In augustus 2025 wezen het Hof Den Haag1) en het Hof Amsterdam2) arrest in twee zaken die ik in het onderstaande zal bespreken. In de eerste zaak viel een deelnemer van circa twaalf meter hoogte bij een basiscursus sportklimmen met ernstig letsel tot gevolg. Zij stelde de klimhal aansprakelijk. In de andere zaak organiseerde een evenementenbedrijf een evenement waarbij deelnemers obstakels in het water moesten overbruggen. Een van de deelnemers liep een dwarslaesie op toen hij van een obstakel wilde springen en uitgleed. Ook hij stelde het achterliggende bedrijf aansprakelijk. Beide zaken hebben – hoewel op het eerste oog verschillend - raakvlakken om welke reden de zaken zich lenen voor een gezamenlijke bespreking. In beide zaken werd een risicovolle sport/activiteit beoefend, liep het niet goed af voor de deelnemer, wees de rechtbank in eerste aanleg aansprakelijkheid af en oordeelde het hof in hoger beroep anders. In het onderstaande besteed ik eerst aandacht aan het juridisch beoordelingskader. Daarna bespreek ik beide zaken met tot slot mijn (kritische) mening over de wending van beide zaken in hoger beroep.
De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn alleen beschikbaar voor abonnees.