rijden onder invloed

VR 2026/133 OM niet-ontvankelijk. Vertrouwensbeginsel. Rijden onder invloed van medicinale cannabis. Wel veroordeling rijden zonder geldig rijbewijs.

Jurisprudentie

Verdachte is in 2025 driemaal op het politiebureau geweest voor het rijden onder invloed van cannabis. Uit bloedonderzoek bleek dat het THC-gehalte hoger was dan de wettelijke grenswaarde: 7,0 microgram per liter bloed in zaak 1, 9,1 microgram in zaak 2 en 6,9 microgram in zaak 3. De verdediging voert aan dat het openbaar ministerie in deze drie zaken niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat bij verdachte het vertrouwen is gewekt dat zij niet zou worden vervolgd. Verdachte gebruikt cannabis op doktersvoorschrift en het CBR heeft haar, hoewel het met dit cannabisgebruik bekend was

VR 2026/131 Rijden onder invloed van cocaïne, bloedafname, geen schending artikel 53 Sv.

Jurisprudentie

De verdachte staat terecht op verdenking van het besturen van een personenauto na gebruik van cocaïne. Uit bloedonderzoek is gebleken dat het cocaïnegehalte in zijn bloed hoger is dan de toegestane grenswaarde. De verdediging voert aan dat de volgorde van voorgeleiding, verhoor en bloedafname onjuist was. De verdachte is namelijk eerst verhoord, tijdens dat verhoor is met zijn toestemming bloed afgenomen en pas daarna is hij voorgeleid aan de hulpofficier van justitie. Volgens de verdediging maakt deze volgorde dat de resultaten van het bloedonderzoek niet voor het bewijs mogen worden gebruikt

VR 2026/129 Rijden onder invloed amfetamine, procedure bloedmonster.

Jurisprudentie

Verdachte wordt vervolgd voor twee gevallen van rijden onder invloed van amfetamine. In de eerste zaak voert de verdediging aan dat geen sprake is van een geldig onderzoek in de zin van artikel 8 lid 5 WVW 1994. De bloedmonsters zijn namelijk niet binnen vier weken bij het laboratorium bezorgd. Volgens de verdediging is daarmee een strikte waarborg uit het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer geschonden en moeten de onderzoeksresultaten buiten beschouwing blijven. Het hof stelt voorop dat van een onderzoek in de zin van artikel 8 lid 5 WVW 1994 alleen sprake is als de

VR 2026/117 Botsing op geparkeerde auto. Onder invloed alcohol. Dekking WAM-verzekering. Te goeder trouw.

Jurisprudentie
Op 21 september 2014 veroorzaakte geïntimeerde X onder invloed van alcohol een verkeersongeval met een Suzuki Alto. Hij botste tegen een geparkeerde auto, waarna die een lantaarnpaal raakte. Een inzittende passagier liep daarbij letsel op. De auto was van de ouders van X en werd zonder hun toestemming gebruikt. Voor de auto gold een WAM-verzekering bij Univé, maar volgens de polis bestaat geen dekking bij rijden onder invloed. Univé betaalde € 105.000,- schadevergoeding aan de inzittende en wil dit bedrag verhalen op X. Univé heeft X gedagvaard op grond van artikel 15 lid 1 WAM. Volgens die

VR 2026/114 Behoud militair rijbewijs ondanks rijden onder invloed. Zwaarwegende militaire belangen. Civiel rijbewijs blijft ingehouden.

Jurisprudentie
Klager is militair chauffeur bij de Koninklijke Landmacht. Het rijbewijs van klager is op 3 januari 2026 ingevorderd omdat het alcoholgehalte in zijn adem hoger was dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht (710 microgram). De officier heeft besloten het rijbewijs onder zich te houden tot en met 2 juli 2026. Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs, omdat klager het rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk bij defensie. Zijn eenheid neemt op korte termijn deel aan een belangrijke oefening in Duitsland en klager is de enige die het voertuig kan besturen. Tevens

VR 2026/111 Bloedonderzoek als bedoeld in artikel 8 lid 5 WVW 1994, kennisgeving uitslag, recht op tegenonderzoek, strikte waarborg, vrijspraak.

Jurisprudentie
Verdachte wordt vervolgd voor rijden onder invloed van alcohol en cannabis. Het hof stelt voorop dat bloedonderzoek alleen als onderzoek in de zin van artikel 8 lid 5 WVW 1994 geldt als de strikte wettelijke waarborgen zijn nageleefd. Daartoe behoort schriftelijke kennisgeving van uitslag bloedonderzoek en recht op tegenonderzoek. Niet kan worden vastgesteld dat die kennisgeving daadwerkelijk aan verdachte is verzonden. Het proces-verbaal vermeldt alleen dat uitslag later wordt toegevoegd en nagezonden. Afschrift van brief met uitslag bewijst verzending niet. Ook aanvullend proces-verbaal over

VR 2026/89 Eenzijdig ongeval, overlijden bijrijder, alcohol, snelheid, niet roekeloos, wel zeer onoplettend en onvoorzichtig rijgedrag.

Jurisprudentie

Op 11 december 2022 veroorzaakte de verdachte een eenzijdig verkeersongeval waarbij zijn bijrijder overleed. De verdachte reed met een snelheid van 133 tot 146 kilometer per uur in een 50 km-zone en had een bloedalcoholpromillage van 1,20 mg/ml. Voorafgaand aan de rit had hij alcohol gedronken en geslapen in de auto van een vriend, waarna hij door de bijrijder werd gewekt om naar huis te rijden. De rechtbank heeft de verdachte onder 1 primair veroordeeld voor overtreding van artikel 6 en artikel 8 WVW 1994 en partieel vrijgesproken van roekeloosheid. Het hof oordeelt dat de ernstige

VR 2026/29 Verkeersongeval wegens alcoholgebruik. Uitleg beding niet-uitkeren aan verzekerde.

Jurisprudentie

In de nacht van 23 februari 2022 raakte de auto van X total loss door een verkeersongeval. Hij werd naar het ziekenhuis gebracht. Volgens het proces-verbaal van de politie werd het ongeval veroorzaakt door een combinatie van alcoholgebruik, vermoeidheid en hoge snelheid, waardoor hij de macht over het stuur verloor en tegen de betonnen middenberm botste. Door het ongeval ontstond schade aan het wegdek en de middenberm, waarvoor Rijkswaterstaat de verzekeraar van X aansprakelijk stelde. Verzekeraar Univé heeft hiervoor € 33.438,97 betaald. Univé vordert maximaal € 5.000,- van X, vermeerderd met

VR 2026/20 Vrijspraak dood door schuld. Geen verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid.

Jurisprudentie

Verdachte raakt als bestuurder van een auto betrokken bij een verkeersongeval met een fietser. Als gevolg van het ongeval komt de fietser om het leven. Op de plaats van het ongeval geldt een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Uit onderzoek blijkt dat verdachte heeft gereden met een minimale snelheid van 71,51 kilometer per uur. De verbalisant ruikt bij het eerste contact met verdachte een alcohollucht en de verdachte vertoont uiterlijke kenmerken van alcoholgebruik. Het resultaat van de blaastest op het voorselectieapparaat duidt op een waarde tussen de 300 en 430 microgram alcohol per

VR 2026/05 Verklaring over nuttigen alcohol ná ongeval en getuigenverklaring hierover ongeloofwaardig.

Jurisprudentie

Verdachte raakt betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval. Na het ongeval wordt hij door zijn moeder naar huis gereden. Naar aanleiding van een melding van de moeder van verdachte zijn verbalisanten naar diens woning gegaan om hem te controleren en een blaas- en speekseltest af te nemen. Verdachte werkte hieraan mee en verklaarde dat hij slechts één biertje had gedronken. Op basis van de uitslag van de blaastest werd de verdachte meegenomen naar het politiebureau voor een ademanalyse, waaruit bleek dat zijn ademalcoholgehalte 585 microgram per liter uitgeademde lucht betrof. Zowel de