VR 2019/138 Causaal verband tussen aanvankelijke klachten en ongeval?

Op 16 september 2009 is verzoeker, als bestuurder van een taxi, betrokken geraakt bij een kop-staartbotsing. Verzoeker remde af om voorrang te verlenen. Tijdens het afremmen werd hij van achteren aangereden door een andere auto. Door de klap schoot de auto van verzoeker door en botste hij op de auto voor hem. Sinds het ongeval heeft verzoeker last van verschillende klachten. De lage rugklachten met uitstralende pijn zijn gebleven en sinds juni 2016 verergerd. Op gezamenlijk verzoek van partijen zijn zowel een orthopedische als een neurologische expertise verricht. Delta Lloyd heeft op 5 november 2009 aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. Verzoeker verzoekt de rechtbank primair voor recht te verklaren dat sprake is van een (juridisch) causaal verband tussen het ongeval en de huidige klachten en de beperkingen van verzoeker, en dat Delta Lloyd aansprakelijk is voor de dientengevolge geleden en te lijden schade en subsidiair Delta Lloyd te veroordelen tot het verlenen van medewerking in het minnelijk traject aan een nader deskundigenonderzoek door een verzekeringsgeneeskundige en de kosten daarvan te dragen. Tussen partijen staat de deskundigheid van de deskundigen en de kwaliteit van de rapporten niet ter discussie. Mede daarom kent de rechter in beginsel veel betekenis toe aan de bevindingen van de deskundigen. De rechtbank maakt bij de beoordeling van het causaal verband tussen de klachten en het ongeval onderscheid tussen de klachten vanaf het ongeval tot juni 2016 en de verergerde klachten vanaf juni 2016. Ten aanzien van de klachten vanaf het ongeval tot juni 2016 concludeert de rechtbank op basis van de bevindingen van de deskundigen dat de klachten plausibel zijn, zich direct aansluitend op het ongeval hebben gemanifesteerd, dat hiervan voor het ongeval geen sprake was, dat niet is uitgesloten dat de klachten door het ongeval zijn ontstaan en dat een alternatieve, niet aan het ongeval te wijten oorzaak ontbreekt. Daarmee slaagt de stelling van verzoeker dat de klachten in causaal verband staan met het ongeval van juni 2016. Wat betreft de verergerde klachten vanaf juni 2016 leidt de rechtbank uit de bevindingen van de deskundigen af dat de klachten van juni 2016 gediagnosticeerd worden als een medisch objectiveerbare hernia met daaraan te relateren lage rugklachten. Al met al leidt de rechtbank uit het neurologisch rapport af dat er zich in juni 2016 een alternatieve, niet aan het ongeval te wijten, oorzaak heeft voorgedaan voor de desbetreffende klachten, welke oorzaak verzoeker ook zonder het ongeval zou hebben getroffen. Daarmee is het aanvankelijk bestaande causaal verband tussen de klachten en het ongeval doorbroken per juni 2016. Al met al leidt dit tot de conclusie dat zowel de primaire als subsidiaire vordering, voor zover die zien op de gestelde ongevalsgerelateerde klachten en beperkingen vanaf juni 2016, niet toewijsbaar zijn. Dat de benoeming van een verzekeringsgeneeskundige ter vaststelling van de gestelde beperkingen die voortvloeien uit de klachten vanaf het ongeval tot juni 2016 noodzakelijk is, staat tussen partijen niet ter discussie. Dit betekent volgens de rechtbank dat ten aanzien van de vaststelling van die beperkingen - als niet nader betwist - de subsidiaire vordering slaagt. Nu het bestaan van ongevalsgerelateerde klachten vanaf juni 2016 niet is aangetoond, kan de subsidiair gevorderde benoeming van een verzekeringsgeneeskundige terzake beperkingen die uit de klachten zouden voortvloeien, niet worden toegewezen.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren