VR 2019/69 Buitengewoon opsporingsambtenaar. Bevoegdheid.

Artikel 3, eerste lid, van het ten tijde van de gedraging geldende Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 9 november 2010, nr. 5672782/Justis/10, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de gemeente Enschede in het domein openbare ruimte, houdt in dat de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is tot het opsporen van de strafbare feiten behorend bij domein I, Openbare Ruimte, van bijlage A-1 van de Circulaire Buitengewoon Opsporingsambtenaar (verder: de Circulaire).Anders dan de gemachtigde wil doen geloven, was ten tijde van de onderhavige gedraging de Circulaire - met inbegrip van bijlage A-1 - van kracht. Eerst per 1 juli 2015 is de Circulaire vervallen. Het valt derhalve niet in te zien waarom ten tijde van deze gedraging de bevoegdheid van de verbalisant niet kon worden gebaseerd op de Circulaire in samenhang met voornoemd Besluit. De enkele omstandigheid dat op de site wetten.overheid.nl klaarblijkelijk wordt doorverwezen naar een versie van de Circulaire die ten tijde van de gedraging niet meer van kracht was, rechtvaardigt die conclusie niet.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren