aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen

VR 2021/118 Verkeersongeval; verzekeringsrecht; verjaring; directe actie.

Jurisprudentie
Op 29 februari 2000 is autobestuurder A (appellant) aangereden door autobestuurder B. De WAM-verzekeraar van de auto van B was C. A heeft na het ongeval C op grond van art. 6 lid 1 WAM rechtstreeks aangesproken tot vergoeding van de schade die hij door het ongeval heeft geleden. Bij brief van 26 juli 2002 heeft C namens B aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. C heeft een voorschot op de schadevergoeding betaald aan A van € 43.338,-. A en C zijn niet tot overeenstemming gekomen over de hoogte van de schadevergoeding. Op 11 december 2008 heeft C de onderhandelingen formeel

VR 2021/111 Verzekeringsrecht; art. 15 lid 1 WAM; rijden onder invloed van alcohol.

Jurisprudentie
In 2014 heeft A als bestuurder van een auto (Suzuki) een ongeval veroorzaakt, waarbij X als passagier letsel heeft opgelopen. A bleek ten tijde van het ongeval onder invloed van alcohol. B is de verzekeraar van de Suzuki, maar A is niet de verzekeringnemer. B heeft een bedrag van € 105.000 aan XX uitgekeerd, omdat XX als slachtoffer op grond van de WAM een eigen rechtstreeks vorderingsrecht heeft op B. De schade van XX werd echter niet door de verzekering gedekt, omdat in de toepasselijke polisvoorwaarden staat dat de schade niet is verzekerd als de bestuurder niet had mogen rijden omdat hij

VR 2021/52 Verkeersongeval; inzittende trekt aan handrem; WAM-verzekeraar aansprakelijk voor schade bestuurder; eigen schuld.

Jurisprudentie
In 2016 heeft op de ringweg in Groningen een noodlottig ongeval plaatsgevonden. Drie teamgenoten (A, B en C) reden na een voetbalwedstrijd in een bestelbus van hun vereniging samen met hun voormalige trainer (D) naar voetbalclub X om een feest te bezoeken. A zat achter het stuur en B zat naast hem. C zat achter A en D zat achter B. Geen van hen droeg een veiligheidsgordel. Op enig moment heeft D plotseling aan de handrem van de auto getrokken. De auto reed toen ongeveer 70 km/uur. De auto is in een dwarsslip terechtgekomen, tegen een betonnen pilaar gebotst, rechts om zijn as getold en op de

VR 2021/35 Aanrijding jeep en fietser op kruising Texel.

Jurisprudentie
In 2014 heeft een aanrijding plaatsgevonden tussen een automobilist en een fietser op een T-kruising op Texel. De automobilist reed in haar jeep richting de kruising, terwijl de fietser van links kwam. De jeep heeft de fietser op de kruising geraakt, waarbij de fietser is gevallen en ernstig letsel heeft opgelopen. De zorgverzekeraar van de fietser (A) heeft de medische kosten van de fietser als gevolg van het ongeval vergoed. A wil dat de WAM-verzekeraar van de jeep (B) het bedrag dat A aan de fietser heeft uitgekeerd vergoedt. B heeft hierop 40% van het bedrag aan A betaald. B geeft daartoe

VR 2021/33 Aanrijding goederentrein en vrachtwagen; vrachtwagen aansprakelijk; geen eigen schuld.

Jurisprudentie
In de nacht van 15 op 16 augustus 2018 heeft een aanrijding plaatsgevonden op een onbewaakte spoorwegovergang tussen een goederentrein van A en een vrachtwagen met aanhangwagen van B. De trein bestond uit een locomotief die twee goederenwagons voortduwde. De locomotief voerde witte lampen aan de voorkant en rode knipperlichten aan de achterkant. De goederenwagons voerden geen licht. De trein is tegen de aanhangwagen van de vrachtwagen gebotst, waarbij schade is ontstaan aan de voorste goederenwagon. A stelt B aansprakelijk voor deze schade. De rechtbank overweegt dat B art. 15a lid 2 RVV heeft

VR 2020/173 Politieachtervolging; schade aan politieauto; verdachte aansprakelijk.

Jurisprudentie
A heeft, toen hij in zijn bestelauto reed, een stopteken van de politie genegeerd. In een daarop volgende achtervolging heeft een surveillancewagen van de politie tegen de achterzijde van bestelauto geramd met als doel hem te laten stoppen en te kunnen aanhouden. Bij deze actie is autoschade ontstaan aan de surveillancewagen. De gevolmachtigde van de WAM-verzekeraar van de bestelauto (B) heeft deze schade aan de politie vergoed. In deze procedure vordert B dat A het bedrag dat B aan de politie heeft uitgekeerd aan B betaalt.De kantonrechter overweegt dat A jegens de politie onrechtmatig heeft

VR 2020/133 Geparkeerde auto valt onder 'deelneming aan het verkeer van voertuigen'.

Jurisprudentie
Het arrest betreft een prejudiciële vraag over de uitleg van art. 3 van richtlijn 2009/103/EG. Een auto die geparkeerd stond in de privégarage van een gebouw heeft vuur gevat. De brand heeft het gebouw beschadigd. Volgens het hof valt onder het begrip 'deelneming aan het verkeer van voertuigen' in art. 3, eerste alinea van richtlijn 2009/103 ook de situatie waarin een in een privégarage van een gebouw gestald voertuig dat overeenkomstig zijn functie van vervoermiddel wordt gebruikt, vuur heeft gevat en brand veroorzaakt, ook al was het voertuig voor de brand al meer dan 24 uur niet verplaatst

VR 2020/65 Verzekeringnemer en autobestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor uitgekeerd bedrag van verzekeraar aan benadeelde.

Jurisprudentie
In juli 2014 heeft gedaagde 1 (hierna: verkoper) een auto verkocht en geleverd aan gedaagde 2 (hierna: koper). Verkoper heeft bij AIG een verzekering afgesloten die ten aanzien van zijn auto de wettelijke aansprakelijkheid dekt. De verkoper heeft na de verkoop en levering van de auto het verzekeringsbewijs in strijd met art. 12 van de Landsverordening aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (LAM) niet bij de verzekeraar ingeleverd. Evenmin heeft de koper een nieuwe verzekering afgesloten die ten aanzien van de auto de wettelijke aansprakelijkheid dekt, conform art. 2 van de LAM. Nadat de

VR 2020/51 Joyriding; verwijtbaar handelen verzekerde; geen polisdekking.

Jurisprudentie
A heeft een bestelauto geleased bij X. Op een nacht heeft de 16-jarige zoon van A de bestelauto meegenomen zonder toestemming van A. De zoon is toen betrokken geraakt bij een eenzijdig ongeval waarna de bestelauto total loss is verklaard. De bestelauto was verzekerd bij B. A vordert schadevergoeding van B. B stelt dat ingevolge art. 8 lid 3 en 7 van de polisvoorwaarden geen dekking wordt verleend indien de feitelijke bestuurder niet in het bezit is van een geldig rijbewijs of indien de verzekerde niet de normale voorzichtigheid in acht heeft genomen om joyriding te voorkomen. A beroept zich op

VR 2019/181 De "kettingbotsingclausule"

Artikel
VR 2019/181 De “kettingbotsingclausule”: een bijzondere vergoedingsregeling in het Belgisch verkeersrecht Jeffrey Amankwah * * Assistent instituut Verzekeringsrecht KU Leuven. 1. Inleiding Het voorwerp van deze bijdrage heeft betrekking op een opmerkelijk verschil in de bestaande vergoedingsregelingen in het geval van een verkeersongeval in enerzijds België en anderzijds Nederland. Veelal zal in het geval van een verkeersongeval – waar een motorrijtuig bij betrokken is – beroep worden gedaan op het gemeen aansprakelijkheidsrecht. In de meeste gevallen zal ook de aansprakelijkheidsverzekeraar