VR 2017/140 Strafrechtelijke aansprakelijkheid voor ernstige verkeersdelicten

VR 2017/140, A.E. Harteveld, Strafrechtelijke aansprakelijkheid voor ernstige verkeersdelicten

Al in juli 2015 verscheen, in het Engels, het boek Criminal Liability for Serious Traffic Offences, Essays on Causing Death, Injury and Danger in Traffic. Het boek bevat bijdragen die zijn gebundeld naar aanleiding van het eerder in Groningen, onder auspiciën van de Rijksuniversiteit aldaar gehouden congres over de strafbaarstelling van ernstige verkeersdelicten in een aantal landen in Europa. Meer specifiek zijn dat, behalve Nederland, Engeland en Wales, Frankrijk, Duitsland en Spanje. De strafbaarstellingen in die landen lopen nogal uiteen en dat wijst erop dat – ondanks de op het gebied van de ordening van het wegverkeer bestaande sterke uniformerende tendens van internationale oorsprong – er geen eenstemmigheid bestaat binnen Europa over de repressieve aanpak van (zware) verkeersovertredingen. Dat die verschillen (deels) in kaart zijn gebracht, is een verdienste van de bundel. Bij die constatering moeten wij het echter niet laten. De belangrijkste reden om – helaas met vertraging – wat ruimer aandacht te besteden aan het boek ligt in de onverminderde actualiteit van het onderwerp. Die actualiteit is alleen maar toegenomen en de vraag naar hoe het in Nederland staat met de strafbaarstelling van verkeersmisdrijven staat momenteel prominent op de (politieke) wetgevingsagenda. Eind december 2016 verscheen het verslag van wetenschappelijk onderzoek dat is uitgevoerd door INTERVICT (Tilburg University) in opdracht van het Fonds Slachtofferhulp. Slachtoffers vinden de opgelegde straffen te laag, zo leidde het Fonds Slachtofferhulp daaruit af. En juist voor de zomer van 2017 verscheen, in opdracht van het WODC, een rapport van de Rijksuniversiteit Groningen, onder de titel Ernstige verkeersdelicten. Onderzoek is gedaan naar de straftoemeting ter zake van ernstige verkeersdelicten en het wettelijk kader waarin deze plaatsvindt. Wat dat laatste betreft – het gaat dan om de vormgeving van de strafbaarstellingen van ernstige verkeersovertredingen c.q. misdrijven – is de uitkomst (onder meer) dat het wenselijk lijkt, bijvoorbeeld in een nieuw artikel 5a WVW 1994, een misdrijf in te voeren dat zeer gevaarlijk rijgedrag dat geen (ernstige) gevolgen heeft gehad strafbaar stelt. Daarbij is verwezen naar de Duitse strafbaarstelling in Par. 315c StGB (Strafgesetzbuch). Een vergelijkbare strafbaarstelling zou kunnen zien op de weggebruiker die (opzettelijk of culpoos), zonder rekening te houden met andere weggebruikers, één of meer concreet opgesomde gedragsregels in ernstige mate schendt, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Verder vraagt het rapport aandacht voor de niet zeer gelukkige vormgeving van het centrale schuldmisdrijf in het verkeer, art. 6 WVW 1994, op het punt van de strafverzwaring bij roekeloosheid. Tegen deze achtergrond biedt de beschouwing in de bundel van een aantal belangrijke Europese rechtstelsels op het gebied van het verkeersstrafrecht waardevol materiaal om te komen tot een eventuele nadere invulling van het Nederlandse verkeersstrafrecht.

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.

Bestel dit artikel voor slechts € 3,95 excl. BTW door op de button 'Koop artikel' te klikken.

Nog geen abonnee? Klik op de button 'Abonneren' zodat ook u toegang krijgt tot de meest recente uitgaven en het archief van Verkeersrecht.