gevaarlijk rijden

VR 2026/115 Aanrijding voetgangster op zebrapad. Zwaar lichamelijk letsel. Zwaaien naar bekenden. Schuld in zin van aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid.

Jurisprudentie
Verdachte reed op een voorrangsweg en zag twee bekende fietsers vanuit de tegengestelde richting naar hem toe fietsen. Hij zwaaide, maar zij reageerden niet. Toen hij ze was gepasseerd, keek de verdachte in zijn linkerzijspiegel om te zien of de twee fietsers alsnog een reactie gaven. Toen verdachte daarna weer voor zich keek, zag hij dat een voetgangster zich op het zebrapad begaf. Verdachte had onvoldoende tijd om te remmen en botste met de voetganger. Aan deze aanrijding hield de voetgangster zwaar lichamelijk letsel over, met name aan het hoofd. Aan verdachte is overtreding van artikel 6

VR 2026/110 Artikel 5a WVW 1994, politieachtervolging, ernstige verkeersschending, voorzienbaar gevaar.

Jurisprudentie
Verdachte rijdt tijdens een politieachtervolging ’s avonds laat in een bedrijfsauto/bakwagen met gedoofde lichten en zeer hoge snelheden door een woonwijk. Daarbij rijdt hij met snelheden tussen ongeveer 70 en 120 km/u op wegen waar grotendeels een maximumsnelheid van 30 km/u geldt. Op het wegdek liggen sneeuw en ijzel. Verdachte rijdt door smalle straten, rakelings langs geparkeerde voertuigen, over een voetpad en door een park waar voetgangers aanwezig zijn. Ook rijdt hij op een dienstvoertuig af. Hij komt uiteindelijk tegen een appartementencomplex tot stilstand. Het hof toetst het

VR 2026/06 Ongeval na wedstrijd met scooters op de weg. Roekeloosheid.

Jurisprudentie

Verdachte maakte deel uit van een groep bromfietsers en motorscooters die met elkaar aan het sprinten waren om te kijken wie er het snelst aan het eind van de weg was. Hierbij haalde verdachte gevaarlijk in op onoverzichtelijke plaatsen en hield onvoldoende rechts. Er volgde een frontale aanrijding met een bestuurder die uit de tegenovergestelde richting kwam, waarna verdachte daarna de plaats van het ongeval verliet. Bovendien reed verdachte onverzekerd. De verdediging betwist het door de rechtbank bewezenverklaarde roekeloosheid. Het hof stelt als eerste vast dat hier sprake is van een

VR 2025/132 Meermalen insturen op lesauto. Overtreding art. 5a WVW 1994.

Jurisprudentie
Verdachte rijdt als bestuurder van een bedrijfsauto op een invoegstrook van een snelweg. Op de parallelbaan van de snelweg rijdt een lesauto met daarin een leerling en een rijinstructeur. Verdachte rijdt op dat moment schuin achter de lesauto. Vervolgens versnelt verdachte en probeert voor de lesauto in te voegen, terwijl daar geen ruimte voor is. Verdachte stuurt desondanks naar links, waardoor de lesauto moet uitwijken en over het verdrijvingsvlak moet rijden. Na het verlaten van het verdrijvingsvlak komt de lesauto op de rechterrijstrook van de snelweg terecht. Verdachte rijdt over het

VR 2025/131 Extreme snelheidsovertreding voldoende voor bewezenverklaring van roekeloosheid.

Jurisprudentie
Verdachte rijdt met een snelheid van ongeveer 243 tot 255 kilometer per uur over een afstand van tien kilometer op de autosnelweg. Met deze snelheid rijdt verdachte vervolgens tegen de linkerachterzijde aan van een andere auto. Als gevolg van dit ongeval, overlijdt een inzittende en twee anderen lopen zwaar lichamelijk letsel op. De verdediging bepleit dat het tenlastegelegde roekeloosheid niet kan worden bewezen. Artikel 5a WVW verbiedt namelijk het in ernstige mate schenden van de verkeersregels (meervoud), terwijl verdachte slechts één verkeersregel heeft geschonden, namelijk het

VR 2025/129 Poging tot doodslag door ander voertuig met hoge snelheid te achtervolgen en meermaals te rammen.

