Deskundigen spelen belangrijke rol in de letselschadepraktijk

John Roth
Bij schade van mensen met ernstig letsel is de deskundige nauwelijks weg te denken. Daarom zet de redactie in dit themanummer van Letsel & Schade de rol van de deskundige centraal.
De rechter die een beslissing moet nemen in een geschil tussen partijen, kan het vaak niet zonder hulp van deskundigen stellen. Een beslissing over een geschil over bijvoorbeeld medische aansprakelijkheid is nauwelijks denkbaar zonder dat een deskundige op het betreffende medische deskundigheidsvlak zich heeft uitgelaten over de vraag of conform de professionele standaard is gehandeld.
De rechter mag zelf bepalen of hij het noodzakelijk vindt om zich door een deskundige te laten voorlichten (art. 194 Rv). Maar weet de rechter wel altijd wat hij niet weet? De Groot merkt daarover op dat bij de afweging of kennis en ervaring op een ander vakgebied nodig is, die kennis en ervaring eigenlijk al nodig is. De rechter weet in dit stadium niet altijd voldoende precies wat hij niet weet. Akkermans noemt dit de ‘kennisparadox’: om de deskundige goed te kunnen aansturen en diens rapport op waarde te kunnen schatten, heeft de jurist kennis nodig van het betreffende vakgebied, terwijl de omstandigheid dat hij die kennis ontbeert juist de reden was dat de deskundige werd ingezet. Wie een deskundige volledig kan begrijpen, heeft er eigenlijk geen meer nodig. Het blijft daarom een kwestie van behelpen, aldus Akkermans.
De belangrijkste deskundigen in de letselschadepraktijk zijn: de ongevalsanalist voor de ongevalstoedracht, de medisch specialist om het letsel in kaart te brengen, de verzekeringsarts om de ernst van de beperkingen in een belastbaarheidprofiel te vertalen, de arbeidsdeskundige voor de vertaling van beperkingen naar verlies van arbeidsvermogen en zelfwerkzaamheid, de bedrijfseconomische deskundige bij schade van zelfstandigen en de rekenkundige om te berekenen tot welke schade de vastgestelde uitgangspunten leiden. Een aantal van deze deskundigen komt in het themanummer aan het woord. Zij vertellen over hun praktijkervaring. Daarnaast bevat het themanummer een aantal artikelen waarin de rol van deskundige wordt belicht vanuit een juridisch of theoretisch perspectief.
In de bodemprocedure heeft het deskundigenbericht de functie om de rechter voor te lichten over een bepaald onderwerp, zodat hij een beslissing kan nemen over een geschil tussen partijen. In een voorlopig deskundigenberichtprocedure heeft het rapport van de deskundige in de eerste plaats de functie om de verzoekende partij ‘de mogelijkheid te verschaffen aan de hand van het uit te brengen deskundigenbericht zekerheid te verkrijgen omtrent voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden en aldus beter te kunnen beoordelen of het raadzaam is een procedure te beginnen en, als daartoe wordt overgegaan, beter te kunnen aangeven op grond waarvan een vordering wordt ingesteld of een verweer wordt gevoerd’, aldus de Hoge Raad.
Gelukkig kunnen partijen het in de meeste gevallen zonder rechter af en zijn zij goed in staat om te komen toe een gezamenlijk (buitengerechtelijk) deskundigenbericht. Een dergelijk deskundigenbericht heeft in beginsel dezelfde bewijskracht als een gerechtelijk deskundigenbericht, mits de voor deskundigenberichten geldende ‘spelregels’ in acht zijn genomen. August de Hoogh gaat in zijn artikel in het themanummer in op de waarde en betekenis van het buiten rechte op gezamenlijk verzoek tot stand gekomen deskundigenbericht.
De kosten van deskundigen kunnen hoog oplopen. De vraag is dan ook wie de kosten van de deskundige moet dragen. De hoofdregel is dat de eisende of verzoekende partij het voorschot op de kosten van het deskundigenbericht moet voldoen (art. 195 Rv). De rechter kan hiervan afwijken in verband met de ‘omstandigheden van het geding’. Niet altijd zullen de kosten van het deskundigenbericht ten laste worden gebracht van de aansprakelijke partij. Te denken valt aan het geval dat reeds een na onderling overleg tot stand gekomen deskundigenbericht voorhanden is, of dat de benadeelde buiten rechte onvoldoende medewerking heeft verleend aan de benoeming van een onafhankelijke deskundige. In deze situaties moet bovendien rekening worden gehouden met de kans dat het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht zal worden afgewezen op grond van misbruik van bevoegdheid, strijd met een goede procesorde of de aanwezigheid van een door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.

Bron: 
Letsel & Schade 2018, afl. 6, p. 3, 4