Aansprakelijkheid voor drones. Technologische ontwikkelingen en de toepasbaarheid van het aansprakelijkheidsrecht

Mr. dr. ir. B.H.M. Custers
Het gebruik van drones wordt steeds populairder. Drones worden al lang niet meer uitsluitend gebruikt door defensie; er zijn tegenwoordig tal van civiele toepassingen. Drones worden onder meer gebruikt door de politie en de brandweer, door makelaars en worden gebruikt in de bouw en in de landbouw. Er liggen tal van kansen om drones te gebruiken voor saaie, vervelende of gevaarlijke klusjes.
Niettegenstaande alle kansen brengt het gebruik van drones onmiskenbaar risico’s met zich mee, bijvoorbeeld op het terrein van veiligheid en privacy. Immers, drones kunnen neerstorten of botsen, hetgeen kan resulteren in onder meer zaak- en letselschade. Drones kunnen vliegen en filmen op plekken waar men ze niet verwacht, hetgeen kan resulteren in immateriële schade. Als het gebruik van drones schade veroorzaakt, rijst uiteraard de vraag wie aansprakelijk is. Hoewel het voor de hand lijkt te liggen dat de veroorzaker van schade, doorgaans de bestuurder van de drone, ook degene is die aansprakelijk is, ligt een en ander meer complex. Immers, tegenwoordig is de technologie zodanig ver ontwikkeld dat drones een grote mate van autonomie kennen. Daarmee komen aansprakelijkheidsvraagstukken met betrekking tot drones in hetzelfde domein als die van zelfrijdende auto’s. Als een autonome drone beslissingen neemt die de bestuurder niet kon voorzien of beïnvloeden, kan de aansprakelijkheid mogelijk verschuiven naar de verkoper of fabrikant, maar de vraag is dan of sprake is van een gebrek en wat er verwacht mag worden van autonome drones.
In deze bijdrage wordt ingegaan op de civiele aansprakelijkheid bij het gebruik van drones. Eerst worden recente en toekomstige ontwikkelingen in de dronetechnologie besproken. Daarbij wordt met name ingegaan op de toenemende autonomie van drones en de verdergaande miniaturisering. Vanwege de relevantie voor de civielrechtelijke aansprakelijkheid worden daarna de publiekrechtelijke regels met betrekking tot het dronegebruik uiteengezet. Vervolgens wordt de toepasbaarheid van het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht onderzocht. Daarbij wordt ingegaan op de onrechtmatige daad en productaansprakelijkheid. Tot slot wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre het aansprakelijkheidsrecht voldoende is toegerust op de ontwikkelingen op het terrein van dronetechnologie.
Wanneer er sprake is van een door mensen bestuurd systeem, bijvoorbeeld drones in de categorie modelluchtvaartuigen, waarbij een menselijke operator alle beslissingen neemt, biedt het bestaande regime van aansprakelijkheid de rechter de ruimte om tot een bevredigende uitkomst te komen. Dit komt vooral doordat de aansprakelijkheidswetgeving voldoende technologieneutraal is geformuleerd. De technologie die de schade veroorzaakt, is niet van belang; vooral de concepten van schade, onrechtmatige daad en aansprakelijkheid staan centraal. Uiteraard geven de ontwikkelingen omtrent drones wel discussie over de grenzen van bekende leerstukken, zoals hinder en privacy-inbreuk.
Ook zijn er praktische problemen, zoals het traceren van dronebestuurders die schade hebben veroorzaakt. Met name bij recreatief gebruik van drones is registratie niet verplicht, waardoor de veroorzaker van de schade mogelijk niet kan worden gevonden. Door het groeiende aantal drones zullen er mogelijk meer gevallen zijn waarin onduidelijk is wie bepaalde schade heeft veroorzaakt. Daarmee wordt het aansprakelijkheidsrecht lastiger inroepbaar, wat kan noodzaken tot andere of aanvullende oplossingen, zoals wettelijke verzekeringsplichten, certificering van technologie en vliegdiploma’s voor bestuurders. Het ligt echter meer voor de hand deze oplossingen te zoeken in de luchtvaartwetgeving dan in de aansprakelijkheidswetgeving.
Hoewel het huidige stelsel van aansprakelijkheid wellicht weinig aanpassing behoeft, kan dat in de nabije toekomst anders komen te liggen, onder meer doordat drones intensiever worden gebruikt, steeds autonomer worden en steeds kleiner worden. Dat levert namelijk verschuivingen op in bepaalde verwachtingen, zoals redelijke verwachtingen van privacy (en daarmee samenhangende inbreuken op het recht op privacy), percepties omtrent maatschappelijke betamelijkheid en verwachtingen omtrent productveiligheid (en het daarmee samenhangende gebreksbegrip en productaansprakelijkheid). Er blijft sprake van een toename van het gebruik van drones, ondanks een restrictief beleid van de overheid. Juist de risico’s die het gebruik van drones met zich meebrengt, zijn de belangrijkste reden voor de restrictieve opzet van luchtvaartwetgeving en -beleid.
Als drones in de toekomst grotendeels of zelfs volledig autonoom zullen handelen, kan het aansprakelijkheidsrecht aanpassing of invulling behoeven. In zulke gevallen kan het namelijk zo zijn dat onder het huidige aansprakelijkheidsrecht geen van de betrokken partijen aansprakelijk is, terwijl het onredelijk of onbevredigend is dat het slachtoffer zijn eigen schade draagt. Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn het creëren van een systemische aansprakelijkheid, waarbij een actor die de schade redelijkerwijs niet kon voorzien of afwenden toch wettelijk aansprakelijk is. Daarbij kan worden gedacht aan de producent, al kan een te ruime productaansprakelijkheid ook leiden tot ‘chilling effects’ op het gebied van innovatie: de dreiging voor aansprakelijkheid zou belemmerend kunnen werken op fabrikanten om producten als drones verder te ontwikkelen en op de markt te brengen. Als wordt gekozen voor een risicoaansprakelijkheid van de bezitter of bestuurder geldt min of meer hetzelfde: ook zij zullen dan mogelijk veel terughoudender worden met het gebruik van drones, hetgeen aan maatschappelijke innovatie in de weg kan staan.
Een andere mogelijke oplossing die momenteel onderwerp van debat in de EU is, is om robots, waaronder autonome drones, een aparte juridische status of zelfs rechtspersoonlijkheid te geven. Echter, vanuit het aansprakelijkheidsrecht bezien is er dan wellicht geen sprake meer van een aansprakelijkheidsrechtelijk vacuüm, maar mogelijkerwijs ook niet van een bevredigende oplossing. Immers, drones als zelfstandige dragers van rechten en plichten kunnen vanuit praktisch oogpunt niet zonder meer worden verplicht tot schadevergoeding en ook retributie en strafrechtelijke aansprakelijkheid liggen ingewikkeld.

Bron: 
MvV 2018, afl. 7-8, p. 235-242