Wegenverkeerswet 1994

VR 2026/111 Bloedonderzoek als bedoeld in artikel 8 lid 5 WVW 1994, kennisgeving uitslag, recht op tegenonderzoek, strikte waarborg, vrijspraak.

Jurisprudentie
Verdachte wordt vervolgd voor rijden onder invloed van alcohol en cannabis. Het hof stelt voorop dat bloedonderzoek alleen als onderzoek in de zin van artikel 8 lid 5 WVW 1994 geldt als de strikte wettelijke waarborgen zijn nageleefd. Daartoe behoort schriftelijke kennisgeving van uitslag bloedonderzoek en recht op tegenonderzoek. Niet kan worden vastgesteld dat die kennisgeving daadwerkelijk aan verdachte is verzonden. Het proces-verbaal vermeldt alleen dat uitslag later wordt toegevoegd en nagezonden. Afschrift van brief met uitslag bewijst verzending niet. Ook aanvullend proces-verbaal over

VR 2026/110 Artikel 5a WVW 1994, politieachtervolging, ernstige verkeersschending, voorzienbaar gevaar.

Jurisprudentie
Verdachte rijdt tijdens een politieachtervolging ’s avonds laat in een bedrijfsauto/bakwagen met gedoofde lichten en zeer hoge snelheden door een woonwijk. Daarbij rijdt hij met snelheden tussen ongeveer 70 en 120 km/u op wegen waar grotendeels een maximumsnelheid van 30 km/u geldt. Op het wegdek liggen sneeuw en ijzel. Verdachte rijdt door smalle straten, rakelings langs geparkeerde voertuigen, over een voetpad en door een park waar voetgangers aanwezig zijn. Ook rijdt hij op een dienstvoertuig af. Hij komt uiteindelijk tegen een appartementencomplex tot stilstand. Het hof toetst het

VR 2025/136 Annotatie bij HR 22-04-1969, VR 1969, 120

Artikel
VR 2025-12-illu
1. We schrijven het jaar 1966. De twee inzittenden van een Simca overleefden de botsing met een Ford Mustang niet. De Simca reed richting Susteren en de Ford Mustang richting Sittard. Aan die laatste stad ontleent het arrest zijn naam. Of ook daadwerkelijk sprake was van een inhaalmanoeuvre is echter niet zeker. In zijn conclusie gaat de A-G Kist daar slechts veronderstellenderwijs van uit. Wel staat vast dat de bestuurster van de Ford Mustang op de voor haar geldende linker rijbaan had gereden en aldaar op de tegenligger – de normaal rechts rijdende Simca – was gebotst.

VR 2025/93 Aansprakelijkheid fietser voor schade aan auto bij verkeersongeval. Geen overmacht.

Jurisprudentie

Op 9 september 2022 vond op een fietsoversteekplaats een aanrijding plaats tussen gedaagde en A, de partner van eiser. De fiets van gedaagde raakte beschadigd en hij liep letsel op. De verzekeraar van eiser erkende 50% aansprakelijkheid voor de letselschade. Het geschil draait om de materiële schade aan de auto van eiser. Eiser vordert betaling van schade aan zijn auto, expertisekosten, buitengerechtelijke kosten en proces- en nakosten met rente. Hij stelt dat A geen enkel verwijt treft en dat de fout van gedaagde onaannemelijk was. Als er geen overmacht was, stelt eiser dat het verkeersgedrag

VR 2025/77 Rijden zonder rijbewijs. Formele rechtskracht van besluit van bestuursorgaan in het strafrecht. Zelfstandig onderzoek strafrechter naar rechtsgeldigheid besluit CBR.

Jurisprudentie

De verdachte is als bestuurder van een auto in Duitsland onderworpen aan een drugsonderzoek, waarbij sporen van THC, MDMA en MDA in zijn bloed zijn aangetroffen. De Duitse politie heeft deze informatie gedeeld met de Nederlandse autoriteiten. Het CBR heeft besloten te onderzoeken of de verdachte beschikt over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van een motorrijtuig. De geldigheid van het rijbewijs van de verdachte is gelijktijdig geschorst. Tegen dit besluit is geen rechtsmiddel aangewend. Ondanks de schorsing zou de verdachte alsnog in zijn auto hebben

VR 2025/56 Verzoek tot verlaging maximumsnelheid. Geluidsbelasting en verkeersveiligheid.

Jurisprudentie

De appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing door het college van zijn verzoek om verkeersmaatregelen te nemen nabij zijn woning. De appellant pleit voor verlaging van de maximumsnelheid naar 30 km/u en een verbod op vracht- en landbouwverkeer vanwege geluidsbelasting en verkeersveiligheid. Het college had het verzoek afgewezen, onder meer vanwege de verkeersintensiteit en geldende CROW-normen, en omdat er geen ongevallen geregistreerd waren bij de woning van appellant. De Afdeling is van oordeel dat het college binnen zijn beoordelingsruimte is gebleven en voldoende heeft

VR 2025/55 Plaatsen verkeerslichten en stopstrepen. Verkeersbesluit. Geluidshinder omwonenden.

Jurisprudentie

De wederpartij (in de uitspraak: X; red. VR) heeft bezwaar gemaakt tegen de plaatsing van verkeerslichten door het college van burgemeester en wethouders van Waalre bij een fietsersoversteek. Het college meende dat voor het plaatsen van deze verkeerslichten geen verkeersbesluit nodig was, omdat het als een feitelijke handeling werd beschouwd. Het college verklaarde daarom het bezwaar van de wederpartij niet-ontvankelijk. De rechtbank was van oordeel dat het plaatsen van verkeerslichten volgens de WVW 1994 wel een verkeersbesluit vereiste. Dit omdat verkeerslichten worden beschouwd als

VR 2025/51 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Links inhalen op eenbaansweg. Roekeloosheid.

Jurisprudentie

De verdachte heeft als bestuurder van zijn auto met een snelheid van 175 tot 184 km/u gereden waar 80 km/u was toegestaan, terwijl hij op een eenbaansweg probeerde in te halen. Dit resulteerde in een ernstig verkeersongeval waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opliep. De vraag is of dit gedrag van de verdachte kan worden aangemerkt als schuld in de zin van roekeloosheid. In deze zaak was de verdachte op de betreffende dag gestrest en boos, wat mogelijk invloed had op zijn rijgedrag. Verder was gebleken dat de verdachte eerder die avond ook al snelheden van meer dan 200 km/u had

VR 2025/49 Afwijzing vrijstelling verkeersregels DHL niet in strijd met gelijkheidsbeginsel: UPD-status PostNL rechtvaardigt verschil.

Jurisprudentie

DHL verzoekt om een vrijstelling van een aantal verkeersregels, zodat bezorgers mogen rijden en parkeren op plaatsen waar dat normaal niet is toegestaan. De minister weigert deze vrijstelling te verlenen, omdat de dienstverlening van DHL niet is aan te merken als een openbare of daarmee gelijk te stellen dienst. Deze vrijstelling is wel aan PostNL verleend. In geschil is of de minister hiermee in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld. De rechtbank oordeelt dat dit niet zo is. In tegenstelling tot DHL is PostNL door de minister aangewezen als universele postdienst (UPD). De

VR 2025/28 Artikel 6 WVW 1994. Verkeersongeval met dodelijke afloop. Roekeloos rijgedrag.

Jurisprudentie

Het hof acht bewezen dat verdachte als bestuurder van een personenauto een verkeersongeval heeft veroorzaakt door roekeloos te rijden. Hij overschreed een dubbele doorgetrokken streep, reed met een hogere snelheid dan was verantwoord gezien de weersomstandigheden en heeft een andere auto aangereden. Hierbij is de passagier om het leven gekomen en heeft de bestuurder zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 5 jaren. Verdachte toonde eerder