dood door schuld
VR 2026/92 Chauffeur vuilniswagen. Vrijspraak dood door schuld.
Verdachte bestuurde een vuilniswagen en had het voertuig aan de rechterzijde van de weg tot stilstand gebracht, zodat zijn collega’s oud papier konden verzamelen. Nadat het oud papier was ingeladen, trok verdachte op en reed rechtdoor. Na enkele seconden hoorde verdachte een klap en stopte vervolgens omdat een voorbijganger zijn aandacht trok. Toen verdachte uitstapte, zag hij dat hij in botsing was gekomen met een fietser die aan het ongeval was overleden. De fietser had de stilstaande vuilniswagen kort daarvoor aan de linkerzijde gepasseerd. Vanwege de smalle rijbaan en een passerende
VR 2026/90 Dodelijk verkeersongeval, vuilniswagen, inhalende fietser, aanmerkelijke schuld.
VR 2026/89 Eenzijdig ongeval, overlijden bijrijder, alcohol, snelheid, niet roekeloos, wel zeer onoplettend en onvoorzichtig rijgedrag.
Op 11 december 2022 veroorzaakte de verdachte een eenzijdig verkeersongeval waarbij zijn bijrijder overleed. De verdachte reed met een snelheid van 133 tot 146 kilometer per uur in een 50 km-zone en had een bloedalcoholpromillage van 1,20 mg/ml. Voorafgaand aan de rit had hij alcohol gedronken en geslapen in de auto van een vriend, waarna hij door de bijrijder werd gewekt om naar huis te rijden. De rechtbank heeft de verdachte onder 1 primair veroordeeld voor overtreding van artikel 6 en artikel 8 WVW 1994 en partieel vrijgesproken van roekeloosheid. Het hof oordeelt dat de ernstige
VR 2026/35, Strafuitspraak Motorrijder rijdt tegen bakfiets. Dood door schuld. Roekeloosheid.
Verdachte is een bestuurder van een motorfiets. Bij het naderen van de middengeleider ziet verdachte drie auto’s langzaam rijden dan wel stilstaan. In plaats van achter deze auto’s aan te sluiten, besluit de verdachte de auto’s links in te halen. Hij rijdt vervolgens over de verkeersgeleidingsstrook met wit puntstuk, negeert het op de verkeerszuil geplaatst verkeersbord dat aanwijst dat rechts van de vluchtheuvel gebleven moet worden en rijdt met zijn motor links van de middengeleider - en dus over de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer. Vóór de drie auto’s rijdt een vader op zijn bakfiets
VR 2026/20 Vrijspraak dood door schuld. Geen verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid.
Verdachte raakt als bestuurder van een auto betrokken bij een verkeersongeval met een fietser. Als gevolg van het ongeval komt de fietser om het leven. Op de plaats van het ongeval geldt een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Uit onderzoek blijkt dat verdachte heeft gereden met een minimale snelheid van 71,51 kilometer per uur. De verbalisant ruikt bij het eerste contact met verdachte een alcohollucht en de verdachte vertoont uiterlijke kenmerken van alcoholgebruik. Het resultaat van de blaastest op het voorselectieapparaat duidt op een waarde tussen de 300 en 430 microgram alcohol per
VR 2026/19 Bijrijder na ongeval overleden. Alternatief scenario van verontschuldigbare onmacht niet aannemelijk. Veroordeling overtreding art. 6 WVW 1994.
De verdachte wordt verweten dat hij als beginnend bestuurder door zeer onvoorzichtig rijgedrag een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij zijn bijrijder is overleden. Vaststaat dat hij op een onverlichte 60-km-weg met een snelheid van ongeveer 135 km/u heeft gereden. In een bocht raakte de auto in een drift, waarna deze van de weg raakte en tegen twee bomen botste. Uit EDR-gegevens blijkt dat de auto 0,5 seconden vóór de botsing 123,07 km/u reed en tijdens de botsing 98,38 km/u. De verdediging heeft aangevoerd dat sprake was van verontschuldigbare onmacht, omdat de verdachte voorafgaand aan
VR 2025/143 Epileptische aanval vrachtwagenchauffeur. Verdachte was niet medicatietrouw, reed onder invloed en was door zijn aandoening onbevoegd om een vrachtwagen te besturen.
Bewezenverklaring art. 6 WVW 1994. Een vrachtwagenchauffeur krijgt een epileptische aanval en verliest daardoor de controle over zijn voertuig. De vrachtwagen rijdt hierdoor van de dijk af en komt terecht op een groep mensen die onderaan de dijk aan het barbecueën zijn. Daarbij komen zes personen en een ongeboren kind om het leven. De rechtbank overweegt dat verdachte door een neuroloog was gewaarschuwd dat hij medicatietrouw moet zijn, een regelmatig slaap-waakritme moet hebben en geen drugs moet gebruiken. Verdachte heeft desondanks zijn medicatie niet dagelijks op een vast tijdstip