sport en spel

VR 2026/08 Ongeval bij cursus Toprope klimmen. Letselschade. Kelderluikcriteria.

Jurisprudentie

Van januari 2016 tot januari 2023 exploiteerde Klimmuur Haarlem een grote klimhal in Haarlem, waar ook cursussen Toprope klimmen werden gegeven. Bij Toprope klimmen klimt een persoon aan een touw, terwijl een ander beneden zekert met een tuber-apparaat. Appellante P had zich ingeschreven voor de Basiscursus Sportklimmen. De cursus bestond uit vier lessen en hiermee kon P het Certificaat K2 behalen om zelfstandig te klimmen. Tijdens de derde les viel P van ongeveer twaalf meter hoogte op de vloer. Hierdoor liep zij ernstige fracturen op aan haar voeten en benen. P moest maanden revalideren. P

VR 2026/07 Dwarslaesie opgelopen bij deelname aan hindernisbaan. Onrechtmatige gevaarzetting.

Jurisprudentie
In 2019 nam A (appellant) deel aan een door Titan georganiseerde evenement ‘Titan Swim’. Toen A van het obstakel ‘de piramid’ sprong, gleed hij uit en als gevolg daarvan liep hij een dwarslaesie op. In eerste aanleg heeft toetsing aan de kelderluikcriteria niet geleid tot de conclusie dat de organisator meer veiligheidsmaatregelen had moeten nemen. Het obstakel zelf was niet gevaarlijk en het gevaar van het springen van de bovenste trede van het obstakel was voor de deelnemer voldoende kenbaar. Het betrof de eigen beoordelingsverantwoordelijkheid van A. De rechtbank concludeerde dat de

VR 2026/01 ‘Klimhal’ en ‘obstakelrun’, wie draagt het risico?

Artikel
VR2026-1_illu
In augustus 2025 wezen het Hof Den Haag1) en het Hof Amsterdam2) arrest in twee zaken die ik in het onderstaande zal bespreken. In de eerste zaak viel een deelnemer van circa twaalf meter hoogte bij een basiscursus sportklimmen met ernstig letsel tot gevolg. Zij stelde de klimhal aansprakelijk. In de andere zaak organiseerde een evenementenbedrijf een evenement waarbij deelnemers obstakels in het water moesten overbruggen. Een van de deelnemers liep een dwarslaesie op toen hij van een obstakel wilde springen en uitgleed. Ook hij stelde het achterliggende bedrijf aansprakelijk. Beide zaken hebben – hoewel op het eerste oog verschillend - raakvlakken om welke reden de zaken zich lenen voor een gezamenlijke bespreking. In beide zaken werd een risicovolle sport/activiteit beoefend, liep het niet goed af voor de deelnemer, wees de rechtbank in eerste aanleg aansprakelijkheid af en oordeelde het hof in hoger beroep anders. In het onderstaande besteed ik eerst aandacht aan het juridisch beoordelingskader. Daarna bespreek ik beide zaken met tot slot mijn (kritische) mening over de wending van beide zaken in hoger beroep.

VR 2024/83 Ongeval tijdens wielrennen. Sport- en spelsituatie? Geen aansprakelijkheid maar ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Jurisprudentie
Dit deelgeschil betreft een fietsongeval waarbij vijf personen betrokken waren. De betrokkenen vormden een fietsclub en zij fietsten wekelijks gemiddeld 50-70 kilometer op racefietsen. In 2020 namen verzoeker samen met verweerder, A, B en C deel aan een fietstocht in de omgeving van Bergeijk. Na ongeveer 15 kilometer ontstond een botsing tussen verweerder en verzoeker. Verzoeker liep letsel op, waaronder een gebroken bekken. Het ongeval vond plaats op de Molenstraat in Riethoven bij de afslag naar de Vlasstraat, een T-splitsing waar het fietspad aan de rechterkant overging naar een

VR 2023/92 Dubbele beenbreuk bij voetbalwedstrijd. Onrechtmatige daad.

Jurisprudentie

Op zondag 4 mei 2014 speelde appellant een voetbalwedstrijd met zijn team Odin 3 tegen het team VSC 4, waarin geïntimeerde speelde. Tijdens de wedstrijd maakte geïntimeerde een sliding tackle op appellant, waardoor appellant een ernstige dubbele beenbreuk opliep. De scheidsrechter, tevens voorzitter van Odin, gaf geïntimeerde na afloop van de wedstrijd een rode kaart vanwege een buitensporige overtreding. De scheidsrechter vulde verschillende rapporten in waarin hij de overtreding van geïntimeerde en de gevolgen daarvan beschreef. De toen aanwezige grensrechter heeft eveneens een schriftelijke

VR 2023/57 Toeschouwer krijgt voetbal tegen hoofd. Speler niet aansprakelijk: sport en spel.

Jurisprudentie

Op 13 oktober 2018 is X een ongeval overkomen. Hij was toeschouwer bij een voetbalwedstrijd van zijn zoon. Y, een tegenspeler van zijn zoon, trapte de bal over de zijlijn het veld uit. De bal kwam hard tegen het hoofd van X, waardoor hij met zijn hoofd tegen een betonnen plaat viel en bewusteloos raakte. X heeft ongeveer een week in het ziekenhuis gelegen en houdt ernstig letsel over aan het ongeval: hij is doof aan zijn rechteroor, heeft tinnitus, heeft last van evenwichtsstoornissen, duizeligheid en cognitieve klachten en heeft geen reuk en smaak meer. X stelt dat Y aansprakelijk is voor

VR 2022/127 Dent v. NFL: een Amerikaanse massaschadezaak in vele bedrijven

Artikel
VR2022-9_illu
American football, de meest populaire sport in de Verenigde Staten, is geen fijnzinnige sport. Het heeft voor een met de sport onbekende waarnemer op het eerste gezicht veel weg van een ouderwetse Middeleeuwse veldslag waarbij het territorium van de tegenstander moet worden veroverd. Het spel heeft een uitermate fysiek karakter. Spelers lopen dan ook een aanzienlijk risico op blessures. Het aantal hersenschuddingen is elk seizoen groot. Er zijn wetenschappelijke studies die stellen dat het beoefenen van American football het risico op neurologische problemen, hersenziektes en zelfs voortijdig sterven vergroot. Om geblesseerde spelers zo snel mogelijk weer wedstrijdfit te krijgen, zowel tijdens als na de wedstrijd, wordt veelvuldig gebruik gemaakt van allerlei (zware) pijnstillers. De afgelopen decennia hebben veel football-spelers zowel tijdens als na hun loopbaan met allerhande fysieke problemen te maken gekregen, die zij toeschrijven aan overvloedig medicijngebruik tijdens hun loopbaan en waarvoor zij hun clubs en de National Football League (NFL), de organisator van de competitie, verantwoordelijk houden. Een groot aantal spelers heeft vervolgens hun belangen gebundeld en heeft als collectief claims ingediend (een 'class action') tegen zowel hun clubs als de NFL. In dit artikel beschrijf ik de lotgevallen van de na acht jaar nog steeds lopende massaschadeclaim van spelers tegen de NFL, in rechte bekend staand als Dent vs. NFL. Aan deze zaak heb ik een zeer bescheiden bijdrage mogen leveren, waarbij ik een fascinerende blik in de keuken van een massaschadeclaim kreeg. In hoofdstuk 1 geef ik ter introductie enige achtergrond bij de sport zelf. Hoofdstuk 2 introduceert de dramatis personae, waarna in hoofdstuk 3 de procedurele vorm van de rechtszaak aan de orde komt. Hoofdstuk 4 gaat in op de risico's van het spel, waarna ik in hoofdstuk 5 de verwijten bespreek die de ex-spelers in deze zaak aan de NFL maken. Hoofdstuk 6 besteedt aandacht aan de lange en moeizame tocht van de zaak langs federale rechtbanken en gerechtshoven, waarna in hoofdstuk 7 enkele slotopmerkingen volgen.

VR 2022/75 Val bij deelname aan hindernissenparcours; kelderluikcriteria; organisator aansprakelijk.

Jurisprudentie
In 2016 neemt A deel aan het evenement "Venlostormt". Tijdens dit evenement leggen deelnemers een parcours met diverse hindernissen af. Tijdens het afleggen van het parcours moet A op enig moment vanuit de Maas een houten trapje opklimmen naar een steiger, waar zij vervolgens weer vanaf moet klimmen via ijzeren steigerbuizen. De voet van A glijdt weg vanaf de bovenste ijzeren buis die zich bevindt op een hoogte van anderhalf à twee meter vanaf de grond. A valt en loopt letsel op aan haar staart-/heiligbeen en voet. A verzoekt een verklaring voor recht dat de organisator van Venlostormt (B)

VR 2022/73 Ongeval paragliding; vliegschool aansprakelijk; eigen schuld; exoneratiebeding.

Jurisprudentie
In 2012 heeft A als deelnemer deelgenomen aan een (week)cursus paragliding bij B. A had toen al enige vliegervaring. B heeft op enig moment aan A een nieuw vliegscherm ter beschikking gesteld. A kreeg dit scherm vanaf het begin af aan niet onder controle, waardoor hij in een flatspin is terechtgekomen. De noodparachute ging daarbij niet open, waardoor A hard op de grond is terechtgekomen. A heeft hierbij zwaar letsel opgelopen. A vordert van B vergoeding van de schade die hij heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van dit ongeval. Volgens A had B aan A niet het betreffende vliegscherm ter

VR 2021/109 Botsing twee skiërs op indoorskibaan; aansprakelijkheid; geen eigen schuld.

Jurisprudentie
Een onervaren skiër (A) is gevallen op een indoorskibaan, doordat - zo stelt zij - een andere skiër (B) van achteren tegen haar aan is geskied. A vordert een verklaring voor recht dat B op grond van art. 6:162 BW aansprakelijk is voor de schade die zij als gevolg van het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. De rechtbank overweegt dat uit de getuigenverklaring van de skileraar blijkt dat B - als van bovenkomende skiër - bij het inhalen van A met haar in botsing is gekomen. Dit betekent dat B - in strijd met de geldende FIS-regels - geen voorrang heeft verleend aan A en A niet veilig is