verkeersongeval

VR 2026/120 Fietsongeval met kinderen. Risicoaansprakelijkheid ouders. Verkeersfout?

Jurisprudentie
Op 20 mei 2015 vond een fietsongeval plaats op een tweerichtingsfietspad in Santpoort-Noord. X fietste in de richting van haar werk en kwam een groep schoolgaande meisjes tegemoet. Binnen deze groep reed de destijds 13-jarige A samen met de andere meisjes deels naast elkaar. Bij het passeren ontstond contact tussen X en A, waarna zij en een ander meisje uit de groep allen ten val kwamen. X heeft hierbij letsel opgelopen, waaronder botbreuken en blijvend zenuwletsel. Zij heeft vervolgens de ouders van A en hun aansprakelijkheidsverzekeraar aansprakelijk gesteld voor haar schade. X stelt dat het

VR 2026/119 Verkeersongeval. Erkenning aansprakelijkheid WAM-verzekeraar bindt verzekerde.

Jurisprudentie
Op 29 oktober 2021 raakte X als motorrijder betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij tijdens een inhaalmanoeuvre in botsing kwam met een afslaande automobilist. Als gevolg van dit ongeval heeft X ernstig letsel opgelopen, waaronder een gedeeltelijke amputatie van zijn rechterbeen. De automobilist was WAM-verzekerd bij Allianz, terwijl X WAM-verzekerd was bij Bovemij. Op basis van onder meer een schadeformulier en een politierapport heeft Bovemij de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. X stelt dat hij zich de toedracht van het ongeval niet herinnert. X verzoekt in deze procedure voor

VR 2026/117 Botsing op geparkeerde auto. Onder invloed alcohol. Dekking WAM-verzekering. Te goeder trouw.

Jurisprudentie
Op 21 september 2014 veroorzaakte geïntimeerde X onder invloed van alcohol een verkeersongeval met een Suzuki Alto. Hij botste tegen een geparkeerde auto, waarna die een lantaarnpaal raakte. Een inzittende passagier liep daarbij letsel op. De auto was van de ouders van X en werd zonder hun toestemming gebruikt. Voor de auto gold een WAM-verzekering bij Univé, maar volgens de polis bestaat geen dekking bij rijden onder invloed. Univé betaalde € 105.000,- schadevergoeding aan de inzittende en wil dit bedrag verhalen op X. Univé heeft X gedagvaard op grond van artikel 15 lid 1 WAM. Volgens die

VR 2026/96 Causaal verband ongeval - klachten. Deskundigenonderzoeken.

Jurisprudentie

Op 11 januari 2016 werd de 18-jarige X aangereden. De schadeverzekeraar van de automobilist, Nationale Nederlanden (NN), heeft hiervoor de aansprakelijkheid erkend. Partijen verschillen van mening over de medische en juridische gevolgen van het ongeval en de wijze waarop de schade moet worden vastgesteld. In de jaren na het ongeval zijn meerdere medische expertises uitgevoerd, waaronder een neuropsychologisch rapport uit 2019 van deskundige D en een neurologisch rapport van C. Deze rapporten leidden tot uiteenlopende conclusies over de aard en ernst van de cognitieve klachten van verzoekster

VR 2026/95 Oud verkeersongeval. Aansprakelijkheid WAM-verzekeraar. Aanvullende schadevergoeding?

Jurisprudentie
In 2008 is appellant A als 3-jarig kind aangereden door een auto waarvan de bestuurder WAM-verzekerd was bij ASR. ASR heeft de aansprakelijkheid erkend en in totaal € 18.500,- vergoed, inclusief € 7.500,- aan kosten. Tussen partijen is daarna discussie ontstaan over de vraag of deze betaling de volledige schade dekt, of dat A nog aanvullende schade heeft geleden, met name in verband met mogelijk blijvend letsel. ASR heeft bij de rechtbank verzocht voor recht te verklaren dat zij met deze betaling volledig is gekweten, terwijl A in reconventie onder meer heeft verzocht om medewerking aan een

VR 2026/90 Dodelijk verkeersongeval, vuilniswagen, inhalende fietser, aanmerkelijke schuld.

Jurisprudentie
Een bestuurster van een vuilniswagen trekt, nadat zij heeft stilgestaan om een vuilcontainer te legen, weer op zonder een fietser, die zich links naast dan wel vóór de vrachtwagen bevindt op te merken en voor te laten gaan. Zij botst met de linker voorzijde van de vrachtwagen tegen de achterzijde van de fiets, waarna de fietser ten val komt en wordt overreden. De rechtbank stelt vast dat het optrekken na het legen van de container een bijzondere manoeuvre is, zodat verdachte op grond van artikel 54 RVV 1990 het overige verkeer moet laten voorgaan. Uit forensisch verkeersonderzoek volgt dat de

VR 2026/82 Deelgeschil. Ongeval auto en fiets op industrieterrein. Overmacht.

Jurisprudentie

Op 5 oktober 2023 fietste X samen met haar echtgenoot door een industrieterrein in Sneek. Op het kruispunt ontstond een ongeval. De echtgenoot van X kon op tijd stoppen voor een vrachtwagen, maar X kon dat niet en botste tegen de rechterzijkant van de vrachtwagen. Door het ongeval heeft X ernstig letsel aan haar linkerbeen opgelopen, bestaande uit drie complexe beenbreuken met grote wonden. In dit deelgeschil verzoekt X voor recht te verklaren dat Achmea als WAM-verzekeraar van de vrachtwagen aansprakelijk is voor haar schade. Achmea beroept zich op overmacht. Volgens vaste jurisprudentie

VR 2026/81 Deelgeschil. Ongeval tussen bromfietser en automobilist. Eigen schuld automobilist.

Jurisprudentie

Op 25 augustus 2024 kwam verzoeker X met zijn auto op een kruispunt in botsing met een bromfietser A. Voor X kwam de bromfiets van rechts, waar deze niet mocht rijden. Deze weg betreft namelijk een eenrichtingsweg waar enkel fietsers tegen de rijrichting in mogen rijden. Een dag later bezocht X de huisarts vanwege nekpijn. Voor deze pijnklachten is X daarna acht maanden behandeld geweest door een fysiotherapeut. De WAM-verzekeraar van de bromfietser, Univé, erkende aansprakelijkheid voor het ongeval. Echter, er ontstond discussie over de vraag of X eigen schuld had dus hebben partijen zich tot

VR 2026/79 Fataal ongeval auto en motorrijder. Aansprakelijkheid WAM-verzekeraar voor schade autobestuurder.

Jurisprudentie

Op de avond van 22 juni 2017 stond de auto van eiseres X geparkeerd in een parkeerstrook langs de weg. Toen zij vanuit deze parkeerplaats wegreed, kwam zij in botsing met motorrijder A. Hij kwam hierbij om het leven. Uit getuigenverklaringen blijkt dat A samen met twee motorrijders als groep reden. Over de exacte snelheid bestaat onduidelijkheid: sommige getuigen schatten deze op ongeveer 40 tot 65 km/u, terwijl anderen aangaven dat de motoren mogelijk harder reden, mede omdat zij veel geluid maakten. Een omstander hoorde de motoren naderen en kort daarna een harde klap, maar zag het ongeval

VR 2026/78 Aanrijding tussen motor en auto. Onduidelijke toedracht. Letselschade.

Jurisprudentie

Op 27 maart 2022 was eiser X met vrienden A en B aan het motorrijden. De drie reden achter elkaar en sloegen bij een rotonde rechtsaf. Kort na het verlaten van de rotonde werd X ingehaald door de gedaagde in zijn blauwe Citroën. Tijdens deze manoeuvre kwam het tot een botsing, waarna X de controle over zijn motor verloor en tot stilstand kwam. Gedaagde reed na het incident door. Tijdens het politieonderzoek is niet met zekerheid vastgesteld welk voertuig het andere heeft geraakt, maar wel dat de Citroën de motor van X inhaalde en dat beide voertuigen zeer waarschijnlijk met elkaar in contact