aansprakelijkheid

VR 2026/13 Deelgeschil letselschade. Aanrijding met golfkarretje. Causaal verband. Secundaire victimisatie.

Jurisprudentie

Op 21 september 2022 is X (verzoeker) op het terrein van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) te ’s-Gravendeel aangereden door een golfkar, bestuurd door een medewerker van het COA. Het COA heeft aansprakelijkheid aanvaard voor zover dit uit de feiten voortvloeit. Partijen hebben gezamenlijk medisch adviseur dr. Buisman (1MA) ingeschakeld. Er ontstond vervolgens verschil van mening over de vraag of de huidige klachten van X – waaronder een bilaterale spondylolysis – het gevolg zijn van het ongeval. Tijdens de zitting van 10 juni 2025 is afgesproken dat 1MA een aanvullend rapport zou

VR 2026/12 Eenzijdig ongeval bij zware regenval. Aansprakelijkheid wegbeheerder. Adequate maatregelen getroffen?

Jurisprudentie

In de nacht van 5 op 6 augustus 2023 vond zeer zware regenval plaats. Rijkswaterstaat ontving op 6 augustus om 6:08 uur een melding van water op het wegdek van de A4 richting Rotterdam ter hoogte van hectometerpaal 56,0. Naar aanleiding daarvan werd op de matrixborden een snelheidsbeperking van 70 km/u ingesteld en werd een weginspecteur naar de locatie gestuurd. Tien minuten later raakte X (eiseres) betrokken bij een eenzijdig ongeval op dezelfde plaats. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat het voertuig van X in botsing kwam met de muur van het aquaduct. Door de regen was sprake

VR 2026/08 Ongeval bij cursus Toprope klimmen. Letselschade. Kelderluikcriteria.

Jurisprudentie

Van januari 2016 tot januari 2023 exploiteerde Klimmuur Haarlem een grote klimhal in Haarlem, waar ook cursussen Toprope klimmen werden gegeven. Bij Toprope klimmen klimt een persoon aan een touw, terwijl een ander beneden zekert met een tuber-apparaat. Appellante P had zich ingeschreven voor de Basiscursus Sportklimmen. De cursus bestond uit vier lessen en hiermee kon P het Certificaat K2 behalen om zelfstandig te klimmen. Tijdens de derde les viel P van ongeveer twaalf meter hoogte op de vloer. Hierdoor liep zij ernstige fracturen op aan haar voeten en benen. P moest maanden revalideren. P

VR 2026/01 ‘Klimhal’ en ‘obstakelrun’, wie draagt het risico?

Artikel
VR2026-1_illu
In augustus 2025 wezen het Hof Den Haag1) en het Hof Amsterdam2) arrest in twee zaken die ik in het onderstaande zal bespreken. In de eerste zaak viel een deelnemer van circa twaalf meter hoogte bij een basiscursus sportklimmen met ernstig letsel tot gevolg. Zij stelde de klimhal aansprakelijk. In de andere zaak organiseerde een evenementenbedrijf een evenement waarbij deelnemers obstakels in het water moesten overbruggen. Een van de deelnemers liep een dwarslaesie op toen hij van een obstakel wilde springen en uitgleed. Ook hij stelde het achterliggende bedrijf aansprakelijk. Beide zaken hebben – hoewel op het eerste oog verschillend - raakvlakken om welke reden de zaken zich lenen voor een gezamenlijke bespreking. In beide zaken werd een risicovolle sport/activiteit beoefend, liep het niet goed af voor de deelnemer, wees de rechtbank in eerste aanleg aansprakelijkheid af en oordeelde het hof in hoger beroep anders. In het onderstaande besteed ik eerst aandacht aan het juridisch beoordelingskader. Daarna bespreek ik beide zaken met tot slot mijn (kritische) mening over de wending van beide zaken in hoger beroep.

VR 2025/97 Deelgeschil. Achterop aanrijding. Diverse deskundigenrapporten. Juridisch causaal verband.

