bestuurlijke sanctie

VR 2026/128 WAHV. Schending evenredigheidsbeginsel. Verhoging boetebedragen onverbindend verklaard. Boete verlaagd.

Jurisprudentie
Aan betrokkene was op 23 augustus 2024 een administratieve sanctie van € 180,- opgelegd wegens het rijden op de middelste rijstrook van de A27 bij Nieuwegein met een bestelbus van meer dan twee meter breed. Voor deze overtreding gold voor 1 maart 2024 een boete van € 160,-. De kantonrechter toetst de algemene maatregel van bestuur waarbij de Wahv-sanctietarieven worden verhoogd exceptief aan hoger recht, waaronder het evenredigheidsbeginsel. Daarbij wordt gekeken naar de doelen, geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid van de verhoging. Hoewel de ministers een grote mate van politiek

VR 2026/127 Wahv. Geen strijd met het evenredigheidsbeginsel. Geen verlaging boete. Deze kantonrechter sluit niet aan bij ECLI:NL:RBMNE:2026:3707.

Jurisprudentie

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van € 300,- voor het als bestuurder gebruiken van een puntstuk op de A12 te Bunnik. Betrokkene stelt dat het boetebedrag onevenredig hoog is. Volgens betrokkene is de verhoging van de Wahv-boetes per 1 maart 2024 met gemiddeld 10 % in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De verhoging van 10 % bestond uit 5,7 % indexatie vanwege inflatie en een beleidsmatige verhoging van 4,3 %. De kantonrechter overweegt dat het besluit waarbij de boetebedragen zijn verhoogd, kan worden getoetst aan algemene rechtsbeginselen, waaronder het evenredigheidsbeginsel

VR 2025/133 Ook aangehouden verdachte is passagier in de zin van art. 59 RVV 1990. Sanctie voor niet dragen autogordel terecht opgelegd.

Jurisprudentie
Betrokkene is aangehouden en wordt in een politievoertuig naar het politiebureau vervoerd. Omdat betrokkene weigert de autogordel te gebruiken, wordt hier een administratieve sanctie voor opgelegd. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene niet als passagier in de zin van artikel 59, eerste lid van het RVV 1990 kan worden aangemerkt, nu betrokkene ten tijde van de gedraging als aangehouden verdachte in een politiebus zat. Het hof overweegt dat het RVV 1990 geen definitie bevat van het begrip passagier en geen uitzonderingen kent voor het vervoer van personen in een voertuig van de politie

VR 2025/104 Signaleringsfunctie rechtspraak. Kantonrechter overweegt dat verhouding tussen Wahv-boetes en de verhogingen daarvan niet in balans is.

Jurisprudentie

Betrokkene krijgt een administratieve sanctie opgelegd vanwege het rijden door een rood verkeerslicht. Deze sanctie wordt tweemaal verhoogd, eerst met 50% en daarna met 100%. De betrokkene betaalt de sanctie, inclusief de eerste verhoging, maar stelt administratief beroep in dat zich richt tegen de tweede verhoging. De officier van justitie verklaart dit beroep niet-ontvankelijk, waarna de betrokkene beroep instelt bij de kantonrechter. De kantonrechter overweegt dat tegen dergelijke verhogingen geen rechtsmiddel openstaat. Dat betekent dat de kantonrechter niet mag oordelen over de

VR 2025/102 Structurele schending hoorplicht. Bijstand door professioneel gemachtigde. Matiging sanctiebedrag.

Jurisprudentie

Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 110,-. Omdat niet blijkt dat dat de gemachtigde van de betrokkene behoorlijk is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter, blijft het appelverbod buiten toepassing en is het hoger beroep ontvankelijk. In administratief beroep had de gemachtigde verzocht om te worden gehoord. De officier van justitie overwoog dat vanwege het grote aantal verzoeken om te worden gehoord, een groot aantal zaken – waaronder deze – zonder hoorzitting worden afgehandeld. Het hof heeft eerder geoordeeld dat dit een structurele schending van de

VR 2025/01 Onevenredige boetes voor verkeersovertredingen op grond van de Wet Mulder

Artikel
VR2025-1_illu
De Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv dan wel Wet Mulder) is op 1 september 1990 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van die wet werden gedragingen die voorheen strafbaar waren gesteld bestuursrechtelijk afgedaan. De kantonrechter bleef de bevoegde rechter, maar dan in de hoedanigheid van bestuursrechter bij wie beroep kan worden ingesteld. De positie van de Wet Mulder was toentertijd een belangrijk punt van discussie in de academische literatuur. De Vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarin de bestuurlijke boete werd geregeld, bestond nog niet. Algemeen wordt aangenomen dat deze wet kan worden aangemerkt als het eerste voorbeeld van bestuursstrafrecht ‘pur sang’, een rechtsgebied dat ligt tussen het strafrecht en het bestuursrecht. ‘Het is strafrecht in een bestuursrechtelijk jasje’.

VR 2024/65 Rechts inhalen. Lane assist-systeem. Overmacht.

Jurisprudentie

De betrokkene heeft een voertuig rechts ingehaald dat stond te wachten voor een rood verkeerslicht. Toen het verkeerslicht groen werd, was de betrokkene onder de veronderstelling dat de auto zou optrekken. Dit bleek echter niet het geval, waardoor de betrokkene naar rechts uitweek. De betrokkene stelt dat hij hiertoe werd gedwongen door het ingebouwde 'lane assist-systeem' in zijn auto. De betrokkene bekent dat hij mogelijk een inschattingsfout heeft gemaakt. Het hof is van oordeel dat de betrokkene zijn snelheid bij het naderen van het verkeerslicht had moeten minderen in plaats van uit te

VR 2024/33 Gewijzigde wetgeving. Proceskostenvergoeding. Aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

Jurisprudentie

De betrokkene wordt verweten dat hij met zijn voertuig de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom met 6 km/u heeft overschreden. De gemachtigde van de betrokkene heeft in het beroepschrift onder meer verzocht om het boetebedrag te wijzigen omdat het sanctiebedrag per 1 maart 2022 is verlaagd naar € 33,-. De kantonrechter stelt de betrokkene gedeeltelijk in het gelijk, in die zin dat de boete moet worden gematigd tot € 42,- vanwege gewijzigde wetgeving. Volgens rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden moet in een geval als dit een (proces)kostenvergoeding worden toegekend voor zowel de