Zoeken

124 resultaten gevonden

  1. VR 2026/13 Deelgeschil letselschade. Aanrijding met golfkarretje. Causaal verband. Secundaire victimisatie.

    Jurisprudentie

    Op 21 september 2022 is X (verzoeker) op het terrein van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) te ’s-Gravendeel aangereden door een golfkar, bestuurd door een medewerker van het COA. Het COA heeft aansprakelijkheid aanvaard voor zover dit uit de feiten voortvloeit. Partijen hebben gezamenlijk medisch adviseur dr. Buisman (1MA) ingeschakeld. Er ontstond vervolgens verschil van mening over de vraag of de huidige klachten van X – waaronder een bilaterale spondylolysis – het gevolg zijn van het ongeval. Tijdens de zitting van 10 juni 2025 is afgesproken dat 1MA een aanvullend rapport zou

  2. VR 2026/130 Secondenlang op telefoon. Dodelijke kop-staartbotsing in file. Mate van schuld.

    Jurisprudentie

    Verdachte heeft met een bestelauto en aanhangwagen een dodelijke kop-staartbotsing op een provinciale weg veroorzaakt. Hij reed met een snelheid tussen de 90 en 95 km/u en botste met onverminderde snelheid op een stilstaande personenauto die deel uitmaakte van een file. Door de botsing werd deze auto tegen zijn voorganger gedrukt. De bestuurder overleed ter plekke aan zijn verwondingen. Uit onderzoek van de telefoon van verdachte blijkt dat hij gedurende de 43 seconden direct voorafgaand aan het ongeval verschillende handelingen op zijn in een houder geplaatste mobiele telefoon heeft verricht

  3. VR 2026/131 Rijden onder invloed van cocaïne, bloedafname, geen schending artikel 53 Sv.

    Jurisprudentie

    De verdachte staat terecht op verdenking van het besturen van een personenauto na gebruik van cocaïne. Uit bloedonderzoek is gebleken dat het cocaïnegehalte in zijn bloed hoger is dan de toegestane grenswaarde. De verdediging voert aan dat de volgorde van voorgeleiding, verhoor en bloedafname onjuist was. De verdachte is namelijk eerst verhoord, tijdens dat verhoor is met zijn toestemming bloed afgenomen en pas daarna is hij voorgeleid aan de hulpofficier van justitie. Volgens de verdediging maakt deze volgorde dat de resultaten van het bloedonderzoek niet voor het bewijs mogen worden gebruikt

  4. VR 2026/132 Artikel 164 WVW 1994 geen grondslag voor vergoeding schade bestuursrechtelijke ongeldigverklaring rijbewijs na strafrechtelijke vrijspraak. Wel toekenning rechtsbijstandskosten strafzaak.

    Jurisprudentie

    Verzoeker was vervolgd ter zake van een overtreding van artikel 8 WVW 1994. Naar aanleiding van deze verdenking deed de politie een schriftelijke mededeling bij het CBR als bedoeld in artikel 130 WVW 1994, waarna de geldigheid van zijn rijbewijs werd geschorst en het rijbewijs later ongeldig werd verklaard. De strafzaak is vervolgens geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Verzoeker verzocht op grond van artikel 164 WVW 1994 om vergoeding van de door hem geleden schade als gevolg van het verlies van zijn rijbewijs (€ 62.170,72) en op grond van artikel 530 Sv de kosten van

  5. VR 2026/133 OM niet-ontvankelijk. Vertrouwensbeginsel. Rijden onder invloed van medicinale cannabis. Wel veroordeling rijden zonder geldig rijbewijs.

