Zoeken

8152 resultaten gevonden

  1. VR 2026/121 Deelgeschil als tegenverzoek op voorlopig deskundigenprocedure. Aansprakelijkheid ziekenhuis.

    Jurisprudentie
    Dit deelgeschil is als tegenverzoek aanhangig gemaakt in een letselschadezaak. Verzoekers treden in dit geschil op voor zowel zichzelf als de wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige dochter. Verweerder is een stichting. In deze zaak staat centraal in hoeverre kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt in het kader van aansprakelijkstelling en schadeafwikkeling voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank stelt voorop dat buitengerechtelijke kosten in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen indien zij redelijk zijn en in redelijkheid zijn gemaakt. Hierbij wordt
  2. VR 2026/122 Verkeersongeval. Overlijdensschade na dood ouders. Schadebegroting bij verblijf buitenland.

    Jurisprudentie
    Op 30 augustus 2018 vond in Burgos (Spanje) een eenzijdig verkeersongeval plaats waarbij beide ouders van twee minderjarige kinderen zijn overleden. Het voertuig was verzekerd bij National Academic Verzekeringsmaatschappij N.V. (NA). Het gezin woonde in Nederland, maar na het ongeval zijn de kinderen bij hun grootouders in het buitenland gaan wonen. De grootouders en een tante voorzien sindsdien in de verzorging en opvoeding van de kinderen. NA heeft aansprakelijkheid erkend voor de schade van de kinderen als gevolg van het overlijden van hun ouders. Tussen partijen zijn vervolgens
  3. VR 2026/123 Schadeafwikkeling. Meerdere vaststellingsovereenkomsten. Onnodige procedure.

    Jurisprudentie

    In 2011 raakte verzoeker X als bijrijder gewond bij een verkeersongeval met een auto die verzekerd was bij InShared. In 2012 erkende InShared aansprakelijkheid. Er volgden daarna jaren van onderhandelingen over de letselschade, waarbij voorschotten werden betaald. In 2017 deed InShared een voorstel tot finale regeling via een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO 2017) met een totale schadevergoeding van € 393.000,-. Deze overeenkomst was al door InShared ondertekend, maar werd door X na advies van een nieuwe advocaat niet geaccepteerd. Daarna werd de schadeafwikkeling voortgezet, inclusief

  4. VR 2026/125 Afsluiting voor motorvoertuigen vanwege aanwijzing verplicht fietspad. Niet onevenredig en onzorgvuldig.

    Jurisprudentie

    Het college van B&W van Voorschoten heeft besloten in de wijk Adegeest twee verplichte fietspaden te realiseren. Dit heeft tot gevolg dat delen van twee wegen worden afgesloten voor motorvoertuigen. Appellant betoogt dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheids-, motiverings- en gelijkheidsbeginsel, onder meer omdat te laat in het participatieproces duidelijk werd op welke wegen het besluit betrekking had en omdat in een andere wijk na bezwaren van belanghebbenden eenzelfde soort besluit door het college werd ingetrokken. De Afdeling oordeelt dat eventuele gebreken in het

  5. VR 2026/126 Rijgeschiktheid, CBR, dementie, medische rapporten, goede procesorde.

    Jurisprudentie

    Het CBR heeft appellant rijgeschikt verklaard voor de duur van één jaar, onder de voorwaarden “alleen tijdens privégebruik” en “automatische keuze van versnelling”. Aanleiding is een gezondheidsverklaring waarin staat dat appellant een vorm van dementie heeft en een beroerte, herseninfarct of hersenbloeding heeft gehad. Het CBR heeft het besluit gebaseerd op medische informatie van een klinisch geriater en een neuroloog, waarin staat dat sprake is van (gemengde) dementie, en een rijtest met voldoende resultaat. De Afdeling acht het hoger beroep ontvankelijk, hoewel het hogerberoepschrift één

  6. VR 2026/127 Wahv. Geen strijd met het evenredigheidsbeginsel. Geen verlaging boete. Deze kantonrechter sluit niet aan bij ECLI:NL:RBMNE:2026:3707.

    Jurisprudentie

    Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van € 300,- voor het als bestuurder gebruiken van een puntstuk op de A12 te Bunnik. Betrokkene stelt dat het boetebedrag onevenredig hoog is. Volgens betrokkene is de verhoging van de Wahv-boetes per 1 maart 2024 met gemiddeld 10 % in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De verhoging van 10 % bestond uit 5,7 % indexatie vanwege inflatie en een beleidsmatige verhoging van 4,3 %. De kantonrechter overweegt dat het besluit waarbij de boetebedragen zijn verhoogd, kan worden getoetst aan algemene rechtsbeginselen, waaronder het evenredigheidsbeginsel

  7. VR 2026/128 WAHV. Schending evenredigheidsbeginsel. Verhoging boetebedragen onverbindend verklaard. Boete verlaagd.

    Jurisprudentie
    Aan betrokkene was op 23 augustus 2024 een administratieve sanctie van € 180,- opgelegd wegens het rijden op de middelste rijstrook van de A27 bij Nieuwegein met een bestelbus van meer dan twee meter breed. Voor deze overtreding gold voor 1 maart 2024 een boete van € 160,-. De kantonrechter toetst de algemene maatregel van bestuur waarbij de Wahv-sanctietarieven worden verhoogd exceptief aan hoger recht, waaronder het evenredigheidsbeginsel. Daarbij wordt gekeken naar de doelen, geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid van de verhoging. Hoewel de ministers een grote mate van politiek
  8. VR 2026/129 Rijden onder invloed amfetamine, procedure bloedmonster.

    Jurisprudentie

    Verdachte wordt vervolgd voor twee gevallen van rijden onder invloed van amfetamine. In de eerste zaak voert de verdediging aan dat geen sprake is van een geldig onderzoek in de zin van artikel 8 lid 5 WVW 1994. De bloedmonsters zijn namelijk niet binnen vier weken bij het laboratorium bezorgd. Volgens de verdediging is daarmee een strikte waarborg uit het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer geschonden en moeten de onderzoeksresultaten buiten beschouwing blijven. Het hof stelt voorop dat van een onderzoek in de zin van artikel 8 lid 5 WVW 1994 alleen sprake is als de

  9. VR 2026/13 Deelgeschil letselschade. Aanrijding met golfkarretje. Causaal verband. Secundaire victimisatie.

    Jurisprudentie

    Op 21 september 2022 is X (verzoeker) op het terrein van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) te ’s-Gravendeel aangereden door een golfkar, bestuurd door een medewerker van het COA. Het COA heeft aansprakelijkheid aanvaard voor zover dit uit de feiten voortvloeit. Partijen hebben gezamenlijk medisch adviseur dr. Buisman (1MA) ingeschakeld. Er ontstond vervolgens verschil van mening over de vraag of de huidige klachten van X – waaronder een bilaterale spondylolysis – het gevolg zijn van het ongeval. Tijdens de zitting van 10 juni 2025 is afgesproken dat 1MA een aanvullend rapport zou

  10. VR 2026/130 Secondenlang op telefoon. Dodelijke kop-staartbotsing in file. Mate van schuld.

    Jurisprudentie

    Verdachte heeft met een bestelauto en aanhangwagen een dodelijke kop-staartbotsing op een provinciale weg veroorzaakt. Hij reed met een snelheid tussen de 90 en 95 km/u en botste met onverminderde snelheid op een stilstaande personenauto die deel uitmaakte van een file. Door de botsing werd deze auto tegen zijn voorganger gedrukt. De bestuurder overleed ter plekke aan zijn verwondingen. Uit onderzoek van de telefoon van verdachte blijkt dat hij gedurende de 43 seconden direct voorafgaand aan het ongeval verschillende handelingen op zijn in een houder geplaatste mobiele telefoon heeft verricht

