verkeersongeval

VR 2026/139 Ongeval tussen elektrische bakfiets en snorscooter. Causaliteitsverdeling. Billijkheidscorrectie.

Jurisprudentie

Op 5 april 2023 was verzoekster X zwanger van haar tweede kind en vervoerde zij haar eerste kind in een elektrische bakfiets. Rond 15:55 uur kwam zij in botsing met A op zijn snorscooter. Door de aanrijding heeft zij letsel opgelopen, dat volgens haar bestaat uit onder meer niet-aangeboren hersenletsel met aanhoudende klachten, waaronder cognitieve beperkingen, hoofdpijn, duizeligheid en vermoeidheid. Zij stelt daarnaast aanzienlijke schade te lijden, waaronder verlies van arbeidsvermogen. X exploiteert een drogisterij en parfumerie en stelt dat haar gezondheidsklachten niet alleen de

VR 2026/138 Deelgeschil letselschade. Kopstaartbotsing door overstekend dier. Verkeersfout.

Jurisprudentie

Op 8 februari 2018 vond een kop-staartbotsing plaats waarbij verweerder A achterop de auto van verzoeker X reed. Het ongeval gebeurde buiten de bebouwde kom in een bocht op een weg waar 80 km/uur gold. Diezelfde avond vulden partijen samen een schadeformulier in en ondertekenden dit. A is verzekerd bij Bovemij. Later stelde X Bovemij aansprakelijk voor de schade, maar de verzekeraar wees dit af en stelde dat X zonder verkeersnoodzaak zou hebben geremd. Ook herhaalde aansprakelijkstellingen in 2023 leidden niet tot een ander standpunt. In het voorlopig getuigenverhoor verklaarde X dat hij

VR 2026/137 Aanvullend voorschot schadevergoeding na zwaar verkeersongeval.

Jurisprudentie

Verzoekster verzoekt de rechtbank om HDI Global SE, in haar hoedanigheid als WAM-verzekeraar, te veroordelen tot betaling van een aanvullend voorschot van € 83.295,73, en tot vergoeding van de kosten van het deelgeschil. Aan de procedure ligt een zeer ernstig verkeersongeval ten grondslag dat plaatsvond op 1 oktober 2010, waarbij verzoekster op 8-jarige leeftijd zwaar letsel opliep. De auto waarin zij zich bevond, werd van achteren aangereden door een vrachtwagen en vervolgens tussen twee vrachtauto’s samengedrukt. HDI heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval al eerder

VR 2026/136 Vordering schadevergoeding voor autoschade na politieachtervolging.

Jurisprudentie

Op 10 januari 2024 reed gedaagde A in een auto van eiser X terwijl zijn rijbewijs was geschorst. Toen de politie hem een stopteken gaf, is A gevlucht. In zijn vlucht is A tegen twee geparkeerde voertuigen gebotst. Hierdoor ontstond schade aan zowel de auto van X als aan de voertuigen van derden. X vordert daarom van A een schadevergoeding. A verweert zich met de stelling dat de auto via een verhuurbedrijf was gehuurd door zijn vriendin, dat reeds huurbetalingen waren verricht en dat zijn aansprakelijkheid contractueel was beperkt. De kantonrechter oordeelt dat A toerekenbaar onrechtmatig heeft

VR 2026/120 Fietsongeval met kinderen. Risicoaansprakelijkheid ouders. Verkeersfout?

Jurisprudentie
Op 20 mei 2015 vond een fietsongeval plaats op een tweerichtingsfietspad in Santpoort-Noord. X fietste in de richting van haar werk en kwam een groep schoolgaande meisjes tegemoet. Binnen deze groep reed de destijds 13-jarige A samen met de andere meisjes deels naast elkaar. Bij het passeren ontstond contact tussen X en A, waarna zij en een ander meisje uit de groep allen ten val kwamen. X heeft hierbij letsel opgelopen, waaronder botbreuken en blijvend zenuwletsel. Zij heeft vervolgens de ouders van A en hun aansprakelijkheidsverzekeraar aansprakelijk gesteld voor haar schade. X stelt dat het

VR 2026/119 Verkeersongeval. Erkenning aansprakelijkheid WAM-verzekeraar bindt verzekerde.

Jurisprudentie
Op 29 oktober 2021 raakte X als motorrijder betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij tijdens een inhaalmanoeuvre in botsing kwam met een afslaande automobilist. Als gevolg van dit ongeval heeft X ernstig letsel opgelopen, waaronder een gedeeltelijke amputatie van zijn rechterbeen. De automobilist was WAM-verzekerd bij Allianz, terwijl X WAM-verzekerd was bij Bovemij. Op basis van onder meer een schadeformulier en een politierapport heeft Bovemij de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. X stelt dat hij zich de toedracht van het ongeval niet herinnert. X verzoekt in deze procedure voor

VR 2026/117 Botsing op geparkeerde auto. Onder invloed alcohol. Dekking WAM-verzekering. Te goeder trouw.

Jurisprudentie
Op 21 september 2014 veroorzaakte geïntimeerde X onder invloed van alcohol een verkeersongeval met een Suzuki Alto. Hij botste tegen een geparkeerde auto, waarna die een lantaarnpaal raakte. Een inzittende passagier liep daarbij letsel op. De auto was van de ouders van X en werd zonder hun toestemming gebruikt. Voor de auto gold een WAM-verzekering bij Univé, maar volgens de polis bestaat geen dekking bij rijden onder invloed. Univé betaalde € 105.000,- schadevergoeding aan de inzittende en wil dit bedrag verhalen op X. Univé heeft X gedagvaard op grond van artikel 15 lid 1 WAM. Volgens die

VR 2026/96 Causaal verband ongeval - klachten. Deskundigenonderzoeken.

Jurisprudentie

Op 11 januari 2016 werd de 18-jarige X aangereden. De schadeverzekeraar van de automobilist, Nationale Nederlanden (NN), heeft hiervoor de aansprakelijkheid erkend. Partijen verschillen van mening over de medische en juridische gevolgen van het ongeval en de wijze waarop de schade moet worden vastgesteld. In de jaren na het ongeval zijn meerdere medische expertises uitgevoerd, waaronder een neuropsychologisch rapport uit 2019 van deskundige D en een neurologisch rapport van C. Deze rapporten leidden tot uiteenlopende conclusies over de aard en ernst van de cognitieve klachten van verzoekster

VR 2026/95 Oud verkeersongeval. Aansprakelijkheid WAM-verzekeraar. Aanvullende schadevergoeding?

Jurisprudentie
In 2008 is appellant A als 3-jarig kind aangereden door een auto waarvan de bestuurder WAM-verzekerd was bij ASR. ASR heeft de aansprakelijkheid erkend en in totaal € 18.500,- vergoed, inclusief € 7.500,- aan kosten. Tussen partijen is daarna discussie ontstaan over de vraag of deze betaling de volledige schade dekt, of dat A nog aanvullende schade heeft geleden, met name in verband met mogelijk blijvend letsel. ASR heeft bij de rechtbank verzocht voor recht te verklaren dat zij met deze betaling volledig is gekweten, terwijl A in reconventie onder meer heeft verzocht om medewerking aan een

VR 2026/90 Dodelijk verkeersongeval, vuilniswagen, inhalende fietser, aanmerkelijke schuld.

Jurisprudentie
Een bestuurster van een vuilniswagen trekt, nadat zij heeft stilgestaan om een vuilcontainer te legen, weer op zonder een fietser, die zich links naast dan wel vóór de vrachtwagen bevindt op te merken en voor te laten gaan. Zij botst met de linker voorzijde van de vrachtwagen tegen de achterzijde van de fiets, waarna de fietser ten val komt en wordt overreden. De rechtbank stelt vast dat het optrekken na het legen van de container een bijzondere manoeuvre is, zodat verdachte op grond van artikel 54 RVV 1990 het overige verkeer moet laten voorgaan. Uit forensisch verkeersonderzoek volgt dat de