gevaarlijk rijden
VR 2026/110 Artikel 5a WVW 1994, politieachtervolging, ernstige verkeersschending, voorzienbaar gevaar.
VR 2026/06 Ongeval na wedstrijd met scooters op de weg. Roekeloosheid.
Verdachte maakte deel uit van een groep bromfietsers en motorscooters die met elkaar aan het sprinten waren om te kijken wie er het snelst aan het eind van de weg was. Hierbij haalde verdachte gevaarlijk in op onoverzichtelijke plaatsen en hield onvoldoende rechts. Er volgde een frontale aanrijding met een bestuurder die uit de tegenovergestelde richting kwam, waarna verdachte daarna de plaats van het ongeval verliet. Bovendien reed verdachte onverzekerd. De verdediging betwist het door de rechtbank bewezenverklaarde roekeloosheid. Het hof stelt als eerste vast dat hier sprake is van een
VR 2025/132 Meermalen insturen op lesauto. Overtreding art. 5a WVW 1994.
VR 2025/131 Extreme snelheidsovertreding voldoende voor bewezenverklaring van roekeloosheid.
VR 2025/129 Poging tot doodslag door ander voertuig met hoge snelheid te achtervolgen en meermaals te rammen.
VR 2025/116 Ongeluk door met zeer hoge snelheid, onder invloed en filmend te rijden. Bewezenverklaring van doodslag.
De verdachte rijdt met een snelheid van minstens 225 kilometer per uur op de linkerrijstrook van de autosnelweg. Hij heeft meer dan drie keer de toegestane hoeveelheid alcohol in zijn bloed en filmt zijn rijgedrag met zijn mobiele telefoon. Verdachte nadert een vrachtwagen met daarachter twee personenauto’s. Een van de voertuigen begint de vrachtwagen in te halen en voegt in op de linkerrijstrook. De verdachte botst vervolgens met zeer hoge snelheid achterop deze auto. Daardoor komt de auto vervolgens in botsing met twee andere voertuigen. Mede als gevolg van de brand die nadien in de auto
VR 2025/115 Vrijspraak na dodelijke aanrijding met fietser. Rijgedrag was niet aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend, danwel gevaarzettend of hinderlijk.
Verdachte rijdt als bestuurder van een taxi over de bus/trambaan. Deze baan bevindt zich tussen de twee reguliere rijstroken. Op de rijbaan rechts van verdachte is sprake van langzaam rijdend verkeer. Het latere slachtoffer, een fietser, komt van rechts en verleent voorrang aan twee auto’s op deze reguliere rijstrook en fietst dan, ogenschijnlijk zonder naar links te kijken, het kruisingsvlak op. Op de bus/trambaan wordt de fietser van links geschept door de auto van verdachte, als gevolg waarvan het slachtoffer overlijdt. De rechtbank spreekt verdachte vrij van zowel overtreding van art. 6
VR 2025/105 Onvoorspelbaarheid overig verkeer bij ernstige schending van verkeersregels weegt mee in beoordelingskader art. 5a WVW 1994.
Verdachte rijdt tijdens een politieachtervolging onder invloed van alcohol en cocaïne met te hoge snelheden, negeert zesmaal een rood verkeerslicht en rijdt tegen de verkeersrichting in een rotonde op. Verdachte wordt onder andere overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 ten laste gelegd. De verdediging voert bij het hof aan dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, waardoor verdachte hiervan zou moeten worden vrijgesproken. Het rijgedrag zou weliswaar gevaarzettend zijn, maar niet zodanig dat de kans
VR 2025/82 Overtreden artikel 5 WVW 1994 door opsporingsambtenaar in privétijd. Beroep op bevoegdheden als opsporingsambtenaar.
Tussen de verdachte, een opsporingsambtenaar, en zijn voorligger (de betrokkene) heeft een verkeersruzie plaatsgevonden. De verdachte achtervolgde de betrokkene over een afstand van 4 kilometer waarbij hij onder andere constant hinderlijk achter hem reed, herhaaldelijk knipperde met groot licht en meermalen met veel te hoge snelheid reed. Uiteindelijk verliest de verdachte het zicht op de auto. De hele achtervolging is vastgelegd met de dashcam-camera van de betrokkene. Die opnames eindigen na een bijna-frontale botsing tussen de betrokkene en een tegemoetkomende auto De verdachte verklaart