VR 2017/088 Slachtofferrechten in het strafproces - de theorie en de praktijk

VR 2017/88, A.J.J.G. Schijns, Slachtofferrechten in het strafproces

Er is de afgelopen decennia en jaren sprake van een toenemende aandacht voor de rechtspositie van slachtoffers van misdrijven. Het slachtoffer heeft sinds 2011 een eigen titel in het Wetboek van Strafvordering1), en daarmee een eigen positie in het strafproces. Ook andere regelgeving en beleid met betrekking tot de positie van slachtoffers zijn in betrekkelijk korte tijd binnen het strafrecht geïntroduceerd.2) Zo hebben nabestaanden van slachtoffers van dood door schuld een aanspraak op een tegemoetkoming uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven.3) De nieuwste loot aan de stam is de Europese richtlijn tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten (hierna ook: de Richtlijn)4), die op 1 april 2017 in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd.5) Het valt toe te juichen dat men met nieuwe wetgeving een verdere bijdrage levert aan de rechtspositie van slachtoffers van misdrijven in het strafproces. Toch rijst de vraag of het niet effectiever is om de uitvoering van reeds bestaande rechten en verworvenheden in het strafproces te optimaliseren.6) Uit mijn eigen waarnemingen in de praktijk komt namelijk het beeld naar voren dat het aan die uitvoering nog wel eens schort.7) In dit artikel bespreek ik eerst kort de Richtlijn, en ga ik vervolgens in op de praktische uitwerking van enkele slachtofferrechten en op knelpunten die ik in mijn eigen praktijk heb ervaren.