    Jurisprudentie

    Verdachte is in 2025 driemaal op het politiebureau geweest voor het rijden onder invloed van cannabis. Uit bloedonderzoek bleek dat het THC-gehalte hoger was dan de wettelijke grenswaarde: 7,0 microgram per liter bloed in zaak 1, 9,1 microgram in zaak 2 en 6,9 microgram in zaak 3. De verdediging voert aan dat het openbaar ministerie in deze drie zaken niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat bij verdachte het vertrouwen is gewekt dat zij niet zou worden vervolgd. Verdachte gebruikt cannabis op doktersvoorschrift en het CBR heeft haar, hoewel het met dit cannabisgebruik bekend was

  6. VR 2026/134 Weigering verzekeraar. Vrije keuze belangenbehartiger. Voortzetting schaderegelingstraject.

    Jurisprudentie

    In deze kortgedingprocedure staat de vraag centraal of NN als verzekeraar mocht weigeren met Constans Letselschade B.V. samen te werken als belangenbehartiger in de letselschadedossiers van de benadeelden. De benadeelden werden aanvankelijk bijgestaan door Columbus Groningen, maar die samenwerking is beëindigd nadat NN ernstige bezwaren had geuit tegen de werkwijze van Columbus Groningen en tegen de daarin gezichtsbepalende persoon. Vervolgens maakten de benadeelden de overstap naar Constans, een nieuw opgerichte letselschadepraktijk waarin onder meer enkele voormalig medewerkers van Columbus

  7. VR 2026/135 Doorbelasting schade.

    Jurisprudentie

    Eiseres heeft met LeasePlan, de rechtsvoorganger van Ayvens, een overeenkomst gesloten met ingang van 13 september 2016. In het kader van die overeenkomst beheerde Ayvens het wagenpark van eiseres en bemiddelde bij de verzekeringen van de bedrijfsauto’s. Op 10 augustus 2025 vond met een van die bedrijfsauto’s een kop-staartbotsing plaats. De auto werd op dat moment bestuurd door een werknemer van eiseres, die vooraf een gebruikersovereenkomst had ondertekend. Ayvens heeft de wederpartij van het verkeersongeval op grond van de WAM schadeloosgesteld en de daarmee samenhangende kosten vervolgens

  8. VR 2026/136 Vordering schadevergoeding voor autoschade na politieachtervolging.

    Jurisprudentie

    Op 10 januari 2024 reed gedaagde A in een auto van eiser X terwijl zijn rijbewijs was geschorst. Toen de politie hem een stopteken gaf, is A gevlucht. In zijn vlucht is A tegen twee geparkeerde voertuigen gebotst. Hierdoor ontstond schade aan zowel de auto van X als aan de voertuigen van derden. X vordert daarom van A een schadevergoeding. A verweert zich met de stelling dat de auto via een verhuurbedrijf was gehuurd door zijn vriendin, dat reeds huurbetalingen waren verricht en dat zijn aansprakelijkheid contractueel was beperkt. De kantonrechter oordeelt dat A toerekenbaar onrechtmatig heeft

  9. VR 2026/137 Aanvullend voorschot schadevergoeding na zwaar verkeersongeval.

    Jurisprudentie

    Verzoekster verzoekt de rechtbank om HDI Global SE, in haar hoedanigheid als WAM-verzekeraar, te veroordelen tot betaling van een aanvullend voorschot van € 83.295,73, en tot vergoeding van de kosten van het deelgeschil. Aan de procedure ligt een zeer ernstig verkeersongeval ten grondslag dat plaatsvond op 1 oktober 2010, waarbij verzoekster op 8-jarige leeftijd zwaar letsel opliep. De auto waarin zij zich bevond, werd van achteren aangereden door een vrachtwagen en vervolgens tussen twee vrachtauto’s samengedrukt. HDI heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval al eerder

  10. VR 2026/138 Deelgeschil letselschade. Kopstaartbotsing door overstekend dier. Verkeersfout.

    Jurisprudentie

    Op 8 februari 2018 vond een kop-staartbotsing plaats waarbij verweerder A achterop de auto van verzoeker X reed. Het ongeval gebeurde buiten de bebouwde kom in een bocht op een weg waar 80 km/uur gold. Diezelfde avond vulden partijen samen een schadeformulier in en ondertekenden dit. A is verzekerd bij Bovemij. Later stelde X Bovemij aansprakelijk voor de schade, maar de verzekeraar wees dit af en stelde dat X zonder verkeersnoodzaak zou hebben geremd. Ook herhaalde aansprakelijkstellingen in 2023 leidden niet tot een ander standpunt. In het voorlopig getuigenverhoor verklaarde X dat hij

