VR 2026/131 Rijden onder invloed van cocaïne, bloedafname, geen schending artikel 53 Sv.
De verdachte staat terecht op verdenking van het besturen van een personenauto na gebruik van cocaïne. Uit bloedonderzoek is gebleken dat het cocaïnegehalte in zijn bloed hoger is dan de toegestane grenswaarde. De verdediging voert aan dat de volgorde van voorgeleiding, verhoor en bloedafname onjuist was. De verdachte is namelijk eerst verhoord, tijdens dat verhoor is met zijn toestemming bloed afgenomen en pas daarna is hij voorgeleid aan de hulpofficier van justitie. Volgens de verdediging maakt deze volgorde dat de resultaten van het bloedonderzoek niet voor het bewijs mogen worden gebruikt