  11. VR 2026/131 Rijden onder invloed van cocaïne, bloedafname, geen schending artikel 53 Sv.

    Jurisprudentie

    De verdachte staat terecht op verdenking van het besturen van een personenauto na gebruik van cocaïne. Uit bloedonderzoek is gebleken dat het cocaïnegehalte in zijn bloed hoger is dan de toegestane grenswaarde. De verdediging voert aan dat de volgorde van voorgeleiding, verhoor en bloedafname onjuist was. De verdachte is namelijk eerst verhoord, tijdens dat verhoor is met zijn toestemming bloed afgenomen en pas daarna is hij voorgeleid aan de hulpofficier van justitie. Volgens de verdediging maakt deze volgorde dat de resultaten van het bloedonderzoek niet voor het bewijs mogen worden gebruikt

  12. VR 2026/132 Artikel 164 WVW 1994 geen grondslag voor vergoeding schade bestuursrechtelijke ongeldigverklaring rijbewijs na strafrechtelijke vrijspraak. Wel toekenning rechtsbijstandskosten strafzaak.

    Jurisprudentie

    Verzoeker was vervolgd ter zake van een overtreding van artikel 8 WVW 1994. Naar aanleiding van deze verdenking deed de politie een schriftelijke mededeling bij het CBR als bedoeld in artikel 130 WVW 1994, waarna de geldigheid van zijn rijbewijs werd geschorst en het rijbewijs later ongeldig werd verklaard. De strafzaak is vervolgens geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Verzoeker verzocht op grond van artikel 164 WVW 1994 om vergoeding van de door hem geleden schade als gevolg van het verlies van zijn rijbewijs (€ 62.170,72) en op grond van artikel 530 Sv de kosten van

  13. VR 2026/133 OM niet-ontvankelijk. Vertrouwensbeginsel. Rijden onder invloed van medicinale cannabis. Wel veroordeling rijden zonder geldig rijbewijs.

    Jurisprudentie

    Verdachte is in 2025 driemaal op het politiebureau geweest voor het rijden onder invloed van cannabis. Uit bloedonderzoek bleek dat het THC-gehalte hoger was dan de wettelijke grenswaarde: 7,0 microgram per liter bloed in zaak 1, 9,1 microgram in zaak 2 en 6,9 microgram in zaak 3. De verdediging voert aan dat het openbaar ministerie in deze drie zaken niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat bij verdachte het vertrouwen is gewekt dat zij niet zou worden vervolgd. Verdachte gebruikt cannabis op doktersvoorschrift en het CBR heeft haar, hoewel het met dit cannabisgebruik bekend was

  14. VR 2026/134 Weigering verzekeraar. Vrije keuze belangenbehartiger. Voortzetting schaderegelingstraject.

    Jurisprudentie

    In deze kortgedingprocedure staat de vraag centraal of NN als verzekeraar mocht weigeren met Constans Letselschade B.V. samen te werken als belangenbehartiger in de letselschadedossiers van de benadeelden. De benadeelden werden aanvankelijk bijgestaan door Columbus Groningen, maar die samenwerking is beëindigd nadat NN ernstige bezwaren had geuit tegen de werkwijze van Columbus Groningen en tegen de daarin gezichtsbepalende persoon. Vervolgens maakten de benadeelden de overstap naar Constans, een nieuw opgerichte letselschadepraktijk waarin onder meer enkele voormalig medewerkers van Columbus

  15. VR 2026/135 Doorbelasting schade.

    Jurisprudentie

    Eiseres heeft met LeasePlan, de rechtsvoorganger van Ayvens, een overeenkomst gesloten met ingang van 13 september 2016. In het kader van die overeenkomst beheerde Ayvens het wagenpark van eiseres en bemiddelde bij de verzekeringen van de bedrijfsauto’s. Op 10 augustus 2025 vond met een van die bedrijfsauto’s een kop-staartbotsing plaats. De auto werd op dat moment bestuurd door een werknemer van eiseres, die vooraf een gebruikersovereenkomst had ondertekend. Ayvens heeft de wederpartij van het verkeersongeval op grond van de WAM schadeloosgesteld en de daarmee samenhangende kosten vervolgens

