VR 2019/141 Ongeluk tijdens bedrijfsfeest.

Verzoeker is op 1 januari 2009 in dienst getreden van Ziggo. Op vrijdagavond 20 september 2013 heeft verzoeker het jubileumfeest van Ziggo bezocht met zijn eigen auto. Omdat de bij de evenementenlocatie behorende verharde parkeerplaats (voor de ingang) onvoldoende ruimte bood, heeft verzoeker zijn auto geparkeerd op een daarachter gelegen onverhard terrein. Het was op dat moment nog licht buiten. Na afloop van het feest is hij ongeveer twintig meter voor de auto gestruikeld en ten val gekomen. Daarbij is zijn hand diep opengereten door een stuk glas dat daar op de grond lag. Een slagaderlijke bloeding was het gevolg. Uiteindelijk heeft verzoeker vier ingrijpende operaties aan zijn rechterhand ondergaan, maar het letsel aan de hand is blijvend gebleken. I.c. staat de vraag centraal of Ziggo ex art. 7:658 BW aansprakelijk is voor de door verzoeker geleden schade als gevolg van het ongeval dan wel subsidiair op grond van art. 7:611 BW. Het vereiste voldoende nauwe verband tussen de activiteiten en de door de werknemer te verrichten werkzaamheden acht de kantonrechter niet aanwezig. Aanwezigheid op het (jubileum)feest op de vrijdagavond was vrijblijvend, alle werknemers van Ziggo in Nederland waren uitgenodigd. In de uitnodiging en de vervolgmail is niet te lezen dat werknemers werden 'geacht' aanwezig te zijn of dat daartoe druk werd uitgeoefend. Tevens is de kantonrechter van oordeel dat onvoldoende is bewezen dat verzoeker een leidinggevende positie had of MT-lid was en uit dien hoofde aanwezig werd geacht te zijn. Hoewel van enig saamhorigheidsgevoel op het feest vast wel sprake zal zijn geweest en Ziggo als werkgever daarbij in het algemeen belang heeft, wordt de aansprakelijkheid op grond van art. 7:658 BW in deze procedure afgewezen. Ten aanzien van de aansprakelijkheid op grond van art. 7:611 BW is de kantonrechter van oordeel dat als de situatie zo was als de verzoeker schetst, namelijk een oneffen terrein dat vol lag met rommel en dat niet of nauwelijks verlicht was, Ziggo zijn werknemers die hun auto op het daarachter liggende terrein hadden geparkeerd, aan een bijzonder gevaar heeft blootgesteld. Dit geldt in het bijzonder voor verzoeker die slecht ter been is omdat hij een klapvoet heeft en om die reden ook om een alternatieve plek had gevraagd. Dat Ziggo voor het feest een evenementenbureau had ingeschakeld, doet niet af aan de eigen verplichtingen van Ziggo jegens verzoeker. Ziggo had eisen moeten stellen of inspectie moeten doen naar het onverharde terrein. Echter, Ziggo heeft weersproken dat het terrein vol rommel lag en onverlicht was. Dit betekent dat een en ander door middel van nadere onderbouwing en/of bewijslevering door verzoeker duidelijk gemaakt moet worden. In het verlengde daarvan kan de kantonrechter dan ook niet vaststellen of Ziggo al dan niet aan haar op eisen van goed werkgeverschap gebaseerde zorg- en preventieplicht heeft voldaan.  

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren