causaal verband

VR 2019/44 Deelgeschil; cognitieve klachten; causaal verband.

Jurisprudentie
Verzoeker is als voetganger aangereden door een bij Achmea verzekerde automobilist. Uit de beschikbare medische informatie volgt dat sprake is van zgn. licht schedelhersenletsel. Om de gevolgen daarvan te bepalen c.q. de door verzoeker geuite (cognitieve) klachten te objectiveren, is onder meer een neuropsychologisch onderzoek verricht. De conclusie van dit onderzoek is enerzijds dat de testresultaten zeer laag zijn, maar anderzijds dat er discrepanties en inconsistenties zijn waardoor deze resultaten geen betrouwbaar beeld lijken te geven. Het centrale verzoek betreft een verklaring voor

VR 2019/18 Eenzijdig fietsongeval; aansprakelijkheid wegbeheerder
afgewezen.

Jurisprudentie
In 2015 is verzoeker een eenzijdig verkeersongeval overkomen op de Waalbrug bij Nijmegen. Wegens werkzaamheden was het fietspad waarop verzoeker fietste omgelegd. Toen verzoeker over een zogenaamde dilatatievoeg reed, is hij gevallen en met zijn gezicht terechtgekomen op een schuin omhoog stekende steigerpijp waarmee een hekwerk was gemonteerd. Verzoeker heeft hierdoor ernstig letsel opgelopen. Verzoeker verzoekt de rechtbank voor recht te verklaren dat de gemeente als wegbeheerder (art. 6:174 lid 2 BW) en Achmea als schadeverzekeraar van de gemeente (art. 7:954 BW) jegens verzoeker hoofdelijk

VR 2019/2 Artikel 185 WVW

Artikel
VR 2019/2 Artikel 185 WVW Naar een betere bescherming van zwakkere verkeersdeelnemers Geertruid M. van Wassenaer * * Letselschade-advocaat en MfN mediator te Haarlem, redacteur Verkeersrecht. 1. Inleiding 1) Eind vorige eeuw waren er zes vrouwen die als voetganger of fietser hadden deelgenomen aan het verkeer en daarbij ernstig letsel opliepen. Zij waren het die een nieuwe richting gaven aan de bescherming van zwakkere verkeersdeelnemers zoals zij. De jongere juristen zullen hun namen allang niet meer kennen. Maar deze vrouwen hebben een enorm belangrijke rol gespeeld in de rechtsontwikkeling

VR 2019/1 Aansprakelijkheid, de wegbeheerder en het verkeer

Artikel
VR 2019/1 Aansprakelijkheid, de wegbeheerder en het verkeer: een overzicht van bewijs(last)kwesties Ivo Giesen * 1) * Hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en aan het Molengraaff Instituut van de UU, en tevens Onderzoeksdirecteur van het departement RGL. A. Inleiding In deze bijdrage zal ik binnen het ruime thema ‘Aansprakelijkheid en het Verkeer’ – dat wil zeggen: de reguliere verkeersaansprakelijkheid, inclusief de aansprakelijkheid van wegbeheerders – aandacht schenken aan vragen van bewijsrecht, specifiek de

VR 2019/5 Verkeersongeval; bestaan en omvang klachten; causaal verband;
schadebegroting.

Jurisprudentie
Appellante exploiteerde samen met haar echtgenoot een restaurant. In 2005 is haar een ongeval overkomen, in verband waarmee de voor dat ongeval aansprakelijke WAM-verzekeraar in totaal ca. € 100.000,- aan schadevergoeding heeft betaald. In 2010 is appellante opnieuw een verkeersongeval overkomen, waarbij zij als automobilist van achteren is aangereden en zgn. whiplashklachten heeft opgelopen. Bovemij is als WAM-verzekeraar aansprakelijk voor de gevolgen van dit ongeval. Bovemij heeft in totaal € 113.000,- aan voorschotten betaald en vordert in conventie een verklaring voor recht dat zij niets

VR 2018/116 Deelgeschil; whiplash; causaal verband; nader deskundigenbericht noodzakelijk.

Jurisprudentie
Na een achterop-aanrijding in 2010 ervaart verzoekster lichamelijke en psychische klachten die volgens haar medisch adviseur passen bij een whiplashtrauma. In 2014 heeft de rechtbank op verzoek van verzoekster een voorlopig deskundigenbericht bevolen, waarop in 2015 door een neuroloog (Bernsen) en een neuropsycholoog (De Bijl) rapporten zijn uitgebracht. Uit het rapport van Bernsen volgt onder meer (1) dat geen sprake is van objectieve afwijkingen, (2) dat wel sprake is van medisch gedocumenteerde klachten en (3) dat pre-existent reeds sprake was van onder meer hoofdpijnklachten en

VR 2018/89 Assurantietussenpersoon; geen causaal verband;aansprakelijkheid voor dieren.

Jurisprudentie
X is de enig bestuurder van De Esdoorn (geïntimeerde). Appellant is een assurantietussenpersoon die gespecialiseerd is in paardenverzekeringen. X heeft op een aanvraagformulier ingevuld dat zij de eigenaar van het paard is en dat een aansprakelijkheidsverzekering gewenst is. Daarop is bij ASR een particuliere WA-verzekering afgesloten op naam van X. De Esdoorn heeft een paard aangeschaft en dit laten trainen in de professionele stal van Y. Bij een in deze stal door het paard veroorzaakt ongeval is X gewond geraakt. Zij heeft daarop De Esdoorn, als bedrijfsmatig gebruiker van het paard

VR 2018/87 Whiplashklachten, causaal verband, begroting schade.

Jurisprudentie
Appellant is in zijn stilstaande auto met een snelheid van ca. 25 km/u achterop aangereden. Hij melde na dit ongeval drie categorieën van klachten: postwhiplash-klachten (nekklachten, hoofdpijn, duizelig, vermoeidheid, oorsuizingen), lage rugklachten en psychische klachten (depressiviteit). Hij is onder meer onderzocht door een neuroloog, die bij röntgenologisch en MRI-onderzoek geen afwijkingen kon vaststellen en concludeerde dat de klachten niet vanuit neurologisch perspectief kunnen worden verklaard. Geïntimeerde (de WAM-verzekeraar van de aansprakelijke automobilist) heeft totaal € 82.500

VR 2018/10 Deelgeschil, causaal verband tussen ongeval en vervroegde woningverkoop.

Jurisprudentie
Verzoekster is aangereden door een (WAM-)verzekerde van Univé en heeft daarbij ernstig letsel opgelopen. Na de ziekenhuisopname heeft zij in een verzorgingstehuis verbleven. Ze kon niet meer terugkeren naar haar oude (eengezins-)woning, maar heeft een gelijkvloers serviceappartement gehuurd. Univé heeft in de periode dat de oude woning te koop stond de dubbele woonlasten vergoed. In 2010 is de woning (waarvan de WOZ-waarde op dat moment € 182.000,- bedroeg) te koop gezet; in 2013 is de woning voor € 130.000,- verkocht. Verzoekster vraagt (primair) een verklaring voor recht dat zij als gevolg

VR 2018/06 Verkeersongeval; eigen schuld; (doorbreking) causaal verband.

Jurisprudentie
Eiser reed op een motor op een voorrangsweg. Gedaagde (automobilist) verleende hem geen voorrang, waarop zij in botsing kwamen. Gedaagde is niet verzekerd. Gedaagde stelt dat eiser (1) niet beschikte over een geldig rijbewijs en (2) geen licht voerde (het ongeval vond plaats op 10 december om 23.35 uur). Hij doet op basis van die omstandigheden primair een beroep op overmacht en subsidiair op eigen schuld. Het gerecht verwerpt het beroep op overmacht en bespreekt dan het beroep op eigen schuld. De omstandigheid dat eiser niet beschikte over een geldig rijbewijs volgt uit de stukken; de