VR 2019/72 Ruiterongeval: uiting van de eigen energie van de pony (art. 6:179 BW).

Op 4 januari 2012 is appellante tijdens een groepsles een ongeval overkomen. Aan het einde van de les werd gesprongen over een parcours bestaande uit vier of vijf hindernissen. De laatste hindernis was een zogenaamde dubbelsprong, twee op korte afstand van elkaar geplaatste hindernissen die bij elkaar horen, waarbij het paard na de eerste hindernis vrijwel direct de volgende hindernis moet nemen. De moeilijkheidsgraad van het parcours werd geleidelijk opgebouwd, waarbij appellante met haar paard (C) de hindernissen zonder problemen nam. Op enig moment weigerde het paard de tweede hindernis van de dubbelsprong te nemen. Appellante is hierdoor voorover van haar paard gevallen en kwam met haar hoofd op de tweede hindernis terecht. Zij droeg ten tijde van het ongeval een cap voorzien van het veiligheidskeurmerk. Appellante heeft de rechtbank verzocht te bepalen dat de manege c.s. hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het haar overkomen ongeval en om het percentage van de aansprakelijkheid te bepalen. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen. De rechtbank heeft overwogen dat art. 6:179 BW toepassing mist, omdat het ongeval niet is veroorzaakt door het onberekenbare element dat in de eigen energie van het paard ligt opgesloten, maar door een te verwachten gedraging van het paard veroorzaakt door onvoldoende aansturing. Het paard fungeerde ten tijde van het nemen van de hindernis als het ware als het instrument van appellante, aldus de rechtbank. Het geschil in hoger beroep spitst zich toe op de vraag of het ongeval onder het bereik van art. 6:179 BW valt.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren