schade bij overlijden
VR 2026/79 Fataal ongeval auto en motorrijder. Aansprakelijkheid WAM-verzekeraar voor schade autobestuurder.
Op de avond van 22 juni 2017 stond de auto van eiseres X geparkeerd in een parkeerstrook langs de weg. Toen zij vanuit deze parkeerplaats wegreed, kwam zij in botsing met motorrijder A. Hij kwam hierbij om het leven. Uit getuigenverklaringen blijkt dat A samen met twee motorrijders als groep reden. Over de exacte snelheid bestaat onduidelijkheid: sommige getuigen schatten deze op ongeveer 40 tot 65 km/u, terwijl anderen aangaven dat de motoren mogelijk harder reden, mede omdat zij veel geluid maakten. Een omstander hoorde de motoren naderen en kort daarna een harde klap, maar zag het ongeval
VR 2026/36, Civiele uitspraak Claim affectieschade zus van slachtoffer levensdelict. Kring van personen recht op affectieschade.
In de ochtend van 12 maart 2021 is in een sloot in Amsterdam een stoffelijk overschot aangetroffen. Het bleek een 22-jarige man te zijn, die eerder als vermist was opgegeven. Uit onderzoek naar de doodsoorzaak is gebleken dat het slachtoffer is overleden is aan de gevolgen van een inschotverwonding aan het hoofd. In het strafproces van de verdachte heeft de zus van het slachtoffer (A) zich als benadeelde partij gevoegd en € 17.500,- aan affectieschade gevorderd. Dit cassatiemiddel richt zich tegen het oordeel van het hof om A affectieschade toe te kennen en daarbij de
VR 2026/26 Zorgplicht van de Staat. Geen aansprakelijkheid voor schade overleden dochter.
Eisers zijn de ouders van A, die in 2021 door een misdrijf om het leven gekomen is. Verdachte X heeft tijdens de voorlopige hechtenis een einde aan zijn leven gemaakt. Het OM heeft X niet meer strafrechtelijk kunnen vervolgen dus hebben eisers zich niet als benadeelde partij kunnen voegen in de strafzaak tegen X. Hierdoor hebben zij hun schade (shockschade, affectieschade en overlijdensschade) niet binnen het strafproces kunnen verhalen en spreken zij nu de Staat hiervoor aan. Zij stellen dat de Staat ernstig tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Volgens eisers wist of had de Staat moeten
VR 2025/21 Aanrijding voetganger door auto met fatale gevolgen. Vordering smartengeld door erven.
Op 31 augustus 2018 werd A, de moeder van de verzoekende partijen, op een zebrapad aangereden door een automobilist. A liep hierdoor ernstig letsel op waaronder hersenletsel, een verbrijzelde bovenarm, een gebroken linker sleutelbeen, dubbele beenbreuken en een verbrijzelde heupkom. Na een periode van ziekenhuisopname en verblijf in een verpleeghuis overleed zij. De verzekeraar van de automobilist, Euro Insurance, vertegenwoordigd in Nederland door Accident Management Services (AMS), heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Tijdens haar leven maakte A aanspraak op een vergoeding
VR 2022/186 Fietser overlijdt na aanrijding. Begroting smartengeld. Smartengeld niet betrekken in overlijdensschade; eigen karakter smartengeld; overeenkomst met affectieschade.
Op 20 februari 2019 is fietser A aangereden door een motorrijder, waarbij A zeer ernstig letsel oploopt. Na enige tijd in het ziekenhuis is A in minimale bewustheidstoestand in een verpleeginstelling opgenomen. Negen maanden na het ongeval overlijdt A. Bovemij erkent aansprakelijkheid. Bovemij en de weduwe van A worden het niet eens over de hoogte van het smartengeld en Bovemij stelt dat het uit te keren smartengeld de behoeftigheid ex art. 6:108 lid 1 BW van de erfgenamen van A vermindert. In dit deelgeschil verzoekt de weduwe van A onder meer om het smartengeld te begroten op € 250.000 en
VR 2022/162 Uitvaartkosten bij onrechtmatige daad
VR 2022/131 Civiel hoger beroep na voegingsprocedure in strafzaak. Welke schadeposten vallen onder kosten van lijkbezorging? Sprake van rechtsverwerking?
Op 26 februari 2018 heeft X een verkeersongeval veroorzaakt, waardoor de 16-jarige A is komen te overlijden. Moeder B is hierop met enkele andere familieleden teruggekeerd van vakantie in Turkije. De scooter van vader C, waar A op reed, raakte zwaar beschadigd. Het lichaam van A is naar Marokko overgebracht om te worden begraven. Een aantal in Nederland wonende familieleden is om deze reden naar Marokko gereisd. In de strafzaak tegen X hebben B en C via de voegingsprocedure een schadevergoedingsvordering aanhangig gemaakt, die door de rechtbank gedeeltelijk is afgewezen. B en C komen hiertegen