VR 2019/6 Art. 185 WVW; beroep op overmacht slaagt.

B reed als automobilist een bocht naar links in. Op datzelfde moment reden K en haar echtgenoot op de fiets op dezelfde weg. Zij naderden de bocht vanuit de tegenovergestelde richting. K fietste achter haar echtgenoot. Op het moment dat K de auto van B zag, heeft zij geremd en haar stuur naar rechts gedraaid. Zij is van haar fiets gevallen en op het asfalt terechtgekomen, naast de auto van B.Niet in geschil is dat art. 185 WVW van toepassing is en dat B aansprakelijk is, tenzij hij aannemelijk maakt dat sprake is van overmacht. Het beroep op overmacht slaagt. Op grond van getuigenverklaringen en eigen waarneming (in het kader van een descente) stelt de rechtbank onder meer het volgende vast: i. De ter plaatse toegestane maximumsnelheid is 50 km/u;ii. Het zicht in de bocht is dermate beperkt dat tegenliggers pas kunnen worden gezien als deze in de bocht rijden;iii. B reed langzaam de bocht in, met ongeveer 15 km/uur;iv. De fietsers reden in ieder geval minstens zo snel, mogelijk zelfs 20 of 25 km/uur;v. De echtgenoot van K kon langs de (linkerzijde van de) auto van B rijden;vi. K is gevallen op het asfalt tussen de auto en de berm. K stelt nog dat B de binnenbocht nam en aldus op haar weghelft reed. Die - door B betwiste - stelling komt niet vast te staan: uit de onder (v) en (vi) genoemde feiten volgt dat er nog voldoende ruimte was om langs de auto de fietsen. De oorzaak van het ongeval lijkt veeleer gelegen te zijn in het feit dat K is geschrokken van de auto die de bocht om kwam, omdat zij die daar niet had verwacht. Als gevolg van de schrik heeft zij gereageerd door te remmen en naar rechts te sturen en is zij daardoor gevallen. B heeft dus, om het ontbreken van zicht op eventuele tegenliggers te compenseren, (1) zijn snelheid sterk verminderd en (2) aan de linkerzijde van de auto voldoende ruimte overgelaten voor tegemoetkomende fietsers. Naar het oordeel van de rechtbank kan B onder die omstandigheden rechtens geen enkel verwijt worden gemaakt: hij heeft redelijkerwijs niet anders kunnen handelen dan hij feitelijk heeft gedaan. De vordering van K wordt afgewezen.  

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren