verkeersdelict
VR 2026/89 Eenzijdig ongeval, overlijden bijrijder, alcohol, snelheid, niet roekeloos, wel zeer onoplettend en onvoorzichtig rijgedrag.
Op 11 december 2022 veroorzaakte de verdachte een eenzijdig verkeersongeval waarbij zijn bijrijder overleed. De verdachte reed met een snelheid van 133 tot 146 kilometer per uur in een 50 km-zone en had een bloedalcoholpromillage van 1,20 mg/ml. Voorafgaand aan de rit had hij alcohol gedronken en geslapen in de auto van een vriend, waarna hij door de bijrijder werd gewekt om naar huis te rijden. De rechtbank heeft de verdachte onder 1 primair veroordeeld voor overtreding van artikel 6 en artikel 8 WVW 1994 en partieel vrijgesproken van roekeloosheid. Het hof oordeelt dat de ernstige
VR 2025/83 Verkeersongeval op A10. Verzekeraar aansprakelijk. Eigen schuld.
Op 8 mei 2023 vond rond 17:00 uur een verkeersongeval plaats op de A10. A probeerde met de Volkswagen Polo van haar dochter B in te voegen vanaf de invoegstrook, maar werd aan de bestuurderszijde geraakt door een zwaarbeladen vrachtwagen van T. De politie kwam direct ter plaatse en nam bij de vrachtwagenbestuurder een drugstest af. De bestuurder testte positief op cocaïne. Uit een bloedtest bleek dat hij 210 microgram cocaïne per liter bloed had, terwijl slechts 50 microgram is toegestaan. Beide bestuurders vulden een schadeformulier in, waarop de vrachtwagenbestuurder aangaf dat hij A niet
VR 2025/33 Forse overtreding maximumsnelheid. Eigen schuld. Causaliteitsverdeling.
Op 6 januari 2023 vond op de Nieuweweg in Valkenburg een botsing plaats tussen twee auto’s. De Volvo van A draaide stapvoets uit een hoteluitrit en werd door de Volkswagen Golf van X aangereden. X reed met 110 km/u, terwijl de maximumsnelheid 50 km/u was. A verklaarde dat hij beperkt zicht had en de Golf niet tijdig zag. Aanvankelijk zei X 50 à 60 km/u te rijden, maar de gegevens toonden een snelheid van 110 km/u aan. Getuigen bevestigden dat A stapvoets reed en dat de snelheid van X te hoog was. De politie concludeerde dat de hoge snelheid van X en het niet verlenen van voorrang door A de
VR 2025/25 Materieel verkeersstrafrecht:
VR 2024/129 Dodelijk ongeval. Landbouwtractor met aan de achterkant een werktuig dat niet was voorzien van een breedtemarkering. Onvoldoende snelheid geminderd.
De verdachte reed als bestuurder van een landbouwtractor met aan de achterkant een werktuig toen uit tegenovergestelde richting een wielrenner naderde. De wielrenner botste bij het passeren op het werktuig, waardoor hij ten val is gekomen en uiteindelijk is komen te overlijden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte niet gehandeld met de voorzichtigheid die van hem mocht worden verlangd, nu het brede werktuig, zonder voorgeschreven breedtemarkering, en de snelheid van de verdachte van 25 km/u ervoor hebben gezorgd dat het slachtoffer onvoldoende tijdig het werktuig achter de
VR 2024/39 Bestuurders onder invloed van drugs hebben vaak meer op hun kerfstok
VR 2023/137 Publieke opinie en verkeersstrafrecht
VR 2023/73 Art. 6 WVW 1994. Vrijspraak.
Verdachte wordt vrijgesproken van art. 6 WVW 1994. Volgens de rechtbank vereist de culpa uit art. 6 een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. In deze zaak meent de rechtbank dat er sprake is van een op zichzelf staande verkeersfout. De verdachte is namelijk een moment onoplettend geweest door in slaap te vallen. Vervolgens is hij tegen de auto voor hem gebotst. Deze fout is niet ernstig genoeg om hem het verwijt uit art. 6 toe te rekenen. Dit zou anders zijn geweest als het in slaap vallen voorzienbaar zou zijn geweest. Wel meent de rechtbank dat de verdachte art. 5 WVW 1994