  16. VR 2026/136 Vordering schadevergoeding voor autoschade na politieachtervolging.

    Jurisprudentie

    Op 10 januari 2024 reed gedaagde A in een auto van eiser X terwijl zijn rijbewijs was geschorst. Toen de politie hem een stopteken gaf, is A gevlucht. In zijn vlucht is A tegen twee geparkeerde voertuigen gebotst. Hierdoor ontstond schade aan zowel de auto van X als aan de voertuigen van derden. X vordert daarom van A een schadevergoeding. A verweert zich met de stelling dat de auto via een verhuurbedrijf was gehuurd door zijn vriendin, dat reeds huurbetalingen waren verricht en dat zijn aansprakelijkheid contractueel was beperkt. De kantonrechter oordeelt dat A toerekenbaar onrechtmatig heeft

  17. VR 2026/137 Aanvullend voorschot schadevergoeding na zwaar verkeersongeval.

    Jurisprudentie

    Verzoekster verzoekt de rechtbank om HDI Global SE, in haar hoedanigheid als WAM-verzekeraar, te veroordelen tot betaling van een aanvullend voorschot van € 83.295,73, en tot vergoeding van de kosten van het deelgeschil. Aan de procedure ligt een zeer ernstig verkeersongeval ten grondslag dat plaatsvond op 1 oktober 2010, waarbij verzoekster op 8-jarige leeftijd zwaar letsel opliep. De auto waarin zij zich bevond, werd van achteren aangereden door een vrachtwagen en vervolgens tussen twee vrachtauto’s samengedrukt. HDI heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval al eerder

  18. VR 2026/138 Deelgeschil letselschade. Kopstaartbotsing door overstekend dier. Verkeersfout.

    Jurisprudentie

    Op 8 februari 2018 vond een kop-staartbotsing plaats waarbij verweerder A achterop de auto van verzoeker X reed. Het ongeval gebeurde buiten de bebouwde kom in een bocht op een weg waar 80 km/uur gold. Diezelfde avond vulden partijen samen een schadeformulier in en ondertekenden dit. A is verzekerd bij Bovemij. Later stelde X Bovemij aansprakelijk voor de schade, maar de verzekeraar wees dit af en stelde dat X zonder verkeersnoodzaak zou hebben geremd. Ook herhaalde aansprakelijkstellingen in 2023 leidden niet tot een ander standpunt. In het voorlopig getuigenverhoor verklaarde X dat hij

  19. VR 2026/139 Ongeval tussen elektrische bakfiets en snorscooter. Causaliteitsverdeling. Billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Op 5 april 2023 was verzoekster X zwanger van haar tweede kind en vervoerde zij haar eerste kind in een elektrische bakfiets. Rond 15:55 uur kwam zij in botsing met A op zijn snorscooter. Door de aanrijding heeft zij letsel opgelopen, dat volgens haar bestaat uit onder meer niet-aangeboren hersenletsel met aanhoudende klachten, waaronder cognitieve beperkingen, hoofdpijn, duizeligheid en vermoeidheid. Zij stelt daarnaast aanzienlijke schade te lijden, waaronder verlies van arbeidsvermogen. X exploiteert een drogisterij en parfumerie en stelt dat haar gezondheidsklachten niet alleen de

  20. VR 2026/14 Val van motor als passagier. Aansprakelijkheid bestuurder en WAM-verzekeraar.

    Jurisprudentie

    X (verzoekster) en A (verweerder) hadden in 2021 een affectieve relatie. Op oudjaarsavond wilden zij vanuit de woning van X in Rotterdam-Zuid met de motor van A naar de Erasmusbrug rijden om vuurwerk te bekijken. De motor was door A aangepast met een verlengde achterbrug, zonder de verplichte RDW-herkeuring. Voor het ritje werd de motor voorzien van een afneembaar passagierszitje zonder rugsteun voor X. Tijdens de rit trok A op bij een kruispunt, waarna X van de motor viel. A stopte direct en verleende eerste hulp terwijl een omstander 112 belde. X werd met spoed geopereerd aan zware

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!