maximumsnelheid

VR 2019/124 Trajectcontrole. Privacy. Persoonlijke
levenssfeer.

Jurisprudentie
Er is geen enkele aanwijzing dat de bij een trajectcontrole vastgelegde gegevens direct herleidbaar zijn tot de bestuurder. Dat is te meer het geval in een zaak als deze waarin de kentekenhouder een rechtspersoon is. Gelet hierop is er naar het oordeel van het hof bij een trajectcontrole geen sprake van schending van de privacy als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het EVRM of van schending van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Grondwet.

VR 2019/121 Strafvermindering. Samenloop.

Jurisprudentie
De verdachte heeft in de bebouwde kom met zijn motorfiets met een snelheid gereden die de maximumsnelheid aanzienlijk heeft overschreden. Door te handelen zoals de verdachte heeft gedaan, heeft hij de verkeersveiligheid in gevaar gebracht en zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer ernstig veronachtzaamd. Gelet op het bepaalde artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht houdt het hof rekening met de door dit hof bij arrest opgelegde straf in de gelijktijdig op 23 juli 2018 behandelde strafzaak (onder parketnummer 23.003866-16) en met de veroordeling van het gerechtshof Amsterdam van 30

VR 2019/094 Twee overtredingen. Staande houden.

Jurisprudentie
Twee snelheidsovertredingen kort na elkaar. De betrokkene heeft de tweede snelheidsovertreding begaan toen hij wegreed nadat hij was staandegehouden voor de eerdere snelheidsoverschrijding. Nu gelet op de direct voorafgaande staandehouding bij de verbalisant bekend was wie de bestuurder was en de bestuurder erop gewezen was dat hij niet nogmaals te snel moest rijden, kon de verbalisant in deze situatie de sanctie opleggen aan de betrokkene als bestuurder van het voertuig zonder hem opnieuw staande te houden.

VR 2019/70 Maximumsnelheid. Trajectcontrole. Bebording.

Jurisprudentie
Uit het zaakoverzicht blijkt dat de gedraging in de onderhavige zaak is geconstateerd door middel van een trajectcontrole op de autosnelweg A2. In afwijking van de reguliere maximumsnelheid op autosnelwegen zou op het betreffende traject ook op het tijdstip van de gedraging niet harder dan 100 km/h mogen worden gereden. Of er op het betreffende traject borden zijn geplaatst waarop deze afwijkende snelheid is aangegeven, blijkt echter niet uit het zaakoverzicht of uit andere stukken in het dossier.Nu de betrokkene van meet af aan heeft betwist dat de juiste bebording was geplaatst en de

VR 2019/58 Administratieve sanctie. Maximumsnelheid. Bebording.Schouwrapport.

Jurisprudentie
De aanwezigheid van de bebording is cruciaal om de gedraging te kunnen vaststellen, omdat volgens de verbalisant sprake is van een snelheidsbeperking op een autosnelweg tot 100 km/h. Betrokkene heeft de plaatsing van de juiste bebording ook betwist. Een proces-verbaal of schouwrapport waaruit blijkt dat kort voor de vermeende gedraging een controle of schouw van de bebording ter plaatse heeft plaatsgevonden, zoals vereist volgens Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 april 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:3228, ontbreekt echter. Daaruit volgt dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is begaan.

VR 2019/54 Radarsnelheidscontrolemeter. Betrouwbaarheid. Nader
onderzoek?

Jurisprudentie
Het gehanteerde meetinstrument is op basis van toetsing aan de daarvoor geldende wettelijke normen toegelaten, zodat in beginsel mag worden uitgegaan van de betrouwbare werking daarvan. Dit betekent niet dat wordt uitgegaan van feilloosheid van apparatuur. Er kunnen fouten optreden. Zulks kan, afhankelijk van de vraag welke standpunten daartoe worden aangevoerd, de rechter nopen tot nader onderzoek. Meting met dergelijke apparatuur kan een onjuist of onbetrouwbaar meetresultaat geven in het geval de bedienaar daarvan dit niet op de voorgeschreven wijze gebruikt. De door betrokkene geschetste

VR 2019/53 Maximumsnelheid. Snelheidsmeting. Onbewaakte
detectorsnelheidsmeter. Voertuig op naastgelegen rijstrook.

Jurisprudentie
Het hof acht niet aannemelijk dat in dit geval de snelheid is gemeten van de Fiat Panda op de naastgelegen rijstrook. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de deskundige heeft verklaard dat blijkens de gegevens onder de foto's van de gedraging het lussenpaar op rijstrook rechtdoor is geactiveerd. Vanaf links bekeken betreft dit de rijstrook waarop het voertuig van de betrokkene reed. Hieruit volgt dat de snelheidsmeting heeft plaatsgevonden op de rijstrook waarop het voertuig van de betrokkene reed. Daarnaast kan de snelheidsmeting, gelet op de werking van de gebruikte apparatuur, geen

VR 2019/35 Gevaar veroorzaken. Rood licht. Snelheid.

Jurisprudentie
De verdachte reed met de door hem bestuurde personenauto door rood licht en botste daardoor tegen een zich op de kruising bevindende personenauto. Het verkeerslicht voor rechtdoor straalde op het in het geding zijnde moment voor de verdachte rood licht uit, welk rood licht door de verdachte niet is gezien dan wel is genegeerd, waarna de aanrijding met het voertuig van het slachtoffer heeft plaatsgevonden. De wettelijk toegestane maximumsnelheid betrof ter plaatse 50 kilometer per uur. Voldoende is komen vast te staan dat de verdachte aanmerkelijk harder heeft gereden. Dit blijkt uit de

VR 2019/32 Gevaarlijk rijden. Maximumsnelheid. Stopteken. Rijden onder invloed. Rijden zonder rijbewijs. Vrijheidsstraf. Motivering.

Jurisprudentie
De verdachte zat met een medepassagier in zijn auto en zag een politiecontrole, waarop hij bewust zijn autolampen heeft gedoofd en met een hoge snelheid langs de politie is gereden. De verdachte is er vervolgens vandoor gegaan met hoge snelheden binnen de bebouwde kom en heeft een stopteken genegeerd. In een poging om de verdachte te stoppen heeft de politie vijf politieauto’s opgesteld. De verdachte heeft al slalommend de politieauto’s trachten te ontwijken en heeft hierbij een eenzijdig ongeval veroorzaakt door met zijn auto tegen een voetbalkooi aan te rijden. De verdachte is vervolgens de

VR 2018/142 Telefonisch horen. Redelijke termijn.

Jurisprudentie
In de onderhavige zaak is er door de betrokkene van afgezien gebruik te maken van de geboden mogelijkheid om telefonisch te worden gehoord, nu hij in persoon wenste te worden gehoord. Gelet op de wetsgeschiedenis van de Awb moet worden vastgesteld dat telefonisch horen in beginsel geen volwaardig alternatief is voor een hoorzitting. Er is niet gebleken dat de officier van justitie met de betrokkene tot overeenstemming was gekomen over telefonisch horen ter vervanging van de wettelijk voorgeschreven hoorzitting. Gelet hierop kan aan de omstandigheid dat de betrokkene niet heeft verzocht om te