  11. VR 2026/139 Ongeval tussen elektrische bakfiets en snorscooter. Causaliteitsverdeling. Billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Op 5 april 2023 was verzoekster X zwanger van haar tweede kind en vervoerde zij haar eerste kind in een elektrische bakfiets. Rond 15:55 uur kwam zij in botsing met A op zijn snorscooter. Door de aanrijding heeft zij letsel opgelopen, dat volgens haar bestaat uit onder meer niet-aangeboren hersenletsel met aanhoudende klachten, waaronder cognitieve beperkingen, hoofdpijn, duizeligheid en vermoeidheid. Zij stelt daarnaast aanzienlijke schade te lijden, waaronder verlies van arbeidsvermogen. X exploiteert een drogisterij en parfumerie en stelt dat haar gezondheidsklachten niet alleen de

  12. VR 2026/14 Val van motor als passagier. Aansprakelijkheid bestuurder en WAM-verzekeraar.

    Jurisprudentie

    X (verzoekster) en A (verweerder) hadden in 2021 een affectieve relatie. Op oudjaarsavond wilden zij vanuit de woning van X in Rotterdam-Zuid met de motor van A naar de Erasmusbrug rijden om vuurwerk te bekijken. De motor was door A aangepast met een verlengde achterbrug, zonder de verplichte RDW-herkeuring. Voor het ritje werd de motor voorzien van een afneembaar passagierszitje zonder rugsteun voor X. Tijdens de rit trok A op bij een kruispunt, waarna X van de motor viel. A stopte direct en verleende eerste hulp terwijl een omstander 112 belde. X werd met spoed geopereerd aan zware

  13. VR 2026/17 Niet aannemelijk gemaakt dat fietspaden voor meer dan dertig jaar voor iedereen toegankelijk zijn geweest. Geen openbare weg in de zin van de Wegenwet.

    Jurisprudentie

    De eigenaar van een landgoed heeft twee fietspaden op het landgoed, de Emilialaan en de Stulpselaan, afgesloten. Fietsvrienden Pijnenburg verzocht het college van burgemeester en wethouders van Baarn hiertegen handhavend op te treden, omdat de paden volgens hen openbare wegen zijn in de zin van de Wegenwet. Het college wees dit verzoek af, omdat het de paden niet aanmerkte als openbare weg. De rechtbank oordeelde dat het college terecht niet handhaafde ten aanzien van de Emilialaan, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat dit pad openbaar was geworden. Voor de Stulpselaan kwam de rechtbank tot

  14. VR 2026/18 Intrekken weekendverbod voor motoren. Geluidsonderzoek uitgevoerd na eerdere uitspraak. Intrekkingsbesluit deugdelijk gemotiveerd.

    Jurisprudentie

    In een eerdere uitspraak had de Afdeling geoordeeld dat het verkeersbesluit om motoren in de weekenden van 1 april tot en met 31 oktober te weren onzorgvuldig was voorbereid. Naar aanleiding van die uitspraak heeft het college een geluidsonderzoek laten uitvoeren. Op basis van de resultaten van dat onderzoek en de cijfers over ongevallen, heeft het college geconcludeerd dat een weekendverbod voor motoren niet gerechtvaardigd is. Daarom heeft het college het besluit ingetrokken. Twee omwonenden stellen dat het intrekken van dit besluit in strijd is met de doelstellingen van artikel 2 WVW 1994

  15. VR 2026/19 Bijrijder na ongeval overleden. Alternatief scenario van verontschuldigbare onmacht niet aannemelijk. Veroordeling overtreding art. 6 WVW 1994.

