Zoeken

124 resultaten gevonden

  1. VR 2026/110 Artikel 5a WVW 1994, politieachtervolging, ernstige verkeersschending, voorzienbaar gevaar.

    Jurisprudentie
    Verdachte rijdt tijdens een politieachtervolging ’s avonds laat in een bedrijfsauto/bakwagen met gedoofde lichten en zeer hoge snelheden door een woonwijk. Daarbij rijdt hij met snelheden tussen ongeveer 70 en 120 km/u op wegen waar grotendeels een maximumsnelheid van 30 km/u geldt. Op het wegdek liggen sneeuw en ijzel. Verdachte rijdt door smalle straten, rakelings langs geparkeerde voertuigen, over een voetpad en door een park waar voetgangers aanwezig zijn. Ook rijdt hij op een dienstvoertuig af. Hij komt uiteindelijk tegen een appartementencomplex tot stilstand. Het hof toetst het
  2. VR 2026/111 Bloedonderzoek als bedoeld in artikel 8 lid 5 WVW 1994, kennisgeving uitslag, recht op tegenonderzoek, strikte waarborg, vrijspraak.

    Jurisprudentie
    Verdachte wordt vervolgd voor rijden onder invloed van alcohol en cannabis. Het hof stelt voorop dat bloedonderzoek alleen als onderzoek in de zin van artikel 8 lid 5 WVW 1994 geldt als de strikte wettelijke waarborgen zijn nageleefd. Daartoe behoort schriftelijke kennisgeving van uitslag bloedonderzoek en recht op tegenonderzoek. Niet kan worden vastgesteld dat die kennisgeving daadwerkelijk aan verdachte is verzonden. Het proces-verbaal vermeldt alleen dat uitslag later wordt toegevoegd en nagezonden. Afschrift van brief met uitslag bewijst verzending niet. Ook aanvullend proces-verbaal over
  3. VR 2026/112 Openen portier. 13-jarige fatbiker komt ten val. Lichamelijk letsel door schuld.

    Jurisprudentie
    Verdachte – bezorger in dienst van een bakkerij – parkeerde zijn voertuig in een flauwe bocht om een bestelling af te leveren. Vervolgens opende hij de deur om uit te stappen en reed een 13-jarig kind op een fatbike tegen het portier aan, met als gevolg ernstig hoofdletsel. De verdachte wordt verweten dat door zijn schuld het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het hof onderzoekt eerst of de verdachte op het moment van het openen van het portier nog is aan te merken als bestuurder. Die vraag beantwoordt het hof bevestigend. Het hof overweegt dat voor een bewezenverklaring van
  4. VR 2026/113 Schuld in de vorm van roekeloosheid. Kijken naar samenstel van gedragingen. Niet enkel de primaire oorzaak relevant.

    Jurisprudentie
    Verdachte veroorzaakte een dodelijk verkeersongeval door gedurende langere tijd opzettelijk ernstige verkeersovertredingen te begaan. Hij reed met een snelheid van ongeveer 132 km/u waar 70 km/u was toegestaan, haalde rechts in, reed door rood licht en naderde het kruispunt waar het ongeval plaatsvond. In eerste aanleg is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar, met aftrek van voorarrest en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vijf jaar met aftrek overeenkomstig artikel 179 WVW 1994. Namens de verdachte en door de officier van
  5. VR 2026/114 Behoud militair rijbewijs ondanks rijden onder invloed. Zwaarwegende militaire belangen. Civiel rijbewijs blijft ingehouden.

    Jurisprudentie
    Klager is militair chauffeur bij de Koninklijke Landmacht. Het rijbewijs van klager is op 3 januari 2026 ingevorderd omdat het alcoholgehalte in zijn adem hoger was dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht (710 microgram). De officier heeft besloten het rijbewijs onder zich te houden tot en met 2 juli 2026. Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs, omdat klager het rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk bij defensie. Zijn eenheid neemt op korte termijn deel aan een belangrijke oefening in Duitsland en klager is de enige die het voertuig kan besturen. Tevens
  6. VR 2026/115 Aanrijding voetgangster op zebrapad. Zwaar lichamelijk letsel. Zwaaien naar bekenden. Schuld in zin van aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid.

