Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
Jurisprudentie
Aan betrokkene is een Wahv-sanctie van € 120,- opgelegd omdat hij met de fiets is doorgereden bij een rood driekleurig verkeerslicht. Betrokkene erkent dat hij door rood is gereden, maar stelt dat dit verkeerslicht alleen voor automobilisten gold. Volgens hem stond iets verderop een apart fietsersverkeerslicht op groen en mocht hij daarom doorfietsen. Hof oordeelt dat het rode verkeerslicht ook voor fietsers gold. Het verkeerslicht gold voor verkeer vanuit de richting waar betrokkene vandaan kwam, waaronder fietsers. Dat blijkt mede uit de fietsruimte op het wegdek, de stopstreep vóór het
Jurisprudentie
Betrokkene is aangehouden en wordt in een politievoertuig naar het politiebureau vervoerd. Omdat betrokkene weigert de autogordel te gebruiken, wordt hier een administratieve sanctie voor opgelegd. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene niet als passagier in de zin van artikel 59, eerste lid van het RVV 1990 kan worden aangemerkt, nu betrokkene ten tijde van de gedraging als aangehouden verdachte in een politiebus zat. Het hof overweegt dat het RVV 1990 geen definitie bevat van het begrip passagier en geen uitzonderingen kent voor het vervoer van personen in een voertuig van de politie
Jurisprudentie
Appellant dient een aanvraag in voor een ontheffing om gedeeltelijk op de openbare weg te parkeren. Appellant wil zijn auto parkeren naast zijn woning, maar de zijtuin van zijn woning is daarvoor te smal. Het college wijst de aanvraag af, vanwege onder meer het waarborgen van de bruikbaarheid en veiligheid op de weg. Daarbij heeft het college het belang van een vrije en veilige doorgang voor onder andere de brandweer en vuilniswagens laten prevaleren boven het belang van appellant. Het college verklaart het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank verklaart het ingestelde beroep gegrond
Jurisprudentie
Betrokkene krijgt een administratieve sanctie voor het rijden door rood licht met een vrachtwagen. De gemachtigde van de betrokkene betwist de gedraging en voert aan dat het voertuig voorbij de verkeerslichten en half op de kruising tot stilstand is gekomen vanwege een file. De achterkant van de vrachtwagen is hierdoor geflitst. Naar de mening van de gemachtigde ten onrechte, omdat de vrachtwagen al voorbij de stopstreep en het verkeerslicht was. Het hof overweegt dat uit de aanwezige foto’s in het dossier blijkt dat de achterkant van de vrachtwagen rijdend de stopstreep is gepasseerd, terwijl
Jurisprudentie
Op 26 maart 2021 vond rond zes uur 's avonds een verkeersongeval plaats tussen A (appellant) en X (geïntimeerde). X stak te voet een fietspad over terwijl A op zijn fiets andere fietsers aan het inhalen was. Hierbij raakte A hem waardoor X ten val kwam en een week in het ziekenhuis lag. Het fietspad was destijds ongeveer anderhalve meter breed en bevond zich tussen een trottoirband en een overdekte winkelgalerij. De politie heeft ter plaatse A als verdachte verhoord, maar er volgde geen strafrechtelijke vervolging. A was niet verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid. In de bodemprocedure
Jurisprudentie
De wederpartij (in de uitspraak: X; red. VR) heeft bezwaar gemaakt tegen de plaatsing van verkeerslichten door het college van burgemeester en wethouders van Waalre bij een fietsersoversteek. Het college meende dat voor het plaatsen van deze verkeerslichten geen verkeersbesluit nodig was, omdat het als een feitelijke handeling werd beschouwd. Het college verklaarde daarom het bezwaar van de wederpartij niet-ontvankelijk. De rechtbank was van oordeel dat het plaatsen van verkeerslichten volgens de WVW 1994 wel een verkeersbesluit vereiste. Dit omdat verkeerslichten worden beschouwd als
Jurisprudentie
DHL verzoekt om een vrijstelling van een aantal verkeersregels, zodat bezorgers mogen rijden en parkeren op plaatsen waar dat normaal niet is toegestaan. De minister weigert deze vrijstelling te verlenen, omdat de dienstverlening van DHL niet is aan te merken als een openbare of daarmee gelijk te stellen dienst. Deze vrijstelling is wel aan PostNL verleend. In geschil is of de minister hiermee in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld. De rechtbank oordeelt dat dit niet zo is. In tegenstelling tot DHL is PostNL door de minister aangewezen als universele postdienst (UPD). De
Column
18 maart 2025
Verkeerslawaai kent vele verschijningsvormen: knetterende brommers, ploffende en jankende motoren, met piepende banden en veel motorgeraas accelererende auto’s, toeterend rondrijdende stoeten om uiting te geven aan een of andere feestelijkheid, bonkende muziek uit een tot rondrijdende disco omgebouwde auto, het geraas van autobanden over een weg met klinkerbestrating. Allerlei geluiden die ergernis kunnen opwekken en door menigeen worden ervaren als verkeersoverlast.
Jurisprudentie
De betrokkene heeft een sanctie van € 170,- gekregen voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Zijn gemachtigde betoogde dat het begrip 'vasthouden' volgens artikel 61a RVV 1990 niet zo ruim moet worden uitgelegd dat het ook het op de knie leggen van een telefoon omvat. Een ambtenaar heeft echter vastgesteld dat de betrokkene tijdens het rijden op een Go Sharing scooter een telefoon net boven zijn knie vasthield. In administratief beroep overhandigde de betrokkene een foto die de situatie toonde, waarbij de telefoon op zijn bovenbeen lag, maar niet
Jurisprudentie
De appellant had zijn voertuig geparkeerd voor de deur van een garagebox, waarop het college van B&W van Den Haag het voertuig heeft laten wegslepen. De kosten van deze operatie zijn op de appellant verhaald uit hoofde van artikel 5:25 Awb. De Afdeling is van oordeel dat het college deze plaats terecht heeft aangemerkt als een in- of uitrit. De loods is immers bereikbaar vanaf de weg waartoe de stoepband is verlaagd en waarbij een fietspad moet worden gepasseerd. Daarnaast verschilt de bestrating van het fietspad van die van de weg. De verwijdering van het voertuig was noodzakelijk in verband