VR 2019/86 Bijzondere manoeuvre, aansprakelijkheid voor ongeval motorscooter en auto komt niet vast te staan.

Op 27 juli 2017 heeft op het kruispunt van de Hoefkade en de Van Mierisstraat in Den Haag een aanrijding plaatsgevonden tussen verzoeker als bestuurder van een motorscooter en een persoon rijdend in een auto. De auto is WAM-verzekerd bij Delta Lloyd. Op het moment van het ongeval was het druk op de Hoefkade. De straat stond vanuit de richting van treinstation Hollands Spoor vol met auto's. Deze auto's stonden in een enkele rij achter elkaar te wachten om links danwel rechts te kunnen voorsorteren bij de stoplichten van de kruising van de Hoefkade met de Vaillantlaan. Daarbij moesten zij het met een groot wit kruis aangegeven vak op de Hoefkade vrijlaten om eventueel verkeer uit de Van Mierisstraat vrije doorgang te verlenen. Verzoeker verzoekt de rechtbank voor recht te verklaren dat Delta Lloyd jegens hem volledig aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval op 27 juli 2017. Verzoeker voert daartoe aan dat de bestuurder van de auto op grond van art. 54 RRV verplicht was hem voor te laten gaan, omdat zij een bijzondere manoeuvre verrichtte. Art. 54 Rvv bepaalt dat bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren - zoals uit een uitrit de weg oprijden - het overige verkeer voor moeten laten gaan. Volgens de rechtbank is het doorslaggevend of voor het verkeer ter plaatse een op de rijweg uitmondende weg kenbaar is als uitrit, waarbij aan de uiterlijke verschijningsvorm veel gewicht toekomt en vaak wordt gedacht aan uitritten van (woon-)erven die via een verhoogde stoepconstructie met de rijweg zijn verbonden. Van een dergelijke constructie is ook sprake in het geval van de kruising tussen de Mierisstraat en de Hoefkade. De rechtbank neemt derhalve tot uitgangspunt dat op de bestuurder van de auto de verplichting rustte om bij het de weg oprijden vanuit de Mierisstraat het overige verkeer voor te laten gaan. Volgens de rechtbank brengen de omstandigheden dat de bestuurder van de auto bij het oprijden van de Hoefkade vanaf de Mierisstraat met hem in botsing is gekomen en of zij stil heeft gestaan op de Hoefkade om links af te slaan niet zonder meer mee dat zij tegenover hem aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval. De rechtbank acht in deze zaak dat de toedracht die verzoeker heeft gesteld niet aannemelijk, althans niet zonder verdere feitelijke toelichting of bewijs, dat ontbreekt. Het feitenrelaas van verzoeker over de toedracht van het ongeval staat namelijk tegenover dat van Delta Lloyd. De rechtbank ziet voor een onderbouwing of bewijsmiddelen door verzoeker in dit geval temeer reden gelet op de innerlijke tegenstrijdigheid van de verklaringen van verzoeker.  

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren