uitleg polisvoorwaarden
VR 2026/29 Verkeersongeval wegens alcoholgebruik. Uitleg beding niet-uitkeren aan verzekerde.
In de nacht van 23 februari 2022 raakte de auto van X total loss door een verkeersongeval. Hij werd naar het ziekenhuis gebracht. Volgens het proces-verbaal van de politie werd het ongeval veroorzaakt door een combinatie van alcoholgebruik, vermoeidheid en hoge snelheid, waardoor hij de macht over het stuur verloor en tegen de betonnen middenberm botste. Door het ongeval ontstond schade aan het wegdek en de middenberm, waarvoor Rijkswaterstaat de verzekeraar van X aansprakelijk stelde. Verzekeraar Univé heeft hiervoor € 33.438,97 betaald. Univé vordert maximaal € 5.000,- van X, vermeerderd met
VR 2026/27 Verzekeringsrecht. Uitsluitingsclausule. Auto total loss. Schrikborrel.
Nadat X met zijn leaseauto in de sloot was beland, werd de auto total loss verklaard. De auto was allrisk verzekerd bij Univé, maar die weigert dekking. Volgens Univé heeft X onder invloed van alcohol gereden, waardoor een uitsluitingsclausule in de polisvoorwaarden van toepassing is. X stelt dat hij het ongeval kreeg doordat hij moest uitwijken en remmen voor een dier. Hij zou pas ná het ongeval alcohol gedronken hebben in de vorm van een zogenoemde “schrikborrel”. Hij vordert daarom dat Univé de schade aan zijn leasemaatschappij dient te vergoeden. De rechtbank stelt voorop dat een
VR 2025/86 Aansprakelijkheid manege. Geen schending mededelingsplicht. Verzekeraar dient te dekken.
Een minderjarige ruiter viel in 2008 van een pony tijdens een paardrijles bij manege X. In 2011 sloot X een verzekering af bij Achmea, die alleen aansprakelijkheid dekt als de claim tijdens de looptijd wordt ingediend en niet eerder bekend was. In 2016 stelden de ouders van de ruiter X aansprakelijk, waarna de manege dit meldde bij Achmea. Achmea weigerde dekking, omdat het ongeval vóór de verzekeringsperiode plaatsvond. In 2024 bepaalde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat X volledig aansprakelijk is voor de schade, tot het maximale bedrag waarvoor hij verzekerd had kunnen zijn. X verzoekt
VR 2025/43 Verzekeringsrecht. Uitleg polisbepaling. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid.
Een manegehouder organiseert bosritten waarbij deelnemers tegen betaling en onder begeleiding van een medewerker een rit op hun paarden maken. In april 2018 was tijdens zo’n bosrit een deelnemer van haar paard gevallen. Zij heeft hierbij ernstig letsel opgelopen. De deelnemer heeft de manegehouder aansprakelijk gesteld voor haar schade. De aansprakelijkheidsverzekeraar van de manegehouder, NN, heeft een clausule in de verzekeringspolis die vereist dat de verhuur van rijpaarden alleen gedekt is onder specifieke voorwaarden. In dit vrijwaringsgeding stelt de manegehouder dat het schadevoorval
VR 2023/76 (met noot) Dekking onder WAM of SVI? Uitleg polisvoorwaarden. Bestuurder ex art. 4 lid 1 WAM.
VR 2022/138 Uitleg polisvoorwaarden AOV. Geen zuivere schade- of sommenverzekering, maar gemengd karakter. Voordeelsverrekening niet redelijk.
In 2017 is X en Y een ongeval overkomen. De door Y bestuurde auto, met X als passagier, is van achter aangereden door een door A bestuurde auto. X heeft hier meerdere klachten aan overgehouden. De auto van A is verzekerd bij Baloise, die aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkent. X en Y hebben zich voor afwikkeling van de schade eerst gewend tot hun SVI-verzekeraar ZLM. ZLM wikkelt de schade af met een slotuitkering, waarbij ze haar uitkering aan X deels met de door hem ontvangen AOV-uitkering verrekent. X en Y wenden zich tot Baloise voor de verdere afwikkeling van de schade
VR 2022/093 Naar betere praktische hanteerbaarheid van de opzetclausule
VR 2021/104 Verhaal verzekeraar op andere verzekeraar in twee hoedanigheden.
VR 2020/57 Letsel en verzekering: