smartengeld
VR 2026/93 Smartengeld zus aan broer vanwege ontnemen van mogelijkheid tot afscheid moeder.
In 2020 overleed de vader van appellant (A) en geïntimeerde (X). Daarna volgde een ernstig conflict tussen hen over een hypotheek ten gunste van X. Beide ouders hadden hiervoor meegetekend en de situatie escaleerde op 11 december 2022 in aanwezigheid van hun destijds 87-jarige moeder. De politie werd hierbij ingeschakeld en sindsdien stond ook de verhouding tussen A en zijn moeder onder druk. Drie maanden later overleed de moeder. Zij had in haar testament X benoemd tot uitvaartexecuteur. X had A een rouwkaart gestuurd met informatie over de afscheidsdienst en de crematie. X verscheen bij de
VR 2026/56 Onrechtmatige daad kinderen. Materiële gevolgschade en smartengeld. Gedeeltelijk eigen schuld.
Op 5 april 2022 vond op school een incident plaats tussen twee kinderen: A en B. Hierbij liep A schade op aan zijn tanden. Twee dagen later deed hij aangifte van mishandeling. Volgens zijn verklaring keek B hem boos aan. B liep op hem af en gaf hem een kopstoot, waarna A pijn voelde en merkte dat zijn tanden beschadigd waren. De leerkracht verklaarde dat de jongens eerst op enkele meters afstand tegenover elkaar stonden en woorden wisselden. Na een korte interventie stonden ze weer dicht bij elkaar; A duwde B licht weg, waarna hun hoofden tegen elkaar kwamen. De leerkracht zag de kopstoot zelf
VR 2026/32 Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW
VR 2026/31 Begroting van smartengeld in beweging,
VR 2025/94 Deelgeschil. Verkeersongeval tussen fietser en auto. Letselschade. Recht op smartengeld.
Op 19 september 2022 werd verzoekster X op haar racefiets aangereden door een auto die verzekerd was bij ZLM. Ze raakte ernstig gewond: zes ribben waren gebroken, vier van haar ruggenwervels waren beschadigd, en haar linkernier was zo ernstig beschadigd dat deze verwijderd moest worden. Vier maanden later kreeg ze ook klachten aan haar linkerschouder. Inmiddels is haar medische toestand stabiel, maar de gevolgen van het ongeluk blijven zwaar. ZLM heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend en partijen hebben de schaderegeling ter hand genomen. Ze kwamen overeen over bijna
VR 2025/90 Letselschade na verkeersongeval. Schadeomvang. Onjuist gebruik van het blokkeringsrecht.
X is geboren in Italië en is al jaren woonachtig in Duitsland. Op 26 oktober 2020 werd hij in Nederland op zijn motor aangereden door een personenauto. Hij liep hierdoor ernstig letsel op, onder andere een klaplong en diverse botbreuken. Na enkele dagen werd hij overgeplaatst naar een ziekenhuis in Wesel (Duitsland) en werd hij daar geopereerd. De bestuurder van de personenauto had een WAM-verzekering bij Nh1816. De verzekeraar heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Als gevolg van het ongeval ondervindt X dagelijks veel pijn, ongemak en hinder. Sinds medio 2020 exploiteerde hij
VR 2025/69 Het bestaan en de schadeloosstelling van immateriële schade (in België)
VR 2025/63 Whiplash na ongeval. Deskundigenonderzoek. Beoordeling verschillende schadeposten.
In deze zaak draait het om letselschade na een ongeval, waarbij de centrale vraag is welke beperkingen het gevolg zijn van het ongeval en in hoeverre X recht heeft op aanvullende schadevergoeding. Deze uitspraak is lezenswaardig voor wat betreft de beoordeling van de verschillende schadeposten. De verzekeringsarts concludeert dat X lijdt aan een Whiplash Associated Disorder (WAD II), met beperkingen in nek- en schoudergebruik en lichte beperkingen in sociaal en persoonlijk functioneren, die zonder het ongeval niet zouden zijn ontstaan. De arbeidsdeskundige stelt vast dat X gedeeltelijk
VR 2025/32 Schadevergoeding. Opvolgende persoonlijke onderzoeken. Onrechtmatig verkregen bewijs.
Op 29 september 2015 werd X van achteren aangereden door een auto. Aegon, de WAM-verzekeraar van de autobestuurder die X aanreed, had de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. X was vijf jaar lang in loondienst werkzaam als technisch adviseur c.q. rayonleider voordat hij in 2005 zelfstandig ondernemer in de spuitmachinebranche was geworden. Na het ongeval werkte hij ondanks medische beperkingen 15-20 uur per week. Anonieme tips over mogelijke fraude leidden niet tot onderzoek. In latere jaren ontving X leningen en waren er re-integratiepogingen. Er ontstonden financiële en medische