deelgeschil
VR 2024/73 Risicoaansprakelijkheid voor dieren. Ongeval bij paardrijden. Eigen schuld en billijkheidscorrectie.
Op 18 juli 2021 vond een ongeval plaats tijdens het paardrijden tussen de zussen verzoekster en verweerster. Zij reden in galop achter elkaar toen het voorste paard met zijn linkerachterhoef naar achteren schopte en de rechterknie van verzoekster raakte. Hierdoor verloor verzoekster haar balans en viel zij van haar paard. Als gevolg hiervan liep verzoekster ernstig letsel op, namelijk onder andere een verbrijzelde rechterknie en een gebroken rechter onderbeen. Op 10 augustus 2021 stelde de gemachtigde van verzoekster verweerster aansprakelijk voor de geleden en de toekomstige schade als gevolg
VR 2024/37 Ongeluk voetganger en tram. Aansprakelijkheid. Geen overmacht. Causale verdeling.
Op 8 april 2022 vond er een aanrijding plaats bij een tramhalte in Den Haag tussen een minderjarige voetganger en een tram van HTM Personenvervoer. De minderjarige voetganger was net uit de tram gestapt en was op weg naar de voetgangersoversteekplaats in de buurt. Tijdens de oversteek is hij aangereden door een andere tram die vanuit de tegenovergestelde richting de halte naderde. Als gevolg van de aanrijding werd hij enkele meters met de tram meegesleurd en raakte hij ernstig gewond. Er wordt in dit deelgeschil verzocht om HTM aansprakelijk te stellen voor de geleden en nog te lijden schade
VR 2024/35 Deelgeschil. Causaal verband tussen ongeval en klachten. Looptijdbeperking.
Op 11 december 2017 vond er een verkeersongeval plaats waarbij verzoeker en de zoon van verweerder betrokken waren. Verweerder was destijds verzekerd bij Allianz. Allianz heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend en heeft verzoeker een bedrag van € 87.000,- aan voorschotten betaald. Direct na het ongeval heeft verzoeker zich ziekgemeld, maar na drie dagen is hij weer aan het werk gegaan. Verzoeker heeft op grond van artikel 1019w Rv om een gerechtelijke uitspraak verzocht waarin verklaard wordt dat de beschreven klachten en beperkingen volledig het gevolg zijn van voorgenoemd ongeval
VR 2023/125 Verkeersongeval tussen scooter en fietser. Eigen schuld. Geen hand uitsteken bij afslaan.
Op 6 oktober 2020 vond in Leiden een verkeersongeval plaats. Verzoeker reed op zijn scooter achter verweerder die op zijn fiets reed. Zij reden in dezelfde richting en toen verweerder links afsloeg zonder zijn hand uit te steken, botste verzoeker tegen de afslaande verweerder aan waarna verzoeker en verweerder ten val zijn gekomen. Verzoeker heeft hierbij letsel opgelopen. ASR heeft als de aansprakelijkheidsverzekeraar van verweerder aangegeven 75% van de schade van verzoeker te willen vergoeden. Verzoeker gaat hiermee akkoord. Partijen zijn het echter niet eens over de oorzaak van de
VR 2023/124 Deelgeschil letselschadezaak. Vergoeding kosten huishoudelijke hulp. Buitengerechtelijke kosten.
Op 28 september 2021 heeft verzoeker een verkeersongeval gehad waarbij hij ernstig letsel heeft opgelopen, waaronder een gebroken knieschijf en afgescheurde pezen in de knie. Hij is dezelfde dag geopereerd. Na het ongeval is hij bij de ouders van zijn partner gaan wonen. Op 12 oktober 2021 heeft verzekeringsmaatschappij Nationale Nederlanden (NN) de aansprakelijkheid erkend en is er een voorschot van € 2.000,- betaald. Er zijn tussen partijen besprekingen geweest over de hoogte van de schadevergoeding en over veel zaken werd overeenstemming bereikt. Echter, er waren nog geschillen over enkele
VR 2023/13 Zaak niet geschikt voor deelgeschilprocedure. Verzochte beslissing draagt niet bij aan totstandkoming vaststellingsovereenkomst.
Op 24 september 2011 is X aangereden terwijl zij voor een rood verkeerslicht stilstond. ASR, de verzekeraar van de andere bestuurder, erkent aansprakelijkheid voor het ongeval. X stelt als gevolg van het ongeval pijnklachten te hebben in haar hoofd, nek/schouder, heup, rug en been, en daarnaast concentratiestoornissen, vermoeidheidsklachten en duizeligheid. Tussen partijen ontstaat discussie over de causaliteit tussen de klachten en het ongeval en over de omvang van de klachten. Om deze reden zijn in 2013 en 2016 deelgeschilprocedures gevoerd en in 2013 een verzoekschriftprocedure, naar
VR 2022/01 Hoger beroep in de deelgeschilprocedure: beperkt, maar niet onmogelijk