    Jurisprudentie
    Verdachte reed op een voorrangsweg en zag twee bekende fietsers vanuit de tegengestelde richting naar hem toe fietsen. Hij zwaaide, maar zij reageerden niet. Toen hij ze was gepasseerd, keek de verdachte in zijn linkerzijspiegel om te zien of de twee fietsers alsnog een reactie gaven. Toen verdachte daarna weer voor zich keek, zag hij dat een voetgangster zich op het zebrapad begaf. Verdachte had onvoldoende tijd om te remmen en botste met de voetganger. Aan deze aanrijding hield de voetgangster zwaar lichamelijk letsel over, met name aan het hoofd. Aan verdachte is overtreding van artikel 6
  7. VR 2026/116 Overlijdensschade nadat hooibaal van aanhangwagen valt. AVB-polis of ook WLM-polis?

    Jurisprudentie
    Aardbeienkweker A gaf agrarisch transportbedrijf X de opdracht om strobalen te leveren en te verspreiden over zijn velden. Tijdens de werkzaamheden hielp A zelf mee door de aanhangwagen te verplaatsen en de spanbanden los te maken. Toen de door X ingeschakelde zzp’er strobalen van de aanhangwagen haalde, kantelde een deel van de lading en viel een strobaal op A. Hij is ter plekke aan zijn verwondingen overleden. Uit onderzoek bleek dat het transportbedrijf onvoldoende veiligheidsmaatregelen had genomen, terwijl de risico’s van vallende lading bekend waren en eerder tot een dodelijk ongeval
  8. VR 2026/117 Botsing op geparkeerde auto. Onder invloed alcohol. Dekking WAM-verzekering. Te goeder trouw.

    Jurisprudentie
    Op 21 september 2014 veroorzaakte geïntimeerde X onder invloed van alcohol een verkeersongeval met een Suzuki Alto. Hij botste tegen een geparkeerde auto, waarna die een lantaarnpaal raakte. Een inzittende passagier liep daarbij letsel op. De auto was van de ouders van X en werd zonder hun toestemming gebruikt. Voor de auto gold een WAM-verzekering bij Univé, maar volgens de polis bestaat geen dekking bij rijden onder invloed. Univé betaalde € 105.000,- schadevergoeding aan de inzittende en wil dit bedrag verhalen op X. Univé heeft X gedagvaard op grond van artikel 15 lid 1 WAM. Volgens die
  9. VR 2026/118 Letselschade door mishandeling. Schadevergoeding. Rotterdamse Schaal.

    Jurisprudentie
    Op 26 november 2016 sloeg gedaagde A met een gebalde vuist hard in het gezicht van eiser X. Daardoor kwam X ten val en liep hij ernstig letsel op, waaronder een schedelbreuk en hersenbloedingen. A is hiervoor in 2018 strafrechtelijk veroordeeld wegens mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. In een eerder tussenvonnis had de rechtbank al beslist dat A civielrechtelijk aansprakelijk is voor de schade van X. In het eindvonnis lag daarom alleen nog de omvang van de schadevergoeding voor. X stelt dat hij als gevolg van het geweld blijvende klachten heeft ontwikkeld, waaronder
  10. VR 2026/119 Verkeersongeval. Erkenning aansprakelijkheid WAM-verzekeraar bindt verzekerde.

    Jurisprudentie
    Op 29 oktober 2021 raakte X als motorrijder betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij tijdens een inhaalmanoeuvre in botsing kwam met een afslaande automobilist. Als gevolg van dit ongeval heeft X ernstig letsel opgelopen, waaronder een gedeeltelijke amputatie van zijn rechterbeen. De automobilist was WAM-verzekerd bij Allianz, terwijl X WAM-verzekerd was bij Bovemij. Op basis van onder meer een schadeformulier en een politierapport heeft Bovemij de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. X stelt dat hij zich de toedracht van het ongeval niet herinnert. X verzoekt in deze procedure voor
  11. VR 2026/12 Eenzijdig ongeval bij zware regenval. Aansprakelijkheid wegbeheerder. Adequate maatregelen getroffen?

    Jurisprudentie

    In de nacht van 5 op 6 augustus 2023 vond zeer zware regenval plaats. Rijkswaterstaat ontving op 6 augustus om 6:08 uur een melding van water op het wegdek van de A4 richting Rotterdam ter hoogte van hectometerpaal 56,0. Naar aanleiding daarvan werd op de matrixborden een snelheidsbeperking van 70 km/u ingesteld en werd een weginspecteur naar de locatie gestuurd. Tien minuten later raakte X (eiseres) betrokken bij een eenzijdig ongeval op dezelfde plaats. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat het voertuig van X in botsing kwam met de muur van het aquaduct. Door de regen was sprake

  12. VR 2026/120 Fietsongeval met kinderen. Risicoaansprakelijkheid ouders. Verkeersfout?

    Jurisprudentie
    Op 20 mei 2015 vond een fietsongeval plaats op een tweerichtingsfietspad in Santpoort-Noord. X fietste in de richting van haar werk en kwam een groep schoolgaande meisjes tegemoet. Binnen deze groep reed de destijds 13-jarige A samen met de andere meisjes deels naast elkaar. Bij het passeren ontstond contact tussen X en A, waarna zij en een ander meisje uit de groep allen ten val kwamen. X heeft hierbij letsel opgelopen, waaronder botbreuken en blijvend zenuwletsel. Zij heeft vervolgens de ouders van A en hun aansprakelijkheidsverzekeraar aansprakelijk gesteld voor haar schade. X stelt dat het
  13. VR 2026/121 Deelgeschil als tegenverzoek op voorlopig deskundigenprocedure. Aansprakelijkheid ziekenhuis.

    Jurisprudentie
    Dit deelgeschil is als tegenverzoek aanhangig gemaakt in een letselschadezaak. Verzoekers treden in dit geschil op voor zowel zichzelf als de wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige dochter. Verweerder is een stichting. In deze zaak staat centraal in hoeverre kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt in het kader van aansprakelijkstelling en schadeafwikkeling voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank stelt voorop dat buitengerechtelijke kosten in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen indien zij redelijk zijn en in redelijkheid zijn gemaakt. Hierbij wordt
  14. VR 2026/122 Verkeersongeval. Overlijdensschade na dood ouders. Schadebegroting bij verblijf buitenland.

    Jurisprudentie
    Op 30 augustus 2018 vond in Burgos (Spanje) een eenzijdig verkeersongeval plaats waarbij beide ouders van twee minderjarige kinderen zijn overleden. Het voertuig was verzekerd bij National Academic Verzekeringsmaatschappij N.V. (NA). Het gezin woonde in Nederland, maar na het ongeval zijn de kinderen bij hun grootouders in het buitenland gaan wonen. De grootouders en een tante voorzien sindsdien in de verzorging en opvoeding van de kinderen. NA heeft aansprakelijkheid erkend voor de schade van de kinderen als gevolg van het overlijden van hun ouders. Tussen partijen zijn vervolgens
  15. VR 2026/123 Schadeafwikkeling. Meerdere vaststellingsovereenkomsten. Onnodige procedure.

    Jurisprudentie

    In 2011 raakte verzoeker X als bijrijder gewond bij een verkeersongeval met een auto die verzekerd was bij InShared. In 2012 erkende InShared aansprakelijkheid. Er volgden daarna jaren van onderhandelingen over de letselschade, waarbij voorschotten werden betaald. In 2017 deed InShared een voorstel tot finale regeling via een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO 2017) met een totale schadevergoeding van € 393.000,-. Deze overeenkomst was al door InShared ondertekend, maar werd door X na advies van een nieuwe advocaat niet geaccepteerd. Daarna werd de schadeafwikkeling voortgezet, inclusief

