deelgeschil

VR 2026/123 Schadeafwikkeling. Meerdere vaststellingsovereenkomsten. Onnodige procedure.

Jurisprudentie

In 2011 raakte verzoeker X als bijrijder gewond bij een verkeersongeval met een auto die verzekerd was bij InShared. In 2012 erkende InShared aansprakelijkheid. Er volgden daarna jaren van onderhandelingen over de letselschade, waarbij voorschotten werden betaald. In 2017 deed InShared een voorstel tot finale regeling via een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO 2017) met een totale schadevergoeding van € 393.000,-. Deze overeenkomst was al door InShared ondertekend, maar werd door X na advies van een nieuwe advocaat niet geaccepteerd. Daarna werd de schadeafwikkeling voortgezet, inclusief

VR 2026/122 Verkeersongeval. Overlijdensschade na dood ouders. Schadebegroting bij verblijf buitenland.

Jurisprudentie
Op 30 augustus 2018 vond in Burgos (Spanje) een eenzijdig verkeersongeval plaats waarbij beide ouders van twee minderjarige kinderen zijn overleden. Het voertuig was verzekerd bij National Academic Verzekeringsmaatschappij N.V. (NA). Het gezin woonde in Nederland, maar na het ongeval zijn de kinderen bij hun grootouders in het buitenland gaan wonen. De grootouders en een tante voorzien sindsdien in de verzorging en opvoeding van de kinderen. NA heeft aansprakelijkheid erkend voor de schade van de kinderen als gevolg van het overlijden van hun ouders. Tussen partijen zijn vervolgens

VR 2026/121 Deelgeschil als tegenverzoek op voorlopig deskundigenprocedure. Aansprakelijkheid ziekenhuis.

Jurisprudentie
Dit deelgeschil is als tegenverzoek aanhangig gemaakt in een letselschadezaak. Verzoekers treden in dit geschil op voor zowel zichzelf als de wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige dochter. Verweerder is een stichting. In deze zaak staat centraal in hoeverre kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt in het kader van aansprakelijkstelling en schadeafwikkeling voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank stelt voorop dat buitengerechtelijke kosten in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen indien zij redelijk zijn en in redelijkheid zijn gemaakt. Hierbij wordt

VR 2026/96 Causaal verband ongeval - klachten. Deskundigenonderzoeken.

Jurisprudentie

Op 11 januari 2016 werd de 18-jarige X aangereden. De schadeverzekeraar van de automobilist, Nationale Nederlanden (NN), heeft hiervoor de aansprakelijkheid erkend. Partijen verschillen van mening over de medische en juridische gevolgen van het ongeval en de wijze waarop de schade moet worden vastgesteld. In de jaren na het ongeval zijn meerdere medische expertises uitgevoerd, waaronder een neuropsychologisch rapport uit 2019 van deskundige D en een neurologisch rapport van C. Deze rapporten leidden tot uiteenlopende conclusies over de aard en ernst van de cognitieve klachten van verzoekster

VR 2026/82 Deelgeschil. Ongeval auto en fiets op industrieterrein. Overmacht.

Jurisprudentie

Op 5 oktober 2023 fietste X samen met haar echtgenoot door een industrieterrein in Sneek. Op het kruispunt ontstond een ongeval. De echtgenoot van X kon op tijd stoppen voor een vrachtwagen, maar X kon dat niet en botste tegen de rechterzijkant van de vrachtwagen. Door het ongeval heeft X ernstig letsel aan haar linkerbeen opgelopen, bestaande uit drie complexe beenbreuken met grote wonden. In dit deelgeschil verzoekt X voor recht te verklaren dat Achmea als WAM-verzekeraar van de vrachtwagen aansprakelijk is voor haar schade. Achmea beroept zich op overmacht. Volgens vaste jurisprudentie

VR 2026/81 Deelgeschil. Ongeval tussen bromfietser en automobilist. Eigen schuld automobilist.

Jurisprudentie

Op 25 augustus 2024 kwam verzoeker X met zijn auto op een kruispunt in botsing met een bromfietser A. Voor X kwam de bromfiets van rechts, waar deze niet mocht rijden. Deze weg betreft namelijk een eenrichtingsweg waar enkel fietsers tegen de rijrichting in mogen rijden. Een dag later bezocht X de huisarts vanwege nekpijn. Voor deze pijnklachten is X daarna acht maanden behandeld geweest door een fysiotherapeut. De WAM-verzekeraar van de bromfietser, Univé, erkende aansprakelijkheid voor het ongeval. Echter, er ontstond discussie over de vraag of X eigen schuld had dus hebben partijen zich tot

VR 2026/80 Deelgeschil als tegenverzoek in voorlopig deskundigenprocedure. Aansprakelijkheid ziekenhuis. Buitengerechtelijke kosten.

Jurisprudentie

Dit deelgeschil is ingesteld als tegenverzoek in een voorlopig deskundigenprocedure. Het betreft een medische aansprakelijkheidszaak waarin het ziekenhuis aansprakelijkheid gedeeltelijk heeft erkend. De verzoeker (de patiënt) in het deelgeschil wil dat het ziekenhuis een voorschot betaalt en de openstaande buitengerechtelijke kosten vergoedt. In geschil is in hoeverre het ziekenhuis gehouden is de kosten van rechtsbijstand van de patiënt te vergoeden. De rechtbank maakt onderscheid tussen kosten van het deelgeschil en kosten van rechtsbijstand in de voorlopig deskundigenprocedure. De kosten

VR 2026/64 Vergoeding BGK voor het deskundigenbericht in de voorlopige bewijsverrichtingenprocedure

Artikel
Aanleiding voor dit artikel is een beschikking begin dit jaar van de Rechtbank Rotterdam.1) De rechtbank doet daarin een opvallende uitspraak over de vergoeding van de kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure voor een voorlopig deskundigenbericht.2) Die advocaatkosten komen volgens de rechtbank op basis van artikel 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking. Die kosten moeten dus worden vergoed als zijnde buitengerechtelijke kosten rechtsbijstand (BGK). In dit artikel zal ik deze uitspraak bespreken en in een breder kader plaatsen. Tot slot zal ik ingaan op de wenselijkheid van de vergoeding van BGK in deze voorlopige bewijsverrichtingenprocedure.

VR 2026/62 Val door plantenbak tijdens weekmarkt. Aansprakelijkheid gemeente.

Jurisprudentie

Verzoekster X is tijdens de weekmarkt in Beverwijk ten val gekomen over de rand van een plantenbak. Zij heeft daarbij letsel opgelopen. X heeft de gemeente aansprakelijk gesteld voor haar materiële en immateriële schade. Volgens X is de gemeente aansprakelijk op grond van gebrekkige opstal en subsidiair op grond van onrechtmatige daad. Zij voert aan dat het ongeval plaatsvond in een drukke winkelstraat tijdens de weekmarkt, waardoor niet steeds de vereiste oplettendheid van bezoekers kan worden verwacht. Daarnaast hebben de plantenbakken dezelfde kleur als de bestrating en steken zij uit met

VR 2026/61 Ongeval tijdens bedrijfsuitje. Verlof in tussentijds hoger beroep van deelgeschilbeschikking.

Jurisprudentie

A viel tijdens een bedrijfsuitje van de elektrische step. Als gevolg daarvan heeft hij blijvend letsel opgelopen. Hij stelde zijn werkgever aansprakelijk voor de schade die uit het ongeval voortvloeide. Zowel de werkgever als haar bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeraar erkenden geen aansprakelijkheid, ook niet nadat een voorlopig getuigenverhoor had plaatsgevonden. Om duidelijkheid te krijgen, heeft A een deelgeschilprocedure gestart. De rechter oordeelde dat het bedrijfsuitje onder de werking van artikel 7:658 BW viel, omdat het in voldoende nauw verband stond met de werkzaamheden. Vervolgens