aansprakelijkheid wegbeheerder
Jurisprudentie
Toen verzoekster laat op de avond met familie lopend terugkeerde naar huis, is zij (ter hoogte van Leidsewallen 31 te Zoetermeer) in botsing gekomen met een hekje en ten val gekomen, waarbij zij een gecompliceerde enkelbreuk heeft opgelopen. Dit hekje is ca. 64 cm hoog en breed (ongeveer een derde van de breedte van het trottoir) en is bevestigd aan de gevel van de woning die aan het trottoir staat. Het hekje is donkerbruin geschilderd. Dichtbij staat een lantaarnpaal, die ten tijde van het ongeval in werking was. Verzoekster acht de gemeente als wegbeheerder
aansprakelijk. Zij wijst er
Jurisprudentie
Eiser fietste in verband met tegemoetkomende fietssters zoveel mogelijk rechts op het fietspad. Hij heeft daarbij een paaltje aan de zijkant van het fietspad over het hoofd gezien en is tegen een uitsteeksel van dat paaltje gereden. Dat uitsteeksel was bestemd om een slot in te plaatsen, zodat het paaltje niet kon worden verwijderd. Na het ongeval is het uitsteeksel verwijderd. De rechtbank stelt voorop dat aan de hand van de 'kelderluikcriteria' moet worden beoordeeld of een weg voldoet aan de eisen die daaraan onder de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld. Het enkele plaatsen van een
Jurisprudentie
Eiser fietste op een racefiets op een fietspad met twee rijrichtingen. Precies vóór een kruising met een weg (waar de fietsers voorrang moeten verlenen aan het verkeer op die weg) stonden drie paaltjes: twee aan beide zijden van het fietspad en één in het midden van het fietspad. Dit laatste paaltje was rood met wit en werd 'ingeleid' door een witte, naar het paaltje toe uitwijkende ononderbroken streep van ongeveer 1,5 meter lang. Eiser is tegen dit paaltje aangereden en ten val gekomen, waarbij hij letsel heeft opgelopen. Hij stelt de gemeente, als wegbeheerder, aansprakelijk voor zijn
Jurisprudentie
T is als motorrijder ten val gekomen toen hij over een trens reed, een met klinkers bestrate geul over de hele breedte van de weg. Een trens wordt gegraven ten behoeve van de aanleg van nutsvoorzieningen. De geul wordt daarna met klinkers bestraat en klinkt dan in. Als hij ver genoeg is ingeklonken, wordt de geul weer geasfalteerd. De gemeente had een wegbeheerder aangesteld die alle trenzen in de omgeving controleerde en (naar eigen zeggen) gevaarlijke situaties direct oploste. De wegbeheerder verklaart dat hij kort voor én na het ongeval de trens heeft geïnspecteerd en dat deze niet
Jurisprudentie
Eiseres liep in 2009 over de markt en is gestruikeld over stroomkabels op de stoep. De kabels waren eigendom van de marktkraamhouders en waren bevestigd aan een elektriciteitskast van de gemeente. Eiseres stelt de gemeente aansprakelijk op grond van zowel 6:162 als 6:174 BW. Het hof heeft aansprakelijkheid op beide gronden afgewezen. Ten aanzien van 6:174 heeft het hof overwogen dat de openbare weg een opstal is, maar dat dit niet geldt voor de stroomkabels of de elektriciteitskast. Deze zijn daar immers niet aanwezig ten behoeve van de weg of het verkeersgebruik. Daarom kan in het midden
Jurisprudentie
Eiseres is tijdens een fietstocht tussen Utrecht en Bunnik in botsing gekomen met een paaltje op een middengeleider van het fietspad. Zij heeft daarbij blijvend letsel opgelopen. Hiervoor stelt zij de gemeente aansprakelijk. Zij voert aan dat de gebruikte constructie in strijd is met de geldende inzichten van verkeersveiligheid. Blijkens adviezen van het Fietsberaad moeten obstakels die niet noodzakelijk zijn, worden vermeden. Obstakels die wel noodzakelijk zijn, moeten in ieder geval worden voorafgegaan door ribbelmarkering en bij voorkeur niet (zoals hier) in een bocht worden geplaatst
Jurisprudentie
Ongeval met bromfiets door bult in wegdek. Appellant stelt gemeente aansprakelijk als wegbeheerder (art. 6:174 BW) dan wel op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). In geding is de vraag of de bult gevaar oplevert. In het algemeen dient een weggebruiker met enige oneffenheid in een weg rekening te houden en de bult waar het hier om gaat is niet van zodanig ongebruikelijke omvang dat een weggebruiker daar in het geheel niet op bedacht hoeft te zijn. Van aansprakelijkheid als wegbeheerder kan dus geen sprake zijn. Ook toetsing aan de Kelderluikcriteria kan appellante niet baten. Het hof
Jurisprudentie
Eiseres is op 9 oktober 2010 bij een winkelcentrum gevallen over een zogeheten varkensrug, een ovale betonnen afscheiding. Zij stelt de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk. Daartoe voert zij aan dat de varkensrug laag was, de vrije doorgang belemmerde en dezelfde kleur had als het trottoir, terwijl er niet voor de belemmering gewaarschuwd werd, hetgeen een gevaarlijke situatie opleverde. De gemeente voert aan dat de varkensruggen niet op de looproute lagen en goed zichtbaar waren, alsmede dat eiseres eenvoudigweg onvoldoende goed heeft uitgekeken. Het hof stelt de in het kader van 6:174 en
Jurisprudentie
De tienjarige X keerde in de schemer terug van het strand, met K achterop en P op de fiets achter hen. Tijdens een vrij steile afdaling in het duinpad kwam zij ten val, waarbij zij hersenletsel heeft opgelopen. Op de plaats van het ongeval zat een scheur in het fietspad van ongeveer 5 meter in de lengterichting, met aan het eind een andere scheur er haaks op. De moeder van X (appellante) heeft de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk gesteld. Een door appellante ingeschakelde deskundige (Y) heeft vastgesteld dat de weg ter plaatse niet voldeed aan de CROW-normen en er ook anderszins niet zo
Jurisprudentie
Eiser is op 30 juni 2014 toen hij het trottoir wilde opstappen gevallen over een paaltje. De gemeente heeft kort daarna onder meer dit paaltje verwijderd. Eiser stelt de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk. Hij voert aan dat de gemeente rekening moet houden met normale onvoorzichtigheid van weggebruikers, alsmede dat de paaltjes slecht zichtbaar waren en dat er al meerdere personen over gevallen waren. Dit had voorkomen kunnen worden met een duidelijke markering. Verweerder stelt dat de paaltjes wel degelijk goed zichtbaar waren en om een andere reden zijn verwijderd. Eiser heeft