  16. VR 2026/125 Afsluiting voor motorvoertuigen vanwege aanwijzing verplicht fietspad. Niet onevenredig en onzorgvuldig.

    Jurisprudentie

    Het college van B&W van Voorschoten heeft besloten in de wijk Adegeest twee verplichte fietspaden te realiseren. Dit heeft tot gevolg dat delen van twee wegen worden afgesloten voor motorvoertuigen. Appellant betoogt dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheids-, motiverings- en gelijkheidsbeginsel, onder meer omdat te laat in het participatieproces duidelijk werd op welke wegen het besluit betrekking had en omdat in een andere wijk na bezwaren van belanghebbenden eenzelfde soort besluit door het college werd ingetrokken. De Afdeling oordeelt dat eventuele gebreken in het

  17. VR 2026/126 Rijgeschiktheid, CBR, dementie, medische rapporten, goede procesorde.

    Jurisprudentie

    Het CBR heeft appellant rijgeschikt verklaard voor de duur van één jaar, onder de voorwaarden “alleen tijdens privégebruik” en “automatische keuze van versnelling”. Aanleiding is een gezondheidsverklaring waarin staat dat appellant een vorm van dementie heeft en een beroerte, herseninfarct of hersenbloeding heeft gehad. Het CBR heeft het besluit gebaseerd op medische informatie van een klinisch geriater en een neuroloog, waarin staat dat sprake is van (gemengde) dementie, en een rijtest met voldoende resultaat. De Afdeling acht het hoger beroep ontvankelijk, hoewel het hogerberoepschrift één

  18. VR 2026/127 Wahv. Geen strijd met het evenredigheidsbeginsel. Geen verlaging boete. Deze kantonrechter sluit niet aan bij ECLI:NL:RBMNE:2026:3707.

    Jurisprudentie

    Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van € 300,- voor het als bestuurder gebruiken van een puntstuk op de A12 te Bunnik. Betrokkene stelt dat het boetebedrag onevenredig hoog is. Volgens betrokkene is de verhoging van de Wahv-boetes per 1 maart 2024 met gemiddeld 10 % in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De verhoging van 10 % bestond uit 5,7 % indexatie vanwege inflatie en een beleidsmatige verhoging van 4,3 %. De kantonrechter overweegt dat het besluit waarbij de boetebedragen zijn verhoogd, kan worden getoetst aan algemene rechtsbeginselen, waaronder het evenredigheidsbeginsel

  19. VR 2026/128 WAHV. Schending evenredigheidsbeginsel. Verhoging boetebedragen onverbindend verklaard. Boete verlaagd.

    Jurisprudentie
    Aan betrokkene was op 23 augustus 2024 een administratieve sanctie van € 180,- opgelegd wegens het rijden op de middelste rijstrook van de A27 bij Nieuwegein met een bestelbus van meer dan twee meter breed. Voor deze overtreding gold voor 1 maart 2024 een boete van € 160,-. De kantonrechter toetst de algemene maatregel van bestuur waarbij de Wahv-sanctietarieven worden verhoogd exceptief aan hoger recht, waaronder het evenredigheidsbeginsel. Daarbij wordt gekeken naar de doelen, geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid van de verhoging. Hoewel de ministers een grote mate van politiek
  20. VR 2026/129 Rijden onder invloed amfetamine, procedure bloedmonster.

    Jurisprudentie

    Verdachte wordt vervolgd voor twee gevallen van rijden onder invloed van amfetamine. In de eerste zaak voert de verdediging aan dat geen sprake is van een geldig onderzoek in de zin van artikel 8 lid 5 WVW 1994. De bloedmonsters zijn namelijk niet binnen vier weken bij het laboratorium bezorgd. Volgens de verdediging is daarmee een strikte waarborg uit het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer geschonden en moeten de onderzoeksresultaten buiten beschouwing blijven. Het hof stelt voorop dat van een onderzoek in de zin van artikel 8 lid 5 WVW 1994 alleen sprake is als de

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!