verkeersongeval

VR 2026/96 Causaal verband ongeval - klachten. Deskundigenonderzoeken.

Jurisprudentie

Op 11 januari 2016 werd de 18-jarige X aangereden. De schadeverzekeraar van de automobilist, Nationale Nederlanden (NN), heeft hiervoor de aansprakelijkheid erkend. Partijen verschillen van mening over de medische en juridische gevolgen van het ongeval en de wijze waarop de schade moet worden vastgesteld. In de jaren na het ongeval zijn meerdere medische expertises uitgevoerd, waaronder een neuropsychologisch rapport uit 2019 van deskundige D en een neurologisch rapport van C. Deze rapporten leidden tot uiteenlopende conclusies over de aard en ernst van de cognitieve klachten van verzoekster

VR 2026/95 Oud verkeersongeval. Aansprakelijkheid WAM-verzekeraar. Aanvullende schadevergoeding?

Jurisprudentie
In 2008 is appellant A als 3-jarig kind aangereden door een auto waarvan de bestuurder WAM-verzekerd was bij ASR. ASR heeft de aansprakelijkheid erkend en in totaal € 18.500,- vergoed, inclusief € 7.500,- aan kosten. Tussen partijen is daarna discussie ontstaan over de vraag of deze betaling de volledige schade dekt, of dat A nog aanvullende schade heeft geleden, met name in verband met mogelijk blijvend letsel. ASR heeft bij de rechtbank verzocht voor recht te verklaren dat zij met deze betaling volledig is gekweten, terwijl A in reconventie onder meer heeft verzocht om medewerking aan een

VR 2026/90 Dodelijk verkeersongeval, vuilniswagen, inhalende fietser, aanmerkelijke schuld.

Jurisprudentie
Een bestuurster van een vuilniswagen trekt, nadat zij heeft stilgestaan om een vuilcontainer te legen, weer op zonder een fietser, die zich links naast dan wel vóór de vrachtwagen bevindt op te merken en voor te laten gaan. Zij botst met de linker voorzijde van de vrachtwagen tegen de achterzijde van de fiets, waarna de fietser ten val komt en wordt overreden. De rechtbank stelt vast dat het optrekken na het legen van de container een bijzondere manoeuvre is, zodat verdachte op grond van artikel 54 RVV 1990 het overige verkeer moet laten voorgaan. Uit forensisch verkeersonderzoek volgt dat de

VR 2026/82 Deelgeschil. Ongeval auto en fiets op industrieterrein. Overmacht.

Jurisprudentie

Op 5 oktober 2023 fietste X samen met haar echtgenoot door een industrieterrein in Sneek. Op het kruispunt ontstond een ongeval. De echtgenoot van X kon op tijd stoppen voor een vrachtwagen, maar X kon dat niet en botste tegen de rechterzijkant van de vrachtwagen. Door het ongeval heeft X ernstig letsel aan haar linkerbeen opgelopen, bestaande uit drie complexe beenbreuken met grote wonden. In dit deelgeschil verzoekt X voor recht te verklaren dat Achmea als WAM-verzekeraar van de vrachtwagen aansprakelijk is voor haar schade. Achmea beroept zich op overmacht. Volgens vaste jurisprudentie

VR 2026/81 Deelgeschil. Ongeval tussen bromfietser en automobilist. Eigen schuld automobilist.

Jurisprudentie

Op 25 augustus 2024 kwam verzoeker X met zijn auto op een kruispunt in botsing met een bromfietser A. Voor X kwam de bromfiets van rechts, waar deze niet mocht rijden. Deze weg betreft namelijk een eenrichtingsweg waar enkel fietsers tegen de rijrichting in mogen rijden. Een dag later bezocht X de huisarts vanwege nekpijn. Voor deze pijnklachten is X daarna acht maanden behandeld geweest door een fysiotherapeut. De WAM-verzekeraar van de bromfietser, Univé, erkende aansprakelijkheid voor het ongeval. Echter, er ontstond discussie over de vraag of X eigen schuld had dus hebben partijen zich tot

VR 2026/79 Fataal ongeval auto en motorrijder. Aansprakelijkheid WAM-verzekeraar voor schade autobestuurder.

Jurisprudentie

Op de avond van 22 juni 2017 stond de auto van eiseres X geparkeerd in een parkeerstrook langs de weg. Toen zij vanuit deze parkeerplaats wegreed, kwam zij in botsing met motorrijder A. Hij kwam hierbij om het leven. Uit getuigenverklaringen blijkt dat A samen met twee motorrijders als groep reden. Over de exacte snelheid bestaat onduidelijkheid: sommige getuigen schatten deze op ongeveer 40 tot 65 km/u, terwijl anderen aangaven dat de motoren mogelijk harder reden, mede omdat zij veel geluid maakten. Een omstander hoorde de motoren naderen en kort daarna een harde klap, maar zag het ongeval

VR 2026/78 Aanrijding tussen motor en auto. Onduidelijke toedracht. Letselschade.

Jurisprudentie

Op 27 maart 2022 was eiser X met vrienden A en B aan het motorrijden. De drie reden achter elkaar en sloegen bij een rotonde rechtsaf. Kort na het verlaten van de rotonde werd X ingehaald door de gedaagde in zijn blauwe Citroën. Tijdens deze manoeuvre kwam het tot een botsing, waarna X de controle over zijn motor verloor en tot stilstand kwam. Gedaagde reed na het incident door. Tijdens het politieonderzoek is niet met zekerheid vastgesteld welk voertuig het andere heeft geraakt, maar wel dat de Citroën de motor van X inhaalde en dat beide voertuigen zeer waarschijnlijk met elkaar in contact

VR 2026/74 Botsing tussen auto’s. Noodstop voor schrikhek. Gevaarzetting door bestuurder?

Jurisprudentie

In november 2023 voerde aannemer KWS in opdracht van de gemeente Schagen asfalteringswerkzaamheden uit op de Warmenhuizerweg te Warmenhuizen. Op 20 november 2023 omstreeks 18:50 uur reed X vanuit de richting van de N245 toen de autobestuurder voor hem plotseling remde. Autobestuurder A moest remmen voor een schrikhek dat circa 120 meter voor de rotonde op de rijbaan stond. A kon zijn voertuig nog tot stilstand brengen, maar X kon niet meer tijdig remmen en botste achterop. Het voertuig van A was WAM-verzekerd bij Greenval. Uit het proces-verbaal van de politie en verklaringen van betrokkenen

VR 2026/73 Botsing tussen auto’s. Noodstop voor schrikhek. Aansprakelijkheid gemeente. Eigen schuld.

Jurisprudentie

In november 2023 voerde aannemer KWS in opdracht van de gemeente Schagen asfalteringswerkzaamheden uit op de Warmenhuizerweg te Warmenhuizen. Op 20 november 2023 omstreeks 18:50 uur reed X vanuit de richting van de N245 toen de autobestuurder voor hem plotseling remde. Deze autobestuurder moest remmen voor een schrikhek dat circa 120 meter voor de rotonde op de rijbaan stond. Hij kon zijn voertuig nog tot stilstand brengen, maar X kon niet meer tijdig remmen en botste achterop. Uit het proces-verbaal van de politie en verklaringen van betrokkenen volgt dat het schrikhek in het donker op een

VR 2026/72 Verkeersongeval tussen auto en motor. Rood licht voor afsluiting tunnel.

Jurisprudentie

Op 22 december 2016 raakte motorrijder X (geïntimeerde) betrokken bij een verkeersongeval. Het ongeval vond plaats bij een verkeersregelinstallatie die op rood sprong. A die met zijn auto voor X reed, kwam tot stilstand. X botste daartegenaan en werd vervolgens op de naastgelegen rijstrook aangereden door een auto bestuurd door B. Ten tijde van het ongeval was A WAM-verzekerd bij Achmea en B was WAM-verzekerd bij National Academic. X heeft aan het ongeval een dwarslaesie overgehouden. Hij is daardoor blijvend rolstoelgebonden en ondervindt verschillende bijkomende ernstige gezondheidsproblemen