VR 2018/157 Vererft de vordering tot smartengeld van het slachtoffer van verkrachting en moord?

Deze vraag moet op het eerste gezicht ontkennend worden beantwoord. Art. 6:106 lid 2 BW bepaalt immers in de tweede zin dat voor overgang onder algemene titel “voldoende [is] dat de gerechtigde aan de wederpartij heeft medegedeeld op de vergoeding aanspraak te maken.” Hoewel het woord ‘voldoende’ wellicht anders suggereert, gaat het hier om een hard vereiste: zonder mededeling geen vererving. De mededeling is overigens niet aan enige vorm gebonden en kan dus ook mondeling geschieden. Dit is duidelijk, maar is het ook redelijk? Het feit dat een vrouw die verkracht en daarna vermoord wordt, geen mededeling kan doen aan haar moordenaar, is immers te wijten aan … de moordenaar. Anders gezegd: door het plegen van een eerste onrechtmatige daad (de verkrachting), krijgt het slachtoffer recht op smartengeld, maar door een tweede onrechtmatige daad (de moord) voorkomt de aansprakelijke dat de vordering van het slachtoffer jegens hem onder algemene titel over gaat. De facto voorkomt de moordenaar zo dat hij civielrechtelijk wordt aangesproken. Het wekt bevreemding dat de pleger van een zo ernstig misdrijf dit in zijn macht zou hebben.

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.

Bestel dit artikel voor slechts € 3,95 excl. BTW door op de button 'Koop artikel' te klikken.

Nog geen abonnee? Klik op de button 'Abonneren' zodat ook u toegang krijgt tot de meest recente uitgaven en het archief van Verkeersrecht.