    Jurisprudentie

    De verdachte wordt verweten dat hij als beginnend bestuurder door zeer onvoorzichtig rijgedrag een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij zijn bijrijder is overleden. Vaststaat dat hij op een onverlichte 60-km-weg met een snelheid van ongeveer 135 km/u heeft gereden. In een bocht raakte de auto in een drift, waarna deze van de weg raakte en tegen twee bomen botste. Uit EDR-gegevens blijkt dat de auto 0,5 seconden vóór de botsing 123,07 km/u reed en tijdens de botsing 98,38 km/u. De verdediging heeft aangevoerd dat sprake was van verontschuldigbare onmacht, omdat de verdachte voorafgaand aan

  16. VR 2026/20 Vrijspraak dood door schuld. Geen verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid.

    Jurisprudentie

    Verdachte raakt als bestuurder van een auto betrokken bij een verkeersongeval met een fietser. Als gevolg van het ongeval komt de fietser om het leven. Op de plaats van het ongeval geldt een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Uit onderzoek blijkt dat verdachte heeft gereden met een minimale snelheid van 71,51 kilometer per uur. De verbalisant ruikt bij het eerste contact met verdachte een alcohollucht en de verdachte vertoont uiterlijke kenmerken van alcoholgebruik. Het resultaat van de blaastest op het voorselectieapparaat duidt op een waarde tussen de 300 en 430 microgram alcohol per

  17. VR 2026/21 Dekman valt van schip. Letselschade. Aansprakelijkheid werkgever en/of schip.

    Jurisprudentie

    Op 19 december 2012 raakte X als terminaloperator bij ECT ernstig gewond toen hij aan boord van het containerschip van Cosco Europe door een opening viel tijdens het sluiten van een scheepsluik. De looppaden waren rommelig door lashingmateriaal, ondanks herhaalde verzoeken van X om dit op te ruimen. Hierdoor kon hij de veiligheidsprocedure niet volledig volgen. ECT erkende aansprakelijkheid en stelde vervolgens Cosco aansprakelijk. Volgens het Marintec-rapport was het ongeval het gevolg van onveilige omstandigheden en het niet naleven van veiligheidsprocedures. In eerste aanleg vorderde ECT

  18. VR 2026/22 Regresvordering verzekeraar. Aanvang verjaringstermijn. Redelijkheid en billijkheid.

    Jurisprudentie

    In 2013 hield Ziggo een bedrijfsfeest bij evenementenlocatie Brothers. Een medewerker van Ziggo kwam daar ten val op een nabijgelegen parkeerterrein en liep daarbij blijvend letsel op. De verzekeraar van Ziggo, Nationale Nederlanden (NN), stelt dat Brothers naast Ziggo aansprakelijk is voor deze schade en vordert regres voor het aan de werknemer uitgekeerde bedrag van € 230.000,-. Brothers betwist die aansprakelijkheid en beroept zich op verjaring. De werknemer stelde Ziggo in 2017 aansprakelijk, waarna aansprakelijkheid aanvankelijk werd afgewezen. In 2019 vond een voorlopig getuigenverhoor

  19. VR 2026/23 Ernstig verkeersongeval. Verhaalsvordering van verzekeraar. Aansprakelijkheid wegbeheerder

    Jurisprudentie

    Op 8 september 2019 vond een aanrijding plaats op een fietspad in Haarlem tussen een bromfietser en een sportfietser. De sportfietser reed als laatste in een groep van vijf wielrenners. De botsing gebeurde bij de overgang van een houten brug naar asfalt, waar het pad smal is en een hobbel in het wegdek zit. De eerste vier fietsers konden de bromfietser passeren, maar de vijfde fietser botste tegen zijn spiegel en kwam ten val. De sportfietser overleed later aan zijn verwondingen. De bromfietser verklaarde dat hij snelheid minderde, probeerde uit te wijken en gepoogd had om de fietser te

  20. VR 2026/24 Letselschade na val tijdens training hondencursus. Aansprakelijkheid bedrijf.

    Jurisprudentie

    Op 4 februari 2020 vond een ongeval plaats tijdens een hondentraining in de trainingshal van De Bréborgh. Tijdens de training was een parcours met hindernissen uitgezet. Toen de hond van appellant (A) bij een tunnel weigerde verder te lopen en A een stap achteruit deed, kwam hij ten val op een natte plek en liep hij ernstig armletsel op. A stelt dat De Bréborgh haar zorgplicht had geschonden. De door De Bréborgh genomen maatregelen – het beschikbaar stellen van dweilmateriaal en instructies aan deelnemers – waren volgens hem onvoldoende en ook ontbraken er waarschuwingsborden. In het

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!