Jurisprudentie

Op 26 april 2019 was X (47 jaar) betrokken bij een kop-staartbotsing in de Velsertunnel (A22). De bestuurder van de personenauto die haar van achteren aanreed, was verzekerd bij Allianz. Allianz heeft ook aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Direct na het ongeval meldde X klachten zoals hoofdpijn, nekpijn, rugpijn en concentratieproblemen. In de jaren daarna onderging ze diverse behandelingen bij specialisten, waaronder psychologen, fysiotherapeuten en pijnspecialisten. In maart 2024 startte ze een revalidatietraject bij de Stichting Revalidatiegeneeskunde Nederland (SRN). Na drie

VR 2025/96 Deelgeschil. Blijvende letselschade door aanrijding. Gebonden aan rapport deskundige.

Jurisprudentie

Op 28 juni 2010 werd X op haar fiets aangereden door een motorfietser. Deze reed door na de aanrijding. X werd met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht en meldde pijn aan haar linkerknie en verlammingsverschijnselen. Medische onderzoeken wezen aanvankelijk op mogelijke zenuwbeschadiging, maar later werd ook de erfelijke spierziekte Charcot-Marie-Tooth (CMT) vastgesteld. Daarnaast suggereerden specialisten dat de klachten mogelijk veroorzaakt werden door een conversiestoornis. De bestuurder van de motorfiets was verzekerd bij Allianz en die erkende aansprakelijkheid voor het ongeval

VR 2025/66 Dwarslaesie door duik in ondiepe recreatieplas. Aansprakelijkheid exploitant en provincie als toezichthouder.

Jurisprudentie

Op 3 juni 2020 liep de toenmalige 16-jarige X een hoge dwarslaesie op na een duik in het ondiep water in de recreatieplas Stroombroek. Hij rende met vrienden het water in en dook onder een drijflijn door, waarbij hij zijn hoofd tegen de bodem stootte en zijn vijfde nekwervel brak. Leisurelands, de eigenaar en beheerder van de plas, had de drijflijn geplaatst. Bij de toegangswegen naar de recreatieplas stonden borden die waarschuwden voor een maximale waterdiepte van 1,30 meter. Echter, er waren geen borden op de route die X en zijn vrienden namen. Door droogte voorafgaand aan het ongeval was

VR 2025/65 Gymongeval op basisschool. Letselschade. Schending zorgplicht.

Jurisprudentie

Tijdens een gymles op de basisschool liep een 11-jarig meisje letsel op. De gymles werd gegeven door een gecertificeerde sportdocent. Zij is in dienst van het Beweegburo. Tijdens de les werden verschillende activiteiten uitgevoerd, waaronder een wendsprong met een minitrampoline. Na het verkrijgen van toestemming van de gymdocent voerde een klasgenoot een handstand overslag uit, waarna het meisje hetzelfde probeerde. Dit leidde tot een val waarbij ze ernstig rugletsel opliep. DAS rechtsbijstand stelde namens de ouders van het meisje het Beweegburo aansprakelijk. De

VR 2025/34 Letsel na val kunstmatige skibaan. Onrechtmatige gevaarzetting. Schending zorgplicht.

Jurisprudentie

A is een indoor skicentrum met een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering bij Interpolis. In hun algemene voorwaarden staat dat skiën risico’s met zich meebrengt en dat het dragen van een helm wordt aanbevolen, vooral voor kinderen en snowboarders. Blessures zijn voor eigen risico. X volgde van 2016 tot 2019 meerdere skilessen bij A, waarbij hij geen helm droeg. Tijdens een skiles in 2019 verloor X zijn balans en viel hij met zijn hoofd op de skimat of de achterrol van de skimat. De skibaan draaide toen met een snelheid van 17 km/u. De skileraar drukte meteen op de noodstop, maar X raakte

VR 2025/31 Tramongeval met voetganger. Aansprakelijkheid werkgever van trambestuurder.

Jurisprudentie

Op 15 december 2014 werd appellante als voetganger aangereden door een tram van HTM in Den Haag. Zij stak de tramrails over zonder te kijken. Ze raakte ernstig gewond en werd later volledig arbeidsongeschikt verklaard. HTM wees volledige aansprakelijkheid af, maar bood aan om 60% van de schade te vergoeden. Appellante weigerde dit aanbod. De trambestuurder verklaarde dat de tram niet op tijd kon stoppen en dat de voetganger waarschijnlijk door rood licht liep. Haar zicht werd mogelijk belemmerd door een paraplu. Deze feiten staan vast en worden in hoger beroep niet betwist. Eerder oordeelde de