Verkeersdeelname in het kader van de WAM: waar liggen de grenzen?

Mr. H.P. Verdam
Afgelopen zomer wees de Hoge Raad een nieuw arrest met betrekking tot de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM). De zaak betrof een ongeval met een vorkheftruck die werd gebruikt bij het plaatsen van betonnen elementen. Deze betonnen elementen van zes meter lang werden op een werkplaats een voor een uit de voorraad gehaald en vervoerd naar de plaats waar de elementen op elkaar werden gestapeld. Omdat het zicht van de bestuurder door de gebruikte constructie, waarbij een betonnen element boven op een kist op de vorkheftruck was geplaatst, beperkt was, kwam de vorkheftruck bij het naar voren rijden in aanraking met een betonnen element dat los op de werkvloer stond. Dat element viel om en kwam op de benen van het slachtoffer terecht, met ernstig letsel als gevolg.
De vraag rees of hier sprake was van schade die onder de dekking van de WAM van de vorkheftruck viel of niet. In het eerste geval kan de benadeelde de betrokken WAM-verzekeraar rechtstreeks aanspreken, de directe actie van art. 6 WAM. De WAM-verzekeraar is verplicht de benadeelde de in de WAM opgenomen dekking te bieden. Voor de reikwijdte van die te verlenen dekking zijn de polisvoorwaarden daarom niet zo interessant. In plaats daarvan moet worden gekeken naar de artikelen van de WAM en de achterliggende Europese regelgeving.
Dit artikel beoogt een overzicht te bieden van de huidige stand van zaken op dit terrein. Aanleiding is het recente arrest van de Hoge Raad en twee recente arresten van het Hof van Justitie EU die op een vergelijkbare situatie zien. Om deze arresten van een kader te voorzien, wordt de bredere context waarbinnen de WAM zich afspeelt, geschetst. Vervolgens wordt ingegaan op de reikwijdte van de verplichte WAM-dekking en de in het verleden in dat kader verschenen jurisprudentie, om zo een basis te bieden voor de daaropvolgende bespreking en evaluatie van de genoemde arresten.
De auteur concludeert dat de nieuwe arresten over de reikwijdte van de verplichte WAM-dekking weinig verandering in de al geldende regels brengen. Het bereik van de WAM is en blijft ruim. Wel worden in de arresten de bestaande regels bevestigd en, tot op zekere hoogte, verduidelijkt. Van belang daarbij is dat de WAM, anders dan bijvoorbeeld de Wegenverkeerswet 1994, ook op andere terreinen dan de openbare weg geldt: niet de plaats van het ongeval is bepalend, maar de vraag of het motorrijtuig als vervoermiddel wordt gebruikt. Wordt er met materialen gereden of beweegt het motorrijtuig om zich op een bepaalde plek te positioneren, dan zijn de daaruit voortvloeiende ongevallen en schades gedekt onder de WAM. Hetzelfde geldt als de schade ontstaat door een risico dat samenhangt met gemotoriseerde verkeersdeelname, zoals een ongeval als gevolg van het uitstappen na een aanrijding of het haperen van de motor. Pas als er evident geen sprake is van ‘vervoer’ of een daarmee samenhangend risico – zoals in het geval van een stilstaande tractor waarvan de motor als krachtbron voor een sproei-installatie wordt gebruikt – kan een schade van dekking worden uitgesloten. Waar in dat kader precies de grens ligt, is echter nog altijd voor discussie vatbaar.

Bron: 
MvV 2018, afl. 11, p. 321-326