden. De betrokkene had deze kaart achter zijn voorruit gelegd. Bij terugkomst bij het voertuig constateerde hij

VR 2018/142 Telefonisch horen. Redelijke termijn.

Jurisprudentie
In de onderhavige zaak is er door de betrokkene van afgezien gebruik te maken van de geboden mogelijkheid om telefonisch te worden gehoord, nu hij in persoon wenste te worden gehoord. Gelet op de wetsgeschiedenis van de Awb moet worden vastgesteld dat telefonisch horen in beginsel geen volwaardig alternatief is voor een hoorzitting. Er is niet gebleken dat de officier van justitie met de betrokkene tot overeenstemming was gekomen over telefonisch horen ter vervanging van de wettelijk voorgeschreven hoorzitting. Gelet hierop kan aan de omstandigheid dat de betrokkene niet heeft verzocht om te

VR 2018/124 Geslotenverklaring milieuzone. Bevoegdheid buitengewoon
opsporingsambtenaar. Geautomatiseerde constatering overtreding. Bewijs.

Jurisprudentie
De betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd ter zake van “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen, bord C6 bijlage I RVV 1990," welke gedraging zou zijn verricht op 15 juli 2016 om 14.31 uur op de Erasmusbrug te Rotterdam.Op grond van de ten tijde van de gedraging geldende Beleidsregels boa is en boa bevoegd te handhaven op negatie van C borden (RVV 1990) in relatie tot de openbare orde. Het criterium openbare orde dient zo te worden verstaan, dat daaronder tevens valt het verbeteren van de leefbaarheid, bijvoorbeeld door

VR 2018/106 Rijrichting rotonde. Ontbreken verkeersbord. Rechts houden.

Jurisprudentie
Administratieve sanctie opgelegd ter zake van “als bestuurder rijden in strijd met de door bord D1 aangegeven rijrichting (rotonde; verplichte rijrichting)”. De betrokkene heeft een rotonde genaderd waarbij niet middels het bord D1 een verplichte rijrichting was aangegeven. Bij de nadering van een rotonde is sprake van een rijstrook voor verkeer richting de rotonde. Dit betreft de rechterrijstrook. Op het wegdek van deze rijstrook voor de rotonde bevinden zich haaientanden. De linkerrijstrook is bestemd voor het tegemoetkomende verkeer. Gelet op artikel 3, eerste lid, van het RVV 1990 en wat

VR 2018/105 Kentekenaansprakelijkheid. Mogelijkheid tot staandehouding.

Jurisprudentie
Administratieve sanctie opgelegd ter zake van “Bij belangrijke zijdelingse verplaatsing geen teken met richtingaanwijzer geven”.Artikel 5 WAHV bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ingeval zich een

VR 2018/104 Vanuit uitrit de weg oprijden. Matiging sanctie.

Jurisprudentie
Administratieve sanctie opgelegd ter zake van “uit uitrit de weg oprijden zonder overige verkeer voor te laten gaan”. Door de gemachtigde is aangegeven dat zij achteruit de uitrit moest verlaten en voorzichtig de uitrit is uitgereden. Bij het achteruit rijden moest ze een trottoir en fietspad oversteken. Vlakbij de uitrit bevond zich een kruispunt met verkeerslichten. Vanuit de uitrit was niet waar te nemen of de verkeerslichten op groen gaan. Dat wordt eerst duidelijk als het verkeer gaat rijden. De verbalisant heeft verklaard dat hij vanaf het kruispunt linksaf de weg op is gereden toen het

VR 2018/85 Dimverlichting. Verklaring verbalisant.

Jurisprudentie
Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 85,- opgelegd ter zake van “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl de dimlichten niet aan de eisen voldoen”. Het bepaalde in artikel 5.2.51, eerste lid, aanhef en onder b., van de Regeling voertuigen (RV), in samenhang met het bepaalde in artikel 5.2.55, eerste lid, en 5.2.56, eerste lid RV houdt in - voor zover van belang - dat personenauto's moeten zijn voorzien van 2 goed werkende en goed afgestelde dimlichten. Ingeval een licht wordt gevormd door meerdere lichtbronnen, mag door de defecte