Jurisprudentie
De verdachte achtervolgt met een aanzienlijk hogere snelheid dan ter plaatse toegestaan een ander voertuig, waarbij hij ook herhaaldelijk tegen de achterzijde van dat voertuig aanrijdt. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank over waarin is overwogen dat verdachte door zo te handelen het leven van aangeefster in gevaar heeft gebracht en daarnaast de verkeersveiligheid in grove mate heeft geschonden. Door dit handelen ontstaat een aanmerkelijke kans dat de bestuurder de controle over het voertuig verliest en (eventueel met hoge snelheid) tegen een object botst of in een sloot belandt

VR 2025/116 Ongeluk door met zeer hoge snelheid, onder invloed en filmend te rijden. Bewezenverklaring van doodslag.

Jurisprudentie

De verdachte rijdt met een snelheid van minstens 225 kilometer per uur op de linkerrijstrook van de autosnelweg. Hij heeft meer dan drie keer de toegestane hoeveelheid alcohol in zijn bloed en filmt zijn rijgedrag met zijn mobiele telefoon. Verdachte nadert een vrachtwagen met daarachter twee personenauto’s. Een van de voertuigen begint de vrachtwagen in te halen en voegt in op de linkerrijstrook. De verdachte botst vervolgens met zeer hoge snelheid achterop deze auto. Daardoor komt de auto vervolgens in botsing met twee andere voertuigen. Mede als gevolg van de brand die nadien in de auto

VR 2025/115 Vrijspraak na dodelijke aanrijding met fietser. Rijgedrag was niet aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend, danwel gevaarzettend of hinderlijk.

Jurisprudentie

Verdachte rijdt als bestuurder van een taxi over de bus/trambaan. Deze baan bevindt zich tussen de twee reguliere rijstroken. Op de rijbaan rechts van verdachte is sprake van langzaam rijdend verkeer. Het latere slachtoffer, een fietser, komt van rechts en verleent voorrang aan twee auto’s op deze reguliere rijstrook en fietst dan, ogenschijnlijk zonder naar links te kijken, het kruisingsvlak op. Op de bus/trambaan wordt de fietser van links geschept door de auto van verdachte, als gevolg waarvan het slachtoffer overlijdt. De rechtbank spreekt verdachte vrij van zowel overtreding van art. 6

VR 2025/105 Onvoorspelbaarheid overig verkeer bij ernstige schending van verkeersregels weegt mee in beoordelingskader art. 5a WVW 1994.

Jurisprudentie

Verdachte rijdt tijdens een politieachtervolging onder invloed van alcohol en cocaïne met te hoge snelheden, negeert zesmaal een rood verkeerslicht en rijdt tegen de verkeersrichting in een rotonde op. Verdachte wordt onder andere overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 ten laste gelegd. De verdediging voert bij het hof aan dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, waardoor verdachte hiervan zou moeten worden vrijgesproken. Het rijgedrag zou weliswaar gevaarzettend zijn, maar niet zodanig dat de kans

VR 2025/82 Overtreden artikel 5 WVW 1994 door opsporingsambtenaar in privétijd. Beroep op bevoegdheden als opsporingsambtenaar.

Jurisprudentie

Tussen de verdachte, een opsporingsambtenaar, en zijn voorligger (de betrokkene) heeft een verkeersruzie plaatsgevonden. De verdachte achtervolgde de betrokkene over een afstand van 4 kilometer waarbij hij onder andere constant hinderlijk achter hem reed, herhaaldelijk knipperde met groot licht en meermalen met veel te hoge snelheid reed. Uiteindelijk verliest de verdachte het zicht op de auto. De hele achtervolging is vastgelegd met de dashcam-camera van de betrokkene. Die opnames eindigen na een bijna-frontale botsing tussen de betrokkene en een tegemoetkomende auto De verdachte verklaart